Hoe meer cartoons en artikelen op ‘tScheldt over persvrijheid, vrijheid van meningsuiting, gekuip en geknoei in de politiek en verhalen over een door en door verrotte justitie, hoe meer ‘tScheldt en mensen rond ‘tScheldt onder druk worden gezet.
Wat zich gisteren afspeelde bij ‘tScheldt tart alle verbeelding.
Voorafgaande aan wat u te lezen zal krijgen, plaatsen we de volgende kanttekeningen, omdat wat u zal lezen vandaag in Vlaanderen door de overheid als gevaarlijk wordt beschouwd.
In het hiernavolgende zullen we ons daarom niet bedienen van satire. In een vrije maatschappij is satire een literaire techniek die voor meer vrijheid en bescherming zorgt. In Vlaanderen is dat niet meer zo. De recente veroordelingen van ‘tScheldt in de rechtbank van Dendermonde hebben aangetoond dat satire door de rechtbank beschouwd wordt als een bij voorbaat lasterlijk en eerrovende techniek.
Daarom vindt u hieronder slechts een woordelijke weergave van feiten en gebeurtenissen, zonder interpretaties, zonder ironie, zonder sarcasme. Indien er sprake is van ironie of sarcasme zal dat ook zorgvuldig geduid worden, omdat onderhavige tekst uiteindelijk bij een rechter zal belanden.
Het verhaal begint twee jaar geleden
De zogenaamde eigenaar van ‘tScheldt komt op dat moment een pand te huren in Antwerpen.
Omdat ‘zogenaamde eigenaar van ‘tScheldt’ een hele brok in de mond en op papier is, noemen we hem hier ZET van Zogenaamde Eigenaar van Tscheldt.
De muziek die we symbolisch achter wat volgt monteren is het Adagio for Strings, Opus 11 (SNC 2019) van Barber uitgevoerd door het Vienna Philharmonic met Gustavo Dudamel.
Kwestie van de donkerte achter de woorden fysionomatisch van diepte te voorzien.
U ziet, tot hier toe, nog geen spat satire, geen ironie, geen sarcasme.
In januari 2026 komen er drie levensdraden van ZET samen die niet verondersteld waren samen te komen.
De eerste levensdraad is medisch. ZET krijgt te horen dat hij een medisch probleem heeft. Oplosbaar, maar niettemin aandacht vragend.
De tweede levensdraad is relationeel. Oplosbaar, maar niettemin aandacht vragend.
De derde levensdraad is politiek, gelinked aan het vermaledijde ‘tScheldt.
De eerste twee levensdraden behoeven hier geen verdere uitleg.
De derde levensdraad wel. Het is een openbaring, onder druk van partijen die straks in detail zullen worden beschreven.
De derde levensdraad is de professionele voortzetting van een grap die bij ‘tScheldt enkele jaren geleden gelanceerd werd en die achter de schermen rustig verder werd ontwikkeld, namelijk de start van de eerste satirische politieke partij in Vlaanderen, de ‘tScheldt-partij.
Ten behoeve van zijn voortschrijdende leeftijd en de drie hierboven beschreven levensdraden beslist ZET begin 2026 een grote stap te zetten en te verhuizen naar Antwerpen.
ZET besluit te gaan wonen in het pand dat hij al twee jaar huurt.
Zij die ZET kennen weten dat ZET niet kiest voor platgetreden paden noch klassieke, steriele omgevingen.
ZET brengt een halve bibliotheek naar Antwerpen, omringt zich met een Klingmann buffetpiano uit ca 1940 of ouder en hangt tientallen schilderijen van vloer tot plafond aan de muren. ZET bezit een van de grootste collecties Belgisch en Nederlands porselein in Vlaanderen. Dus sleept hij serviezen met oude stempels en merktekens aan om zich omringd te weten door voorwerpen met ziel. In de tuin van ZET staat aan de einder een ineenstortende duiventil zo groot als een huis waar een Oekraïens gezin met drie kinderen in zou kunnen wonen.
Wacht, schrap die laatste vergelijking, ze neigt teveel naar literaire satire.
Aan het einde van zijn tuin staat een gebouw in te vallen dat in wezen vroeger een duiventil was, zo groot als een kleine doorsneewoning.
ZET meldt zich netjes online bij de stad Antwerpen en geeft zijn nieuwe adres op.
ZET heeft in zijn imposante leefruimte 4 vierkante tafels geplaatst. Op de eerste tafel liggen opengespreid de laatste edities van Charlie Hebdo. Op de tweede tafel liggen opengespreid de laatste edities van Le Canard enchaîné. Op de derde tafel liggen in stapels alle boeken die ZET onlangs op veilingen kocht, meestal werken uit de jaren 1800, met lettertypes die voor derden hiëroglifisch zijn, voor ZET echter balsem op handgeschept papier. Op de vierde tafel staat de laptop van ZET meestal omringd door lege kommen soep afkomstig van de dichtstbijzijnde Albert Heijn.
Naast deze 4 vierkante tafels, koos ZET ervoor om één lange tafel te plaatsen waar 14 mensen aan kunnen zitten, 6 + 6 + 1 + 1, de ‘eenen’ telkens aan het hoofd van de tafel.
Er zijn twee toiletten, en ZET vroeg een bevriend klusjesman een douche te installeren die momenteel in aanbouw is.
De leefruimte van ZET eindigt op een veranda afgescheiden van de leefruimte door een Art Deco glazen wand. De veranda is een van oud glas optrokken ruimte met zicht op de tuin en ‘s nacht met zicht op de uitgestrekte hemel boven Antwerpen. In die afgescheiden ruimte plaatste ZET een opvouwbaar bed. Opvouwbaar, om te kunnen opvouwen. Want de oprichting van de satirische politieke partij houdt in dat er grote aantallen mensen over de vloer komen in de leefruimte van ZET de komende drie jaren.
Nadat ZET zich online meldde als nieuwe inwoner van Antwerpen, was het wachten op de wijkagent, blijkbaar een vereiste in het avondland om te constateren of ZET daadwerkelijke woonde waar hij beweerde te wonen.
We nemen even een kleine ‘break’ om het concept ‘domicilie’ nader te bekijken.
Wie als man vandaag in Vlaanderen zegt dat hij morgen vrouw is, is morgen vrouw. En de overheid gelooft dat. En de overheid overhandigt zonder onderzoek aan de ontwortelde man een nieuwe set identiteitspapieren.
Wie vandaag als man in Vlaanderen zegt dat hij woont op adres X, die wordt niet geloofd, nee, dat moet onderzocht worden door de politie.
Terwijl een domicilie eigenlijk gewoon een hoop letters is in een bevolkingsregister waar de overheid je weet te vinden om correspondentie te delen. Wie eenmaal een ‘domicilie’ heeft kan gerust zijn leven ‘elders’ leiden, kan slapen waar hij wil, de ene nacht in bed X, de andere nacht in bed Y, de weer andere nacht in bed Z. Allemaal geen probleem.
In het Vlaanderen van vandaag moet er dus één moment georganiseerd worden waarbij een wijkagent een ‘constatatie’ doet.
‘tScheldt vroeg naar aanleiding van dit artikel aan verschillende mensen hoe dit bij hen verging in Antwerpen.
Uit de mini-enquête bleek dat dat proces van constatatie bij de meeste mensen heel verschillend is verlopen. Van een jonge wijkagent die de nieuwe inwoner belt met de vraag om eens af te spreken zodat hij eens kan langskomen, tot heel wat wijkagenten die gewoon aanbellen en aan de parlofoon vragen of de verhuisde even aan de parlofoon kan komen, waarna de verhuisde gewoon werd ingeschreven in het bevolkingsregister.
Bij ZET ging het helemaal anders.
Bezoek 1
Midden februari 2026 belde iemand om ca. 09.00 uur aan bij ZET. ZET lag nog in bed. Op de tijd dat hij een broek en hemd had aangetrokken en doorheen het huis naar de voordeur was gerend, stond er niemand aan de deur.
Diezelfde zaterdag om 14 uur belde weer iemand aan. Ditmaal sloeg ZET erin om tijdig de 100-jaar oude houten deur tijdig open te krijgen. Aan de deur stond wijkagent Chris Vercauteren. Een grote vriendelijk uitziende man. Hij kwam ietwat moeizaam de trap van de hal op. Hij zei dat hij die morgen ook al was langsgeweest. Eenmaal binnen in de leefruimte van ZET bleef hij als aan de grond genageld staan. Hij keek met grote ogen naar het tafereel dat zich voor hem afspeelde. Langzaam wandelde hij naar de muur voor hem waar zich over de gehele lengte van de leefruimte drie reusachtige schouwen bevonden. Tussen de schouwen hingen zoals gezegd tientallen schilderijen, veel van deze werken vertoonden stillevens van gedekte tafels met daarop kunstig geëtaleerd de producten die deze aarde voortbrengt. Toegegeven, op verschillende werken hing hier en daar een konijn aan een touw, lag een fazant met opengesperde vleugels of bevond er zich een kreeft tussen de groenten, kommen en kruiken. Wijkagent Vercauteren draaide zich om en keek naar het plafond boven de deur waardoor hij net was binnengekomen. Hij kwam oog in oog te staan met een opgezette Zuid-Afrikaanse kob-antilope uit 1960. Naast de antilope hingen nog verscheidene andere specimen uit de taxidermie-collectie van ZET.
Met open mond draaide wijkagent Vercauteren rond zijn as.
“Mag ik eens gaan zien”, vroeg wijkagent Vercauteren, terwijl hij wees naar de Art Deco veranda met in de verte de vervallen duiventil.
Het licht viel spelend binnen door de glazen van de veranda en even leek het erop dat Vercauteren een stil moment van innerlijke vreugde beleefde.
Vercauteren vroeg toen naar de herkomst van het pand en naar de relatie met de buren die hij ook kende, een ietwat ‘moeilijk’ man soms, nietwaar?
Vervolgens vroeg wijkagent Vercauteren of ZET een huurcontract had. ZET liet hem het contract zien. Wijkagent Vercauteren nam er een foto van.
Wijkagent Vercauteren sloot zijn handheld af en zei letterlijk “ik ga dit goedkeuren, mijnheer ZET. Ik raad u aan om begin volgende week al online een afspraak te maken op het districtshuis omdat de chip van uw ID-kaart moet aangepast worden. Het duurt tegenwoordig meestal een week vooraleer u kan langskomen, dus maak maandag alvast maar die afspraak.”
Zo verliep de controle.
Schreven we al dat ZET de wijkagent een kop koffie aanbood?
Nee, dat deden we niet, maar ZET bood de wijkagent wel een kop koffie aan, die vriendelijk door de wijkagent werd afgewezen.
Zo verliep de controle.
Dit éénmalige contact tussen wijkagent Vercauteren en ZET had in dit leven genoeg moeten zijn om de voortgang van de wereld niet te verstoren.
Helaas, dit is Vlaanderen, en dit Vlaanderen is niet meer het Vlaanderen dat het zou moeten zijn.
Want wat gebeurde er de maandag volgend op het bezoek?
ZET kreeg een mail van wijkagent Vercauteren.
We delen u de mail letterlijk mee:
**
Monday, February 23, 2026 2:09:04 PM
Geachte heer ZET,
Ik heb van mijn overste de opdracht gekregen nog verder onderzoek te doen betreft de adreswijziging naar XXX.
Dat betekent dat u nog niet naar de stad moet gaan om uw adres te wijzigen op de chip van uw identiteitskaart.
Met vriendelijke groet,
Chris Vercauteren | Wijkagent (*)
Eerste Inspecteur van Politie
**
ZET repliceerde op de mail met de vraag of hij ergens een fout had gemaakt.
Het antwoord van wijkagent Vercauteren luidde kort:
“Neen ik, tot later”.
Om te vermijden dat wijkagent Vercauteren niet weer voor de deur zou staan en onmiddellijk zou vertrekken na gebeld te hebben, barricadeerde ZET zich de gehele volgende week in zijn nieuwe woonst, wat uiteraard geen straf is wegens onder meer de collectie National Geographics van 1936 tot heden, een collectie die ZET zich had voorgenomen voor zijn dood helemaal gelezen te hebben.
Bezoek 2
Een week later, weer op zaterdag, opnieuw rond 9 uur klonk opnieuw de bel.
ZET sprong uit bed en spoedde zich in zevenmijlslaarzen naar de zware voordeur.
Hij was op tijd.
Wijkagent Vercauteren stond voor de deur met een fietshelm op die drie maten te klein leek.
ZET, het zal velen die ZET kennen niet verwonderen, maakte een een licht zwartgallige opmerking over het feit dat er blijkbaar in zijn geval twee controles nodig waren.
Wijkagent Vercauteren antwoordde lichtelijk geïrriteerd als volgt:
“Mijnheer ZET, ik ben ook maar een mens, ik maak fouten want ik ben eigenlijk ziek, ik moet volgende week aan mijn hart geopereerd worden, dus sorry dat ik moet terugkomen.”
Nog moeilijker dan bij het eerste bezoek ging wijkagent Vercauteren de trap op in de hal naar boven naar de voordeur van de leefruimte van ZET.
Eenmaal binnen zei Vercauteren:
“Mijnheer, ik was vorige week zo overdonderd door uw ruimte dat ik enkele dingen ben vergeten te controleren. Ik moet nog uw sanitair controleren en uw bed.”
ZET was letterlijk uit bed gebeld, dus het bed lag nog warm en open in de leefruimte. Wijkagent Vercauteren volgde ZET naar diens toilet en lavabo. Vervolgens wilde hij de kasten zien waar de kleren lagen.
“Ik begrijp iets niet mijnheer ZET. Op mijn computer zie ik dat u gaat samenwonen met mijnheer X. Ik heb geprobeerd mijnheer X te bereiken maar die heb ik nog niet op adres Y kunnen treffen. Dat is eigenlijk vlak bij mij. Hoe zit dat eigenlijk?” Vercauteren liet ZET zijn handheld zien en daar stond inderdaad te lezen dat ZET ging samen wonen met mijnheer X.
ZET viel een beetje uit de lucht.
“U bent verkeerd ingelicht mijnheer Vercauteren, X is de man van wie ik huur. Ik huur dit pand namelijk al twee jaar van hem. Ik ga helemaal niet met mijnheer X samenwonen.”
“Kan u mij uw bankrekening laten zien met de betalingen van de huur?”
ZET stelde alleen de volgende vragen in zijn hoofd en niet luidop omdat ze misschien verkeerd zouden kunnen begrepen worden.
ZET opende zijn telefoon en liet een resem betalingen zien aan mijnheer X.
Wijkagent Vercauteren nam een foto van de overschrijvingen en keek naar de boeken en documenten die op een van de tafels open lagen. Het waren documenten over politiek.
“Wat doet u eigenlijk mijnheer ZET? Waarom komt u in de stad wonen?”
ZET nam enkele minuten breinpauze vooraleer te antwoorden.
“Wel mijnheer Vercauteren, ik zal eerlijk zijn met u. Ik bereid hier een nieuwe satirische politieke partij voor. Ik vind u zo’n aangename man dat ik over drie jaar graag als burgemeester van Antwerpen uw baas zou willen zijn. En dat kan alleen maar als ik in Antwerpen woon.”
Voor zij die ZET kennen, zal zijn cynisme geen verrassing zijn.
Agent Vercauteren knipperde even met de ogen.
Ook hij laste een breinpauze in.
“Dan zal het nu wel in orde zijn mijnheer ZET. Ik maak mijn verslag en dat gaat dan naar de stad, en zij beslissen verder.”
In wat eerder als een ongemakkelijke stilte kan beschreven worden namen beide heren afscheid van elkaar.
De stilte bleek een voorbode voor een nieuwe storm.
Op 20 maart 2026 werd ZET gecontacteerd door mijnheer X, de verhuurder van het pand.
“Ik heb een brief gekregen van de politie in mijn bus, dat ik hen moet contacteren per mail om een afspraak te maken in verband met het pand”, zei mijnheer X tegen ZET.
Vreemd, dachten beide mannen.
En het zou nog vreemder worden.
En wel een dag later, zaterdag 21 maart 2026.
Bezoek 3
Om 15.20 uur sleurde ZET net enkele dozen wijn de straat over naar de voordeur van het pand. Hij stond de deur te openen met de wijn tussen zijn benen toen een agent van de politie per fiets kwam aangereden en zich parkeerde naast ZET.
“Moet u hier zijn, mijnheer?”, vroeg ZET.
“Jazeker, ik zoek een zekere ZET”, antwoordde de agent.
“Dat ben ik mijnheer”, antwoordde ZET. “Hoe kan ik helpen?”
“Ik moet controle komen doen, mijnheer ZET. Mijn collega is even afwezig. En ik kom onderzoek doen.”
“Oei, voor de derde keer controle?”, vroeg ZET.
“Dat klopt mijnheer”, antwoordde de agent.
ZET nam de tweede wijkagent mee naar binnen.
“Ja, wat is dat hier allemaal”, begon de tweede wijkagent onmiddellijk.
ZET: “Wat bedoelt u?”
“Ja, u kan hier toch niet wonen? Dit is een zaal?”
ZET: “Ik ben bang dat ik u niet begrijp?”
“Kijk mijnheer niemand woont zo. Ik kom nogmaals zien of u hier werkelijk wel woont, want dit is niet hoe iemand woont.”
ZET: “Mijnheer de wijkagent, verschoning, maar ik denk niet dat ik op mijn leeftijd moet wonen op ‘de manier die u als wijkagent’ meent voor mij te moeten kiezen.”
De tweede wijkagent was even stil en zei iets vreemds.
“Ik weet dat ik maar een wijkagent bent, maar meer kan ik niet zijn door mijn lichamelijke gesteldheid, want die is niet goed”.
Zonder in satire te vervallen meende ZET het getroffen te hebben met twee wijkagenten die allebei onderhevig waren aan een of ander lichamelijk ongemak, dat zo groot moet zijn, dat ze beiden niet anders konden dan erover te praten met mensen die zij dienden te controleren.
“Kijk, mijnheer ZET, wij weten alles over U. Wij weten dat u nog getrouwd bent. Wij vragen ons af wat u in de stad komt doen. Kom toon mij eens uw tandenborstel en uw bed!”
Het was 14.30 en ZET verwachtte om 15 uur een 10-tal mensen voor een geplande vergadering over het satirische blad ‘tScheldt bij hem thuis. Vandaar de wijn. ZET had zijn bed die ochtend dichtgeklapt en had net zijn toilet opgefrist en zijn tandenborstel in een etui in een zak gestoken naast zijn opgeplooide bed in de veranda.
“Ha, dat is niet goed hé, mijnheer.”
“Uw tandenborstel moet in uw badkamer liggen, hé”.
ZET keek de tweede wijkagent doordringend aan.
“Mijnheer de tweede wijkagent, wat is uw probleem eigenlijk?”
“Wij weten dat u dit adres hebt genomen om u te onttrekken aan uw schuldeisers!”
ZET: zwijgend: “Excuseer?” “Kan u mij even vertellen wie mijn schuldeisers zijn?”
“Nee, dat kan ik niet, maar u wil hier ontkomen aan uw schuldeisers.”
ZET: “Vriend, kijk om u heen, ziet het er hier naar uit dat ik hier tracht te ontkomen aan schuldeisers? Er hangt hier voor een slordige 40.000 euro aan schilderijen aan de muur (mede dankzij de Leickert die er hing, een schilderij dat na verschijning van dit artikel onmiddellijk vervangen werd). Trouwens, u heeft ergens iets horen waaien waarschijnlijk, dat ik inderdaad een deurwaarder aan de deur heb gehad met een dwangsom van 250.000 euro wegens een artikel op ‘tScheldt. Maar dat wil niet zeggen dat ik dat moet betalen.”
“Natuurlijk, moet u dat betalen. Als de deurwaarder geweest is, moet u dat betalen. Ik weet dat goed genoeg want ik ga vaak mee met deurwaarders”.
ZET: “Mijnheer de tweede wijkagent, die 250.000 euro dwangsom die u waarschijnlijk heeft horen waaien, is het gevolg van een proces waarvan je niet weet dat er een proces bezig is, een proces waarbij je je niet kan verdedigen…”
De tweede wijkagent onderbrak ZET.
“U liegt. Dat bestaat niet in België. Als er een proces is kan iedereen zich in België verdedigen.”
ZET wist toen meteen wat voor wijkagent hij in de kuip had.
ZET: “Mijnheer sta me toe even uit te leggen wat een éénzijdig verzoekschrift is en een beschikking waarin een dwangsom staat beschreven.”
ZET legde aan de tweede wijkagent uit dat bij een eenzijdig verzoekschrift de aangeklaagde partij niet weet dat er een rechtszaak was, dat een beschikking bij ‘tScheldt ondertussen een gekend gegeven is omdat het door de rechter opgelegde maatregelen bevat die moeten uitgevoerd worden op straffe van een dwangsom”.
“Zo’n beschikking, mijnheer de agent, bevat voorwaarden. In het gevalletje van de dwangsom van 250.000 euro bij ‘tScheldt meent de tegenpartij dat ‘tScheldt zich niet aan de voorwaarden heeft gehouden. Daarom heeft zij een deurwaarder gestuurd, om de volle 250.000 euro te betalen. Iets wat ik niet moet betalen, want dat moet eerst voorkomen bij een beslagrechter.”
“Dat is niet waar. Een deurwaarder komt alleen bij u met een vonnis van zaken ten gronde.”
ZET keek de tweede wijkagent vragend aan.
ZET: “Werkelijk man, is dit hoe jij dit hier gaat spelen? Jij komt hier binnen, met een zeer ernstige beschuldiging, én je gaat hier gewoon het licht ontkennen in zaken waar jij duidelijk geen barst van afweet? Meen je dat nu?”
“Kan me allemaal niet schelen. Ik maak straks gewoon mijn verslag en zal er alles in zetten wat ik gezien heb. Dat gaat naar mijn collega en wij komen 5, 6 of 7 keer terug om u te controleren.”
ZET: “Ik bedenk net dat ik uw naam niet gevraagd heb.”
“Hier staat mijn naam”. De tweede wijkagent boog voorover en liet zijn borst zien met een label, waarop mooi genaaid, de naam ROTTY te lezen stond.
Het brein van ZET dat ondertussen van standje cynisch naar sarcastisch was overgeslagen, zei monkelend: “Ha zo mijnheer ROTTY, sta me toe te zeggen dat ik de eerste drie letters van uw naam in het bijzonder met u associeer.” Niet meteen fijngevoelig, maar daarvoor was het water ondertussen te diep geworden.
“Ik zie dat u gefrustreerd bent”, zei mijnheer ROTTY.
ZET: “Mijnheer ROTTY, ik krijg binnen enkele minuten 10 gasten over de vloer en u komt me hier zomaar even beschuldigen van schuldeisers te willen ontlopen door hier te komen wonen, in een pand dat ik notabene al twee jaar huur. Een mens zou voor minder gefrustreerd zijn?”
Terwijl hij het zei besefte ZET plotseling dat er misschien meer aan de hand was.
ZET: “Zeg, vriend, gaat dit eigenlijk wel over zogenaamde schuldeisers, of gaat dat over die satirische politieke partij die hier wordt opgericht??”
Wijkagent ROTTY keek alsof hij een potlood had ingeslikt.
“Dat kan ik u niet zeggen. Maar wij weten alles over u.”
ZET: “Weet u wat mijnheer ROTTY, het wordt tijd dat u hier opkrast. Kom vertrek maar. U heeft opnieuw bewezen hoe veel slechte mensen er op deze wereld rondlopen.”
“Ik zet het allemaal in mijn verslag mijnheer ZET”
Mijnheer ROTTY ging buiten op zijn fiets zitten toen de twee eerste gasten van ZET aan kwamen gewandeld.
Ze hoorden de discussie tussen ZET en ROTTY.
ZET legde in het kort uit dat wijkagent ROTTY hem net het genoegen had verschaft hem te komen beschuldigen van een misdrijf.
Agent ROTTY maakt misbaar omdat er plots twee andere mensen waren bij gekomen.
ZET: “Ga nu niet onnozel doen hé mijnheer ROTTY, dat is toch de beschuldiging die u hier kwam maken?”
Agent ROTTY antwoordde enigszins bedremmeld: “dat heb ik inderdaad gesuggereerd”.
Waarop ZET de gevleugelde woorden sprak: “Dan denk ik dat het tijd is dat het u het afbolt. Kom hup, vertrek maar!”
Waarop agent ROTTY langzaam de straat uitreed.
Hij passeerde daarbij symbolisch het sluikstort onder één van de ramen van ZET.
Een sluikstort midden in de stad.
Een sluikstort waar ZET al 6 keer klacht voor had ingediend bij de stad.
Terwijl agent ROTTY wegreed op zijn fiets bedacht ZET dat mocht hij een buitenlandse aangelande geweest zijn hij al lang een domicilie had gehad in Antwerpen.
ZET prees zich daarbij geprivilegieerd omdat er al weken lang twee agenten bezig waren met zijn domicilie, en dat ze hem zoals agent ROTTY zei nog 5, 6 tot 7 maal zouden komen controleren. Wat een luxe! Wat een ijver! Wat een vastberadenheid!
Stel nu, dacht ZET dat die agenten de tijd die ze in zijn domicilie hadden gestoken, hadden gestoken in de zoektocht naar de sluikstorters die elke dag hun vuil komen kappen in de straat van ZET.
Maar dat is natuurlijk een foute gedachte.
**
Illustratie: Agent Rotty
**
Noot voor de rechterlijke macht: Er werd eerst gevraagd aan wijkagent Rotty of hij mocht gefotografeerd worden. Dat mocht van wijkagent Rotty. Wijkagent Rotty gaf aan geen probleem te hebben met een artikel in ‘tScheldt.
**
Je kan ‘tScheldt op 4 manieren steunen, nee vijf eigenlijk, door:
- een bedrag naar keuze te storten op rekening: BE11 4310 7607 5248 (graag met vermelding ‘steun’ en je email zodat we je kunnen bedanken), of
- door (al dan niet anoniem) te steunen via: steunactie, of
- door een abonnement te nemen of te vernieuwen via deze link, of
- via onze internationale Go Fund Me-pagina, klik HIER, of
- door een schietgebed richting Hemel te sturen