Degeneratie van regimejournalistiek: ‘journalist’ Mark Eeckhaut van De Standaard betrapt op 12 fouten in 8 paragrafen

Het is me wat met de Regimepers deze dagen. Het niveau van de gesubsidieerde journalistiek is zodanig aan het imploderen dat de journalistiek zich als een Elon Musk raket langzamerhand buiten de dampkring van de democratie begeeft.

Het is pas als je zelf meegezogen wordt in de vaart der mediatieke gebeurtenissen dat je merkt dat de pers niet meer in staat is feit van fabel te onderscheiden. Erger nog, de ‘journalist’ put uit eigen verzuchtingen en persoonlijke belangen om de feiten zodanig aan te dikken, te vervagen of te vervalsen dat het resultaat van het journalistieke werk geen journalistiek meer is maar een perverte vorm van marketing.

Dat gaf de uitgever van De Standaard, het Mediahuis, eerder deze week zelf toe. De directie van het Mediahuis wil namelijk haar extreem hoge lonen en bonussen vrijwaren. Dus gaan ze heel wat volk gewoon buitengooien. Dat wordt als volgt verantwoord: “We evolueren van een organisatie met een focus op merken, naar een marketingorganisatie die is gebouwd rond specifieke digitale expertise-centers. Deze maken het mogelijk om de aanwezige kennis, over de vier titels (De Standaard, Het Nieuwsblad, GVA en HBVL – nvdr) heen, maximaal te benutten”, aldus Koen Verwee, de CEO van Mediahuis België. Heeft u het woordje ‘nieuws’ of ‘journalistiek’ ergens gelezen in de ronkende woordenpap van deze CEO?

Dat het al lang niet meer over nieuws of journalistiek gaat bewees de verslaggeving van de Regimepers over het proces van de Staat tegen ‘tScheldt deze week.

De artikels van de Regimepers over dit proces zijn geen journalistieke artikels, het zijn kleine persoonlijke dagboekbriefjes van ‘journalisten’ die de kans schoon zien om ‘tScheldt eindelijk op haar plaats te zetten. Waarom? Omdat ‘tScheldt natuurlijk al een tijdje op de kap zit van de Regimepers. ‘tScheldt gebruikt daarvoor een beproefde literaire techniek, namelijk die van satire. ‘tScheldt zet inderdaad op regelmatige tijdstippen ‘journalisten’ in hun blootje. Waarom? Omdat journalisten vandaag de dag geen journalisten meer zijn maar waarheidsambtenaren betaald door de overheid.

Ssssst. We stellen geen vragen

Geen enkele gazet, maar dan ook geen enkele, publiceerde nog maar één kritische bedenking bij wat de Staat uitvoert tegen ‘tScheldt. Men mag zeggen en schrijven van ‘tScheldt wat men wil, maar het willoos overpennen van het discours van de overheid, dàt is beschamend.

Het proces van de overheid tegen ‘tScheldt deze week is gebaseerd op drie huiszoekingen. Niet bij een drugscrimineel. Niet bij een roofovervaller. Niet bij een auto-omkatter. Wel huiszoekingen in een kantoor van ‘tScheldt én bij een medewerker die 10 jaar voor The Wall Street Journal heeft gewerkt en dus kan gecatalogeerd worden als journalist.

Alleen al daarbij zou een rechtgeaarde pers vragen moeten stellen.

De overheid nam alles wat ze kon vinden in beslag, ook tientallen kaften met bronnen voor verhalen en artikels.

Alleen al daarbij zou een rechtgeaarde pers vragen moeten stellen.

De overheid maakte een ca 5000 blz tellend dossier gevuld met privé-communicatie tussen een ‘tScheldt medewerker en zijn vrouw, zijn kinderen, werknemers en medewerkers van ‘tScheldt. Dit dossier belandde bij Humo en De Morgen nog voor iemand van ‘tScheldt voor de rechtbank stond.

Alleen al daarbij zou een rechtgeaarde pers vragen moeten stellen.

De overheid eist 8 maanden cel en 8000 euro boete voor het publiceren of laten publiceren van 1 artikel en 1 foto. De overheid slaagde er niet in 1 zin uit het kwestieuze artikel te halen dat wijst op racisme. Dit gaat dus hoogstens over een persmisdrijf en niet om een correctioneel misdrijf.

Alleen al daarbij zou een rechtgeaarde pers vragen moeten stellen.

Mark Eeeeeeeeeeeeeeeeekes Eeckhaut

Buiten het feit dat de Regimepers als pers schichtig wegkijkt van het absolute machtsmisbruik van de overheid tegenover ‘tScheldt is er nog de individuele verantwoordelijkheid van de journalist.

De verantwoordelijkheid van bijvoorbeeld Mark Eeckhaut, ‘journalist’ van De Standaard. U vindt het abominabele opstelletje van Marc Eeckhaut over het proces tegen ‘tScheldt door HIER te klikken.

Er werd intussen een Recht van Antwoord gestuurd naar De Standaard. Een zichzelf respecterende uitgeverij zou dat natuurlijk zonder omhaal publiceren. Niet alleen vanwege de balans in de journalistiek. Maar ook omdat het verplicht wordt door de wet. Althans toen de wet nog de wet was. Nu is de wet een scheurkalender voor mensen, groepen en instellingen in de macht die te pas en te onpas het juiste scheurblaadje gebruiken om hun macht te bestendigen of gewoon om lekker veel geld te verdienen. Zoals De Standaard (DS), die eigenlijk leeft van overheidssubsidies. Natuurlijk gaat DS de overheid, hun broodheer, niet in de hand bijten door irritante Rechten van Antwoord.

Mark Eeckhaut, zo schrijft De Standaard zelf over haar sterjournalist, “is redacteur bij De Standaard, gespecialiseerd in misdaad en terrorisme”.

Dat is alsof de uitgeverij van Kuifje schrijft dat Kapitein Haddock de woordvoerder is van de Anonieme Alcoholisten.

Uiteraard is Eeckhaut niet gespecialiseerd in misdaad en terrorisme anders zou hij het infantiele proces van de overheid tegen ‘tScheldt niet mogen coveren. Titels en functies bij De Standaard zijn het equivalent van lucht, exact wat CEO Koen Verwee deze week toegaf. Alles is marketing, marketing is alles bij De Standaard.

12 fouten in 8 paragrafen

Hoe vertaalt zich dat bij Mark Eeckhaut? Door niet minder dan 12 fouten of onzorgvuldigheden te publiceren in een artikel van slechts 8 paragrafen.

We nemen U voor de lol even mee doorheen het artikel van Mark Eeckhaut om te illustreren wat het niveau van de journalistiek tegenwoordig is.

We beginnen met de titel:

’t Scheldt op de beklaagdenbank wegens aanzetten tot haat tegen ex-woordvoerster Open VLD

Fout één: het is ‘tScheldt en niet ’t Scheldt
Mark Eeckhaut begint zijn briljante artikel met een knal van een fout. Hij schrijft de naam van ‘tScheldt verkeerd. Heeft het dan eigenlijk zin om het artikel nog te lezen? Eigenlijk niet. We gaan voor de lol toch verder omdat we slechts op de eerste trede staan van de afdaling in de journalistieke riolering van De Standaard.

De Standaard vervolgt:

Gert Van Mol, de uitgever van de “satirische” website ’t Scheldt, staat samen met twee lezers terecht wegens aanzetten tot haat en geweld tegen de voormalige Open VLD-woordvoerster Zelfa Madhloum. Van Mol riskeert acht maanden cel.

Woho. Herinnert u zich de Reuzegommers nog? Dat waren van die rijkeluiszonen die een collega vol visolie goten en lieten sterven in een zelfgegraven put. Heeft u ooit hun namen gelezen in De Standaard? Nee hoor. Maar de naam van de persoon die men ervan verdenkt eigenaar te zijn van ‘tScheldt, ‘Gert Van Mol’, die naam wordt voluit gepubliceerd.

Eertijds toen er in Vlaanderen nog aan journalistiek gedaan werd, werd de naam van een verdachte, NOOIT voluit geschreven. Alleen de initialen werden vermeld. Van Mol is nog niet veroordeeld. Zijn naam had dus geanonimiseerd moeten worden. Of weet De Standaard meer? Het is niet ondenkbaar dat De Standaard reeds op de hoogte werd gebracht dat Van Mol zonder dat hij het weet al veroordeeld is. Zo werkt justitie nu eenmaal vandaag in Vlaanderen. Justitie en DPG-Media of Mediahuis zijn communicerende vaten geworden om het discours van de overheid in de hoofden van de bevolking te rammen, dag in dag uit. Van Mol en zijn advocaten moeten in ieder geval nog wachten tot 27 februari op de veroordeling.

Het Nieuwsblad, de zusterkrant van De Standaard, gebruikte wel initialen. Ze had het over ‘G.V.’ Het feit dat Marc Eeckhaut dat expliciet niet doet wijst op andere motieven dan zuiver journalistieke. Zoals? Brandmerken.

Bovendien. Mark Eeckhaut schrijft dat de 3 heren terecht stonden voor “aanzetten tot haat en geweld”Een handige onnauwkeurigheid natuurlijk. Want het ging om “aanzetten tot haat”. De toevoeging ‘geweld’ vond Mark wel lekker klinken in het kader van ‘tScheldt.

De Standaard:

Gert Van Mol, de uitgever van ’t Scheldt – die overigens hardnekkig blijft ontkennen dat hij de uitgever is – en twee lezers die reageerden op een artikel over de voormalige Open VLD-woordvoerster Zelfa Madhloum, zaten deze namiddag samen in Mechelen op de beklaagdenbank.

Mark Eeckhaut bewijst met dit zinnetje dat hij geen journalistiek wil bedrijven maar dat hij wil afrekenen met de vermaledijde Van Mol die hij verantwoordelijk acht voor het slopen van de goede naam en faam van bevriende journalisten. Feiten doen er niet meer toe. Integendeel, feiten zijn boeien die Mark Eeckhaut het liefst met zijn journalistieke speedboot passeert op weg naar zelfbevlekking achter zijn computer.

Gert Van Mol moet helemaal niets hardnekkig ontkennen. De naam van de verantwoordelijke uitgever van ‘tScheldt staat al jaren prominent op de website van ‘tScheldt. Het gaat om Dhr. John Wolf. We sturen vanuit de redactie van ‘tScheldt het boekje “De natuur en haar dieren” naar Mark Eeckhaut zodat hij het onderscheid kan opzoeken tussen wolf en mol.

De Standaard:

In mei 2020 publiceerde ’t Scheldt een artikel waarin Madhloum zwaar op de korrel werd genomen. Het artikel was – zoals alle artikels op ’t Scheldt – anoniem geschreven. Ze werd een “sjoemelpoppemie” genoemd, een bedrijf dat ze oprichtte werd als “spookbedrijf” bestempeld.

We kunnen ons zo voorstellen dat Mark Eeckhaut al onanerend achter zijn computer zit en zich een breuk zoekt naar woorden en zinnen waarmee hij ‘tScheldt in een slecht daglicht kan stellen want dat levert deugpunten op in de bovenwereld. Niet in het minst in het subsidiecircuit van Zelfa Madhloum dat in essentie hetzelfde subsidiecircuit is als waar De Standaard zich in wentelt. Het is alleen dankzij de honderden miljoenen aan subsidies dat Mediahuis, de uitgever van De Standaard, de ene krant na de andere in Nederland en Ierland kan opkopen en de bonussen kan blijven betalen van de Verwees, de Van Geels en de Ysebaerts, de gekostumeerde bankrekeningen die eigenlijk bepalen wat er in De Standaard verschijnt. En die ondanks al die miljoenen aan subsidies de afgelopen weken tientallen mensen die jarenlang voor Mediahuis hun kazak hebben afgedraaid gewoon de laan hebben uitgestuurd. Waarom? Omdat “Mediahuis evolueert naar een marketingorganisatie die is gebouwd rond specifieke digitale expertise-centers”. Herinnert u zich de nietsbetekenende woorden van Koen Verwee in het begin van dit artikel? Lachen toch?

Even terug naar Mark Eeckhaut:

Het artikel was – zoals alle artikels op ’t Scheldt – anoniem geschreven.

Zou De Standaard over de boeken van Stijn Streuvels geschreven hebben dat deze boeken ‘anoniem’ geschreven zijn? Natuurlijk niet. Stijn Streuvels was een pseudoniem. In het echt heette Stijn Streuvels “Franciscus Petrus Marie Frank Lateur” in het kort Frank Lateur. Hij was een jonge bakker die ervoor koos om onder pseudoniem verhalen te schrijven, allicht om niet in eerste instantie verketterd te worden door het oerconservatieve katholieke ultramontaanse milieu waarin hij opgroeide.

De medewerkers van ‘tScheldt schrijven al 27 jaar onder pseudoniem. Waarom? Om diverse redenen. Om bijvoorbeeld hun job niet te verliezen. Talrijk zijn de journalisten van grote kranten die meewerkten aan ‘tScheldt. Ze schreven artikels die ze in de eigen krant niet kwijt konden. Onder geen beding zouden zij onder eigen naam artikels publiceren in ‘tScheldt. Jarenlang schreef een hooggeplaatste geestelijke artikelen in ‘tScheldt. Moest hij dat onder eigen naam gedaan hebben had er een basiliek zonder priester gezeten. Wie denkt u dat het kwestieuze artikel over Zelfa Madhloum schreef, de basis voor het proces waarvan in dit artikel sprake? Niet Gert Van Mol. Nee, de auteur is een hooggeplaatste ambtenaar in Vlaanderen die al meer dan 15 jaar artikels schrijft voor ‘tScheldt. Godzijdank dat hij zijn Zelfa Madhloum artikel onder pseudoniem schreef. Of hij was zijn baan kwijt. Nog redenen? Om niet vervolgd te worden. Of om geen huiszoekingen te verduren te krijgen. Of om niet gearresteerd te worden. Allemaal zaken die enkele ‘tScheldt-medewerkers overkwam omdat hun naam wél gekend was bij het gerecht.

Mark Eeckhaut laat zich dus kennen als journalistiek drek door het riedeltje van de ‘anonimiteit’ verder te cultiveren. In plaats van als een echt journalist de feiten weer te geven en aan te geven dat het bij ‘tScheldt om pseudoniemen gaat. Waarom doet hij dat? Omdat het woord ‘pseudoniemen’ een positieve connotatie heeft en ‘anoniemen’ een negatieve connotatie. Waarom heeft ‘anoniem’ een negatieve connotatie in het ziekelijke journalistieke milieu van Eeckhaut? Omdat iemand die anoniem schrijft niet ter verantwoording kan geroepen worden.

Net daarvoor heeft de wetgever ooit het concept ‘verantwoordelijke uitgever’ bedacht. Dat is een concept speciaal uitgevonden om auteurs te beschermen! Met name auteurs die om verschillende redenen niet onder eigen naam zaken wensen uit te brengen, denk aan klokkenluiders. Om deze auteurs te beschermen kan en mag een krant een ‘verantwoordelijke uitgever’ hebben die niet noodzakelijk zelf schrijft. Hij of zij kan echter aangesproken en ter verantwoording geroepen worden voor de artikels van de auteurs die hij middels zijn ‘functie’ beschermt.

Heeft ‘tScheldt een verantwoordelijke uitgever? Ja, de beroemde John Wolf. Zie hierboven.

Moet ‘tScheldt een verantwoordelijke uitgever hebben? Nee! Waarom niet? Omdat ‘tScheldt een website is. Een website moet van de Vlaamse Overheid GEEN verantwoordelijke uitgever hebben. Alleen gedrukte media moeten een verantwoordelijke uitgever hebben.

Toch heeft ‘tScheldt een verantwoordelijke uitgever. Waarom? Om de auteurs te beschermen.

Het spelletje dat Mark Eeckhaut in De Standaard speelt door te stellen dat ‘tScheldt ‘anoniem’ is, is dus een vorm van kwaadaardige journalistiek ingegeven door de zoektocht naar zoveel mogelijk negatieve connotaties.

De Standaard:

“Haten is niet strafbaar, maar aanzetten tot haat wel”, zei de aanklager dinsdag. Volgens hem was aanzetten tot haat wel degelijk wat Gert Van Mol en ’t Scheldt deden in het artikel. “Als foto bij het artikel heeft ’t Scheldt een foto van Madhloum uitgekozen tijdens een bezoek aan Irak. Zelfa Madhloum is afkomstig uit Irak. Op de foto is ze te zien in traditionele kledij. Ze draagt een chador en is omringd door mensen in chador. Waarom net die foto? Er zijn veel foto’s van haar in westerse kledij, deze foto is een uitzondering. De gevoelens die deze foto zal oproepen bij de lezer, zijn zeer voorspelbaar. De perceptie wordt gecreëerd dat ze niet geïntegreerd is. Als het er ’t Scheldt niet om te doen was om tot haat op te roepen, had men wel een andere foto gekozen.”

Beste lezer, als er één ding is dat u van dit artikel moet onthouden dan is het wel bovenstaande paragraaf. In deze paragraaf zegt het Openbaar Ministerie letterlijk WELK SOORT foto ‘tScheldt had moeten publiceren om NIET VERVOLGD te worden. Laat dit even tot u doordringen.

Het Openbaar Ministerie is uiteraard niet het Openbaar Ministerie. Het is het persoonlijke brein van ene Philippe Van Ingelgem. Hij mocht van de overheid op zijn deur in het gerechtsgebouw van Mechelen een koperen bordje hangen waarop staat gedrukt: “Openbaar Ministerie”. Dat is dus geen Ministerie waar slimme hoofden tot consensus komen over maatschappelijk belangrijke dingen. Nee, het is letterlijk één broekventje, nauwelijks de pampers ontgroeid dat geheel zonder controle zijn eigen persoonlijke wereldbeeld mag opleggen aan de maatschappij. In zijn wereldbeeld horen 4 blanke boomers die een spandoek vasthouden waarop staat ‘stop islamisering’ in de gevangenis. Dus veroordeelt hij hen tot 6 maanden cel effectief. Dat kan allemaal. Gelukkig werden deze 4 in Hoger Beroep helemaal vrijgesproken. Maar in aanhef heeft Philippe Van Ingelgem onbeperkte macht om elke enge naargeestige gedachte in zijn brein tot op het bot uit te voeren en te realiseren. Hij heeft immers de macht om gewapende agenten aan te sturen en invallen te organiseren in huizen van bijvoorbeeld satiristen van ‘tScheldt.

Wat Mark Eeckhaut betreft. Moest hij een echte journalist geweest zijn, was hij opgestaan en had hij in zijn artikel zijn afschuw geuit over dat wat hier in de rechtbank gebeurde. Het moet voor een échte journalist ondraaglijk zijn te vernemen dat een procureur des konings letterlijk zegt dat een medium moet kiezen voor foto’s van een vrouw in westerse kleding (want dat was wat de procureur zei in de rechtszaal) om NIET vervolgd te worden.

Maar ja. Mark Eeckhaut is dan ook geen echte journalist.

De Standaard:

Rudy J. en Danny T., twee lezers van ’t Scheldt, lieten zich in elk geval ophitsen. “Vlaanderen verenigt u en vecht voor uw land”, schreef J. onder de foto. T. ging nog verder. “Zonder pardon afknallen, dat achterlijk hoerenvolk”, schreef hij.

Fantastisch toch. Mark Eeckhaut noteert dat er drie verdachten zijn: Rudy J., Danny T. en Gert Van Mol

Twee mensen met initialen. Eén iemand met naam voluit. Zoals gezegd. Geen journalistiek. Maar een vorm van journalistieke afrekening.

De Standaard:

In zijn verhoor bij de politie zei T. later “dat hij gehackt was”. J. zei op het proces dat hij een overtuigde N-VA’er was en met zijn reactie Open VLD viseerde, niet Madhloum. Maar voor de aanklager was het duidelijk. “Het medium had de reacties kunnen uitschakelen of verwijderen, maar dat heeft het niet willen doen. De wens was om haat op te wekken. Het is een business model.” Voor Van Mol vroeg de aanklager acht maanden cel met uitstel en een boete van 8.000 euro. Voor J. en T. vroeg hij een maand voorwaardelijk.

Mark Eeckhaut faalt, uiteraard bewust, om het wederwoord te publiceren. Alle artikels over Zelfa Madhloum en alle commentaren werden en zijn verwijderd. Het is voor De Standaard belangrijker de verifieerbare leugens van Openbare Aanklager, Philippe Van Ingelgem, het maatje van Mediahuis, languit te publiceren, dan de feiten weer te geven.

Wat ‘haat’ betreft bewijst Mark Eeckhaut zijn opdrachtgevers lippendienst door ook hier het weerwoord bewust niet te publiceren. Uiteraard is het niet de wens van ‘tScheldt om haat op te wekken. En uiteraard is haat geen businessmodel. Integendeel. Het adagio van ‘tScheldt is: ‘shaming government and individuals into improvement’. De satire van ‘tScheldt is deze van Juvenalis, met andere woorden deze satire kan hard, scherp en ongemakkelijk zijn, maar is geen vorm van haat.

Het komt Eeckhaut uiteraard goed uit om van ‘haat’ het centerstuk van zijn betoog te maken. Hoe meer ‘tScheldt geassocieerd wordt met ‘haat’, hoe liever de bazen van Mediahuis het horen. Het is namelijk de verzuchting van de broodheren uit de politiek om ‘tScheldt de mond te snoeren. Daar hoort niet alleen het proces van deze week bij, maar ook de bijhorende fabeltjes in de Regimepers. En Mark Ecckhaut? Tja, dat is de slang die listig meeglijdt in het bad van de dictatuur.

De Standaard:

’t Scheldt is het geesteskind van de Antwerpse Vlaams-nationalist Bert Murrath. Na diens dood in 2018 werd het voor een appel en een ei overgenomen door de omstreden mediaconsultant Gert Van Mol. Hij had grootste plannen en wilde als eerste in Vlaanderen aan third party political advertising of black PR doen. Dat komt erop neer dat de reputatie van zakelijke of politieke rivalen anoniem wordt besmeurd op basis van fake news. Omdat de auteurs van ’t Scheldt anoniem schrijven en er geen officiële verantwoordelijke uitgever is, kon niemand ter verantwoording worden geroepen voor de onwaarheden die in ’t Scheldt verschijnen. Zakenman Erik Van der Paal was in het begin een financier en inspirator, maar hij hield het na een tijd voor bekeken. Naar eigen zeggen kon hij zich niet verzoenen met de nietsontziende aanpak van Van Mol.

Man, man, man. Third Party Political Advertising (TPPA) en Black PR zijn twee totaal verschillende mediaconcepten. Mark Eeckhaut klutst ze door elkaar alsof hij er niets van kent. Hij kent er dan ook niets van.

TPPA is een Amerikaanse advertentietechniek die niets met fake news te maken heeft. Het gaat om belangengroepen die een bepaalde politieke kandidaat via advertenties ondersteunen buiten het eigen budget van de kandidaat om of zonder dat de kandidaat de campagne bestelde.

VTM en VRT weigeren TPPA-campagnes. Waarom? Omdat ze zelf hun advertenties werven. In Amerika is het mogelijk dat een belangengroep rond een bepaald thema een campagne maakt om deze of gene kandidaat te steunen terwijl die kandidaat geen link heeft met de belangengroep.

‘tScheldt zou een TPPA-campagne wel aanvaarden. Dat zouden bijvoorbeeld advertenties kunnen zijn van een groep die elektrische auto’s produceert en in een reclamespot zegt dat ze politica X steunt omdat zij, indien gekozen, ervoor zal zorgen dat er meer elektrische auto’s kunnen gebouwd worden.

Wat dit in godsnaam met ‘fake news’ te maken heeft is ons een raadsel.

Of wacht, het is geen raadsel. Het is Mark Eeckhaut die in zijn boekje van ‘woorden met negatieve connotaties’ plots de woordjes ‘fake news’ ziet staan.

En hoe beter ‘tScheldt te demoniseren dan het te koppelen aan ‘fake news’?

Hopla, weer deugpunten voor Mark!

Nog een detail uit de bovenstaande paragraaf:

“Zakenman Erik Van der Paal was in het begin een financier en inspirator, maar hij hield het na een tijd voor bekeken. Naar eigen zeggen kon hij zich niet verzoenen met de nietsontziende aanpak van Van Mol.”

Mark Eeckhaut en feiten. Moeilijk. Moeilijk. Moeilijk.

Het was andersom. De redactie van ‘tScheldt verbrak de relatie met Erik Van der Paal wegens een sloot aan onbetaalde facturen en een voortdurende inmenging om artikels van politieke vrienden te verwijderen of aan te passen. Niet alleen dat, de cocaïne-verslaving van Van der Paal maakte dat hij zich God waande. Hij praatte over de medewerkers van ‘tScheldt voortdurend in termen als: de losers van ‘tScheldt, de mislukkelingen, de onnozelaars, de krabbers… wel, we waren het beu. De redactie van ‘tScheldt heeft Erik Van der Paal met pek en veren buiten gedragen.

De Standaard:

“Russische toestanden”
Frank Scheerlinck, de advocaat van Gert Van Mol, ziet geen racisme en al zeker gaan aanzetten tot haat. “Het is satire. Het stuk drijft de spot met een politieke partij – de Open VLD – en de (toenmalige, red.) voorzitter Egbert Lachaert. Het gaat over de aanwerving van mevrouw Madhloum als woordvoerster. In het stuk staat geen enkele racistische zin. Is een foto plaatsen van iemand met een chador als illustratie bij een artikel aanzetten tot haat?” Scheerlinck antwoordde meteen zelf: “Er zit in dat artikel geen aanzetten tot haat. Het is pure vrije meningsuiting. Mag dat niet meer? Mag je niet over een publieke figuur op die manier schrijven?”

Volgens Scheerlinck is het simpel. “Het artikel is niet racistisch, de foto ook niet. Het artikel gaat in tegen de heersende klasse en het is een vorm van een politiek statement. Als uw rechtbank dit afkeurt, dan beknot u de vrijheid van meningsuiting.”

Lap, de enige paragraaf die nog iet of wat ordentelijk is.

De Standaard:

Van Mol sprak zelf ook. “Ik ben al veroordeeld. Ik ben door gewapende mannen uit mijn bed gehaald onder het oog van mijn vrouw en kinderen omdat ik een artikel en een cartoon heb gemaakt. Dat zijn toestanden zoals in Rusland. Ik ben geen racist, ik ben net tegen extreemrechts. ’t Scheldt is een verzetsmedium.” Uitspraak op 27 februari.

Hoe bijzonder. De haakjes doen alsof dit een letterlijk citaat uit de mond van Van Mol is. Wij waren in de rechtbank en hebben dit nooit horen zeggen door Van Mol. Van Mol evoceerde aan de rechtbank hoe de huiszoekingen in zijn werk gingen. We hoorden hem zeggen: “Ik vroeg aan de gewapende agenten: “Waarom valt u ons huis binnen?” Het antwoord was: “We zijn op zoek naar de auteur en een cartoonist van een artikel over Zelfa Madhloum”.

Dat is uiteraard heel wat anders dan wat Mark Eeckhaut hier als journalistiek verkoopt.

Conclusie

Het bovenstaande zou kunnen aantonen dat Mark Eeckhaut een journalistiek broddelwerkje in elkaar heeft geflanst om er snel van af te zijn. Maar het is in wezen veel erger.  De journalistiek wordt hier misbruikt. Er wordt niet geïnformeerd. Er is ook niet de intentie om te informeren. Er wordt een podium gecreëerd om de wil en de gedachten van de overheid te evoceren. Alsof een ballet wordt opgevoerd door een Nazi-bezetter. Mark Eeckhaut schrijft hoe schoon het ballet is. Maar vergeet te vermelden dat hij schrijft voor de bezetter.

Oh ja, U wist toch dat Mediahuis tot volle ontwikkeling kwam als collaboratie-uitgeverij? Laten we niet vergeten dat N.V. De Standaard na de oorlog een publicatieverbod van twee jaar kreeg wegens hand en spandiensten aan de Duitse bezetter. Het kapitaal dat toen dankzij de Duitse vrienden verdiend werd was zo massaal dat het loon van Mark Eeckhaut vandaag allicht nog betaald wordt van de interesten op het toen verzamelde kapitaal. Er was weinig schoons aan De Standaard in het verleden. Er is weinig schoons aan De Standaard vandaag.

**

STEUN de SATIRISCHE ONDERZOEKSJOURNALISTIEK van ‘tScheldt

**

Rechtstreekse storting:
BE11 4310 7607 5248
Referentie: ‘STEUN’ en eventueel uw emailadres zodat wij u kunnen bedanken

**

STEUN ‘TSCHELDT

**