Er was geen betere dag dan Witte Donderdag (2 april) voor Marc Van Ranst om naar de rechter te trekken tegen het vermaledijde ‘tScheldt.
Oorzaak?
De ondertussen beruchte jaarlijks weerkerende 1 aprilgrap van ‘tScheldt over de Belgische dikbuik van de georganiseerde wrange virologie, ons aller Marc Van Ranst, leugenaar, dikdoener, egotripper, blaaskaak, farmahoer en voorzeker verrader van het Ware Immuunsysteem.
Van Ranst instrueerde Lore Gyselaers, een advocate van GEVACO-advocaten, om via een éénzijdig verzoekschrift bij de voorzitter van de rechtbank van Antwerpen gedaan te krijgen dat de 1 aprilgrap van ‘tScheldt per direct zou verwijderd worden.
Indien Lore Gyselaers meer dan twee hersencellen had, zou ze haar vadsige klant aan het verstand hebben gebracht dat een 1 aprilgrap een 1 aprilgrap is.
“Maar nee, Lore, schatteke, dat is geen 1 aprilgrap, dat is een aanval op mijn zorgvuldige afgeborstelde imago, dat artikel van ‘tScheldt is een aanslag op mijn waardigheid, op mijn eredoctorale viriliteit, op mijn doorluchtige persoonlijkheid die door Koning en Koningin bekroond werd met kusjes en lintjes voor op mijn grote ronde buik”.
Van Ranst barstte in huilen uit en wilde zich tegen de rondingen van Lore aandrukken, maar zij zag tijdig de doorzichtigheid ervan in en hield Van Ranst op veilige Me-Too afstand.
“Maar Marc, niet wenen, natuurlijk zal ik die klootzakjes van ‘tScheldt eens goed liggen hebben. Kom zet eens op papier hoe stout ze waren.”
Marc Van Ranst legde het Gevaco schrijfplankje op zijn dikke pens en begon te schrijven.
Uren lang. De ene leugen na de andere rolde uit de pen van Van Ranst, die zo blij was eindelijk eens een aanklacht tegen ‘tScheldt te kunnen formuleren dat de zwellichaampjes in wat nog over was van zijn povere geslacht langzaam tot leven kwamen. Heimelijk keek Van Ranst naar het achterste van Lore Gyselaers in de hoop dat ze zijn Gezwollenheid zou verzorgen, net zoals ze zijn gekwetste zieltje wilde verzorgen.
Lore ging achter haar typemachine zitten en maakte van de klacht van Van Ranst een bundel van 102 bladzijden die niet zou misstaan in de leugenbibliotheek van Hitler.
Gezwind haastte Lore zich naar de rechtbank van Antwerpen op zoek naar de Voorzitter. Die was er niet. Er was op Witte Donderdag alleen de Ondervoorzitter aanwezig, M. Wuyts.
Lore trof Wuyts net toen hij uit het gehandicaptentoilet kwam omdat dat het enige toilet is in de rechtbank waar aan alle muren relingen hangen. Wuyts is namelijk niet meer van de jongste en ofschoon hij geen probleem heeft met debiet en prostaat, zijn het zijn stijve knoken die hem verhinderen als een veulen op en af het toilet te komen. De relingen in het gehandicaptentoilet zijn daarom een welgekomen hulpmiddel voor M. Wuyts. Bij koninklijk besluit van 29 augustus 2025 werd Wuyts trouwens gemachtigd om nog een jaartje ondervoorzitter te zijn nadat hij de respectabele leeftijd van zevenenzestig jaar bereikte.
Wuyts zuchtte toen hij het leugenboek van Lore overhandigd kreeg.
“Wil Marc dit écht doen?”, vroeg hij aarzelend aan Lore.
“Ja, inderdaad, weledelgestrenge. Marc meent een zaak te hebben tegen ‘tScheldt”, antwoordde Lore fris.
Wuyts wreef vermoeid in de ogen, en dat was niet door vermoeidheid.
Wuyts drukte op de intercom vooraleer hij het werkstuk van Van Ranst begon te lezen.
Zijn secretaresse nam op.
“Mireille, breng mij even een grote koffie. Ik bedoel zo’n echte grote, niet in van die tassen van de rechtbank. Neem één van die grote blauwe dikbuikige tassen die ik vorig jaar meebracht uit Engeland.”
Nadat Mireille hem een grote koffie bracht, begon Wuyts zuchtend te lezen.
Na een kwartier zei Wuyts: “God, Loreke, wat is dat allemaal?!? Dat gaat hier over een 1 aprilgrap.”
“Nee, weledelverhevene, 1 april is een rookgordijn. ‘tScheldt verschuilt zich achter satire en 1 april om digitaal af te rekenen met professor Marc Van Ranst”, riposteerde Lore.
“Lore, komaan, dat geloof jij zelf toch ook niet. Dat is verdorie een keigoed geschreven 1 aprilgrap. Kom, bel Marc, dat we dat even bespreken.”
Marc Van Ranst werd gebeld, de telefoon ging slechts één keer over en Van Ranst pakte al op.
“Marc, Marc, Marc…”, begon M. Wuyts. “Wat doet ge mij aan man?”
“Zeg Wuyts, dimmen hé vriend. Ik ken uw baas beter dan dat gij uw vrouw kent. Kom schrijf al maar snel een beschikking waarin dat die pukkels van ‘tScheldt veroordeeld worden om die 1 aprilrotzooi te verwijderen met een dwangsom van 50.000 euro.”
Van Ranst sprak zoals hij was, gebiedend, eisend, arrogant, omhooggevallen.
“Ja, maar Marc, ge weet toch dat ‘tScheldt iedereen die hierbij betrokken is op een literair satirische wijze tegen de enkels gaat schoppen?”, probeerde M. Wuyts voorzichtig.
“Wuyts jongen, zo werkt dat hier niet, hé. Het gelijk staat aan mijn kant, zoals het altijd aan mijn kant staat. Zet U aan Uw bureau en begin een beschikking te typen zodat dat klote-artikel verdwijnt.”
Wuyts keek Lore vertwijfeld aan. Hij legde bedachtzaam de hoorn neer.
Hij begon een beschikking te typen.
We onderbreken hier de feitelijke weergave van de rechtbankgebeurtenissen voor een woordje uitleg.
We schreven dat M. Wuyts met zijn zevenenzestig-jarige vingers een ‘beschikking’ begon te typen.
Dat zit zo.
In de Belgische justitie bestaat er een vorm van rechtbankonrecht die het ‘eenzijdig verzoekschrift’ heet. Dat is een vorm van rechtspraak waarbij de aangevallene NIET weet dat er een rechtszaak bezig is, laat staan dat de aangevallene zich kan verdedigen.
Dat is wat hier op Witte Donderdag gebeurde.
Een rechtszaak tegen ‘tScheldt waarvan ‘tScheldt NIET wist dat er een rechtszaak bezig was.
U leest het dus goed, het gaat om een onderonsje tussen de Voorzitter (of Ondervoorzitter) van de rechtbank en de advocaat van Marc Van Ranst.
In het geval van zo’n onrechtzitting spreekt de rechter geen vonnis uit, maar wel een beschikking.
Voor de lifelonglearners onder de lezers: een eenzijdig verzoekschrift leidt tot een ‘beschikking‘, een rechtszaak in Eerste Aanleg leidt tot een ‘vonnis‘, een rechtszaak in Hoger Beroep leidt tot een ‘arrest‘.
Wuyts tikte zijn beschikking uit, printte het document en liet het Lore Gyselaers lezen.
Lore sloeg bleek weg toen ze de beschikking las.
“Maar, weledelhooggeplaatste, met zo’n beschikking kan ik niet thuis komen. Dat gaan Jan en Kurt niet goedvinden, hoor!”
Lore doelde op Jan Swennen en Kurt Smets, zo’n beetje de bazen van Gevaco-advocaten.
Zonder M. Wuyts te consulteren belde ze Marc Van Ranst. Nadat die haar bars begroette, want zo is Marc Van Zwanst, las Lore de beschikking voor.
Naarmate ze meer en meer las begon Van Ranst harder te vloeken. Lore zette haar gsm op speaker.
“Godverdomme, Wuyts, ouwe pee… wat denkt ge hiermee te bereiken?”, brieste Van Ranst door de telefoon.
Wuyts aanhoorde de woedende Van Ranst zonder een woord te zeggen.
“Ge meent toch niet dat ge dat walgelijke artikel niet gaat verbieden? Wat een verachtelijke vent zij gij Wuyts? Ik zal u één ding zeggen Wuyts, als ge niet maakt dat ge uw beschikkingske aanpast in mijn voordeel, dan bel ik Patje, en die zal u dan wel eens vakkundig bijvijzen”, sneerde Van Ranst.
Wuyts keek met rollende ogen naar Lore. Patje was natuurlijk niemand minder Pat Jacops, de Grootmeester van de Grootloge van België, licentiaat moraalwetenschappen, maar vooral psychoanalyticus die dwars doorheen de leden van de vrijmetselarij in België kon heenkijken, bij voorkeur de rechters die door de loge in de rechtbanken geplaatst waren.
Wuyts nam de beschikking terug uit de handen van Lore en zette zich wederom zuchtend aan het schrijven.
Nadat hij de nieuwe beschikking had uitgeprint gaf hij de beschikking aan Lore die ze uit zijn handen wou nemen, maar Wuyts hield zijn deel van de beschikking tussen de vingers terwijl hij haar indringend in de ogen keek.
“Lore, meiske, met deze beschikking wandelt ge naar buiten en rijdt ge naar Marc zonder er eerst over te bellen. Is dat compris?”
Lore knikte gedwee.
Ze reed spoorslag naar het kantoor in Beringen waar Marc Van Ranst hevig transpirerend in de wachtzaal rondjes liep.
Zwijgend overhandigde ze de beschikking aan Marc Van Ranst.
Staande in de wachtkamer, wiebelend van het ene op het andere been, las Van Ranst de beschikking.
“Godverdegodverdegodverdegodverde… hij verplicht die beunhazen van ‘tScheldt alleen maar om de cartoon bij het artikel te verwijderen, en niet dat klote-artikel! Wat voor een kutadvocate zijt gij eigenlijk Lore?!? Als ge niet eens een artikeltje van ‘tScheldt kunt verwijderen. Wat zijt ge dan voor waardeloos advocatenwijf??”
Nog voor Lore hem van antwoord kon dienen, stormde Van Ranst naar buiten.
Op Goede Vrijdag (3 april), de droevigste dag van het jaar voor de katholieken wegens de moord op Jezus, wilde Marc Van Ranst een speer door de zij van ‘tScheldt steken. Marc wou de held zijn die ‘tScheldt de genadeslag toebracht.
Helaas, wilde niemand echt meewerken met Marc Van Ranst.
Rond de middag op Goede Vrijdag kwam de sympathieke deurwaarder Peter Van Landeghem voorgereden bij ZET, de Zogenaamde Eigenaar van Tscheldt.
Als er bij ZET een sjieke auto voor de deur stopt en er stapt een onbekende man uit, dan is het vrijwel zeker een deurwaarder.
Samenvattend, als in alle gekheid op een stokje.
‘tScheldt publiceerde een 1 aprilgrap over onze allerranzigste viroloog Marc Von Ranzig. Bij het artikel stond een cartoon gebaseerd op een foto van Marc Van Ranst met zijn zoon, een foto die Van Ranst zelf liet publiceren in verschillende media enkele jaren geleden. Het gezicht van de zoon van Van Ranst werd door ‘tScheldt geblurred. Van Ranst wilde het artikel verwijderd zien. Ondervoorzitter M. Wuyts oordeelde dat het artikel satire was en mocht blijven staan op de website tot grote woede van Von Zwanst. De rechter oordeelde op een bizarre onnavolgbare wijze dat de cartoon bij het artikel wel weg moest terwijl het gezicht van de jongen onherkenbaar is.
**
Abonnees van ‘tScheldt vinden hieronder het bijzonder vermakelijke éénzijdige verzoekschrift van Marc Van Ranst, de beschikking en het bevel tot uitvoering.
**
Wie hieronder geen drie linken ziet staan, is geen abonnee of is niet ingelogd.
Geniet van de aanhef van het éénzijdig verzoekschrift waarin Marc Van Ranst durft te schrijven dat hij doet wat hij moet doen op vraag van.. de KULeuven.
**
Klik HIER voor het éénzijdig verzoekschrift
Klik HIER voor de beschikking
Klik HIER voor de betekening met bevel
**
Je kan ‘tScheldt op 4 manieren steunen, nee vijf eigenlijk, door:
- een bedrag naar keuze te storten op rekening: BE11 4310 7607 5248 (graag met vermelding ‘steun’ en je email zodat we je kunnen bedanken), of
- door (al dan niet anoniem) te steunen via: steunactie, of
- door een abonnement te nemen of te vernieuwen via deze link, of
- via onze internationale Go Fund Me-pagina, klik HIER, of
- door een schietgebed richting Hemel te sturen
**
Beelden
