Danny Casolaro (1/3)

Artikel 1

Vorige maanden zat Agent Sloan al stiekem te broeden op een reeks over Danny Casolaro en zijn fameuze “Octopus”. Notities op zijn bureau, een paar Mate cola’s te veel tijdens het researchen, Netflix-account dat overuren draaide, en een map vol printjes over INSLAW en PROMIS. Maar ge weet hoe het gaat bij ’tScheldt: het ene complot na het andere wordt gesuggereerd, en Agent Sloan had het even op de lange baan geschoven. Tot Enigma, die trouwe volger die al menig scherp commentaar heeft achtergelaten onder de teksten van Agent Sloan – denk maar aan dat artikel over verdachte moorden in de VS of die thread over de deep state – een rake opmerking plaatste, en in een comment de naam Danny Casolaro liet vallen. Wel, Enigma, hier zijn ze dan. Drie volwaardige artikelen, puur voor jou en alle lezers die net als Agent Sloan geen genoegen nemen met de officiële versies die altijd nét iets te proper ruiken.

Danny Casolaro

Danny Casolaro was geen James Bond. Geen trenchcoat, geen Aston Martin, geen shaken-not-stirred martini. Gewoon een freelance journalist uit Fairfax, Virginia, begin veertig, met een zoon, een ex-vrouw en een neus voor verhalen die anderen liever lieten rotten in de archieven van de overheid. In augustus 1991 lag hij dood in een badkuip in kamer 517 van het Sheraton Hotel in Martinsburg, West Virginia. Polsen doorgesneden – tien keer, zeggen de rapporten – bloed overal op de muren en handdoeken. Officieel: zelfmoord. Maar Casolaro had zijn vrienden en familie herhaaldelijk gewaarschuwd: “Als ze zeggen dat ik mezelf van kant heb gemaakt, geloof het dan niet.” Geen afscheidsbrief. Geen typisch zelfmoordgedrag voor een man die een bloedhekel had aan bloed en messen. Wel een hotelkamer die op een slagveld leek, een aktetas met notities die spoorloos verdwenen, en een getuige die een mysterieuze man met een donkere aktetas het hotel zag binnenkomen. Vele kerkhoven liggen ondertussen al bezaaid met mensen die hun omgeving vertelden dat ze nooit zelfmoord zouden plegen, om het dan toch te doen? Vaak ook nog eens mensen met een job gelinkt aan geheime overheidsprojecten, of journalisten die iets te dicht bij de waarheid komen.

Agent Sloan heeft de Netflix-docureeks “American Conspiracy: The Octopus Murders” ondertussen driemaal bekeken, en telkens met dezelfde rilling over de rug. Regisseur Zachary Treitz en journalist Christian Hansen volgen het spoor dat Casolaro in 1991 al had uitgezet. Het begint allemaal ogenschijnlijk onschuldig: een klein softwarebedrijfje genaamd INSLAW Inc. uit Washington D.C., opgericht door William en Nancy Hamilton. In de vroege jaren tachtig ontwikkelen ze PROMIS – Prosecutors Management Information System. Klinkt saai, toch? Een database voor aanklagers en rechtbanken om criminele zaken, verdachten, bewijzen en getuigen te traceren. Geen rocket science, zou je denken. Maar dit was geen doorsnee Excel-tabel. PROMIS kon patronen vinden in misdaden die over staten heen speelden, dossiers linken alsof het niets was, en in een tijd zonder smartphones of cloud was het revolutionair.

In 1982 krijgt INSLAW een contract van de Amerikaanse Justitie (DOJ) voor tien miljoen dollar. PROMIS wordt geïnstalleerd in alle U.S. Attorneys’ kantoren. Succesverhaal, zou je zeggen. Tot de betalingen plots stoppen. INSLAW gaat failliet, klaagt de overheid aan wegens diefstal, fraude en bedrog. Een faillissementsrechter geeft hen in 1988 gelijk: de DOJ had “trickery, fraud and deceit” gebruikt. Later wordt dat vonnis echter gekeerd in hoger beroep. Officieel rapport van Justitie in 1994: “Niks aan de hand, geen bewijs van diefstal.” Agent Sloan hoort hier al de bekende melodie: “Vertrouw ons, wij zijn de overheid. Wij stelen geen software, wij ‘kopen’ ze voor de nationale veiligheid.”

Maar Casolaro rook meer. Hij noemde het netwerk “The Octopus”: een monster met acht tentakels die zich uitstrekten over de CIA, de maffia, wapenhandel, drugssmokkel, bankfraude en zelfs de BCCI-bank die later onder een lawine van witwas-schandalen zou bezwijken. Kern van het beest? Die PROMIS-software. Volgens Michael Riconosciuto – ex-spion, programmeur en een van Casolaro’s sleutelgetuigen – werd PROMIS voorzien van een “backdoor” of “trap door”. Een geheime ingang die de Amerikaanse inlichtingendienst toeliet om overal mee te kijken: financiële transacties, personen, geheime operaties van bondgenoten én vijanden. Riconosciuto claimde in een affidavit, ofwel beëdigde verklaring, dat hij de software zelf had geherprogrammeerd in 1983-1984, op bevel van Earl Brian, een close Reagan-associé en voormalig CIA-man. Plaatsen waar hij werkte: Indio in Californië, Silver Springs in Maryland, Miami in Florida. Via Wackenhut Corporation – een beveiligingsfirma met nauwe banden met FBI en CIA – op het Cabazon-reservaat, waar ook illegale wapen- en drugshandel zou hebben plaatsgevonden.

Die backdoor was geen simpele bug. Het was een telecommunicatie-val die data kon doorsluizen naar Amerikaanse servers zonder dat de gebruiker het merkte. PROMIS werd aangepast en verkocht aan overheden wereldwijd: Canada (RCMP), Israël (Mossad), zelfs Iran. Beloning voor Brian? De fameuze “October Surprise” – de deal waarbij Iraanse gijzelaars werden vastgehouden tot ná de verkiezingen van 1980, zodat Reagan kon winnen. PROMIS diende als smeergeld en spionagetool tegelijk. Casolaro linkte het aan Iran-Contra: wapens voor gijzelaars, drugs voor geld, alles via dezelfde netwerken. Op X gonst het nog steeds van threads die Casolaro linken aan Wackenhut, de moorden op het Cabazon-reservaat en hedendaagse surveillance zoals PRISM van Snowden. Agent Sloan scrollde er vannacht nog doorheen met een licht paranoia-gevoel. Want terwijl Casolaro dieper groef, kreeg hij dreigementen. Telefoontjes in de nacht. Schaduwen op straat. En dan die hotelkamer.

Agent Sloan heeft het al eerder gezegd bij verdachte moorden: soms is de officiële versie gewoon te proper. PROMIS was geen onschuldig tooltje; het was de digitale tentakel die de Octopus macht gaf over de hele wereld. In deel 2 duiken we met de Netflix-docu dieper in die kronkelende armen. Want als Casolaro gelijk had, dan leeft die Octopus nog steeds. En dan is Enigma’s bericht niet zomaar een commentaar, maar een waarschuwing. Blijf lezen, of word je zelf een tentakel?