Mijnheer Vandenhouwe,
Voor een vrouw zoals ik, met een scherp bewustzijn van de maatschappij waarin we leven, is het niet verbazend, maar voor een christen gedragen door oprechte devotie des te schokkender: de laatste productie van Opera Ballet Vlaanderen, getiteld Sancta — een werk die naam niet waardig, en die haar perverteert tot haar eigen tegendeel. Want wat zich hier ontvouwt, is misschien wel het meest ziekelijke hersenspinsel dat onze artistieke kringen in lange tijd hebben voortgebracht.
In een wereld die zich steeds verder loswrikt van het sacrale, waarin God gereduceerd wordt tot een fabel, heeft het woord heiligschennis zijn betekenis verloren. Het resoneert niet langer in gewetens waarin de gevoeligheid voor het transcendente is verdwenen. Evenzo is de term perversiteit een leeg omhulsel geworden in een tijdperk waarin gecastreerde travesties aan kinderen verkondigen dat gender een keuze is, onder het mom van educatie. In de Verenigde Staten is dit reeds genormaliseerd; progressief Vlaanderen lijkt vastbesloten dezelfde weg te bewandelen.
En zo krijgen wij dus een opera voorgeschoteld waarin nonnen — mensen die hun leven wijden aan ascese, contemplatie en het mysterie van het goddelijke — worden gereduceerd tot karikaturen van existentiële verwarring: zij twijfelen over hun gender, verlangen naar seksuele ‘bevrijding’, worden door een groteske voorstelling van Jezus op de billen geslagen, en hanteren crucifixen — het symbool van het lijden, de verlossing, het offer — als fallussen. De reliek wordt gedegradeerd tot fetisj.
Een blasfemie die, indien ze op de mohammedaanse woestijncultus gericht was, weleens zou kunnen eindigen in een bloedbad waarbij de terreuraanval die op 22 maart herdacht werd, zou verbleken. Christenen vormen uiteraard een veilig mikpunt. Hen bespotten draagt geen risico; hun verontwaardiging blijft beperkt tot woorden, tot columns zoals dit, tot gebeden misschien — maar zelden tot daden. Het is een comfortabele vorm van rebellie: schoppen tegen wie zich niet fysiek zal verweren.
En alsof de provocatie nog niet volstond, wordt de première van deze wansmakelijkheid gepland op de heiligste dag binnen het christelijk liturgisch jaar: Goede Vrijdag. De dag waarop de Verlosser — in al zijn onschuld, met zijn radicaal goede boodschap — werd geëxecuteerd, en wel op de meest sadistische wijze ooit uitgevonden door de mensheid. Hij stikte, vastgenageld aan een kruis, doordrenkt van het bloed van zijn martelwonden, verlaten door zijn discipelen, bespot door de omstaanders.
En de Vlaamse Ballet Opera spot mee. Niet enkel met de figuur van Christus, die niets bracht dan waarheid, liefde en morele helderheid, in tegenstelling tot de profeet van de taboe-godsdienst die u niet durft bekritiseren. Maar ook met miljoenen van zijn volgelingen die deze dag beleven als een moment van introspectie in hun zielspijn en van de liefdesbetuiging voor de Immanuel, de God-met-ons, die deze kan genezen.
En precies daar, op dat altaar van menselijke kwetsbaarheid, plaatst u deze ‘opera’. Bent u er trots op?
Misschien betekenen deze woorden niets meer u, noch voor andere morele relativisten en Ropsisten die denken dat porno de essentie is van de mystiek, die geen onderscheid meer maken tussen het heilige en het banale, die van het vulgaire het verhevene maken. Misschien zijn het voor u archaïsche termen zonder ethische gravitas.
En toch zal ik ze gebruiken.
Uw opera is blasfemisch.
Uw opera is pervers.
Uw opera is obsceen.
Uw opera is laf.
Uw opera is hypocriet.
Uw opera is rot.
Uw opera is, in zijn kern, door en door lelijk.
En dat is geen esthetisch oordeel, maar een moreel verdict.
Alexandra S. Villers