Zoals een gepamperd kind de wereld moeilijker aankan, zichzelf door valse zelfoverschatting in wezen onderschat en gaat zeuren wanneer het sprookje afbrokkelt; zo hebben we de best wel gezonde democratie van weleer vetgemest met nijpende regels, kijvende instellingen en inperkingen van de vrije gedachte. Als een prematuur hangt de Westerse wereld aan het infuus van hysterische heil- en onheilstijdingen. De liberaal-parlementaire heilsmodellen scoorden niet echt op de smaakpapillen van de ‘ontwikkelingslanden’ en de onheilstrompet die het gevaar van radicaal rechts uit schalt klinkt verschaald. “We gaan het vertellen aan Europa, hoor”, “We willen per se boeten voor ons kolonialisme” of “We bellen Amerika wel als we worden aangevallen” scandeerden deugdenkers als voor de hand liggende remedies.
In de 18de eeuw gaven ‘The Founding Fathers’ van de Amerikaanse Republiek een andere invulling aan het begrip ‘democratie’ dan vandaag. De verlichte auteurs van de Grondwet en de Onafhankelijkheidsverklaring zoals Alexander Hamilton en John Adams hadden geen hoge dunk van democratie, maar die nu was nu eenmaal nodig om de aristocraten te kortwieken. Thomas Jefferson was dan wel voor gelijke rechten voor iedereen, in die zin dat die burgers beschikten over een competentie op vlak van schrijf- en leesvaardigheid, een historisch besef en een redelijke mate van deugdzaamheid. Daar vinden we vandaag wel minder van terug. Het ideaalbeeld van de democratie in de 18de eeuw kende drie aspecten: taal, individualiteit en het gevoel deel uit te maken van een groter verhaal. De drukpers die een massa kritische kranten naar de massa bracht speelde daarin een grote rol. Heel het sociale media-getoeter zou Hamilton wegzetten als een vorm van vulgusdemocratie. Wie hierover meer wil lezen raden we het boek ‘Denken voor de spiegel. Inspiratie van 18de-eeuwse filosofen’ (1999) van cultuurcriticus Neil Postman aan, in 1985 beroemd geworden met ‘Wij amuseren ons dood’.
Europese en Amerikaanse morele betweters beschaamd voor hun verleden, hakten de wortels van hun beschaving weg en vervolgden de eigen bevolking ten voordele van derden. Of men in Amerika nu Trump’s MAGA-beweging bejubelt of verafschuwt, een koerscorrectie was sowieso nodig, zo oordeelde de kiezer. Eén probleempje: die kiezer stemde fout, vonden de fatsoensrakkers van links die enkel nog links van zichzelf wilden staan, want zowel rechts als het centrum waren verkeerd. Hetzelfde gebeurde in Europa waar commissieleden met een rijke mensen-attitude zich boven de gewone mensen verheven voelen en hen om de oren slaan met nietszeggende morele scherpslijperij waaraan ze zelf niet voldoen.
Vandaag durven huisartsen nauwelijks een vrouwelijke patiënt te verzoeken zich uit te kleden om te vermijden van grensoverschrijdend gedrag en van professioneel misbruik te worden beschuldigd. De MeToo-bewustwordingscampagne verloor haar aanvankelijke noodwendigheid toen ze omsloeg in een paranoïde anti-mannenhetze. Resultaat? Een pak vrouwen vinden geen geïnteresseerde man meer. Hetzelfde fenomeen naar kinderen toe: buiten spelen is eng, want er lopen te veel vreemde mannen rond. Alles wat we eten of drinken is verdacht, want het zit vol suiker, asbest of virussen. Na 1 glas alcohol loop je best al even binnen bij het uitvaartcentrum om je vertrek te plannen om het enigszins gezellig te houden voor je familie en vrienden. Dat is wat losgeslagen medici ons diets willen maken.
Kortom, buitensporige bescherming leidt tot verweking. Privacy is verdwenen in de mist die camera’s spuien en op de digitale podia krioelt het van de waakhonden, hongerig naar vermeende foute meningen. Ondernemingslust wordt gesmoord in een orgie aan regels door klimaatgewonde ambtenaren en bedilzuchtige bestuurders. De overheid bruist van obesitas. De kleine burger wordt aangepraat dat zijn stem telt, terwijl hij of zij verzuipt in een wereld die het globale aanbidt en het persoonlijke herleidt tot een slogansticker op de modieuze jas.
Democratie is gepamperd maar de luier wordt niet ververst. U ziet het druipende beeld al voor u. Mensen keren zich af van de geperverteerde en bijgevolg onverteerbare karikatuur van democratie. Het illiberale denken is daarbij eenvoudigweg de bastaard die de ontaarde elite komt onttronen. Een bastaard gebaard van tussen de lendenen ener vleesgeworden faustiaanse haat tegenover het eigene. De essentiële democratie is gaandeweg ontdaan van haar essenties en versierd geraakt met holle retoriek over mensenrechten, solidariteit en tolerantie. Het tegendeel van deze waarden is realiteit geworden. Laten we wakker worden en van iets beters dromen. Een kloeke democratie heeft geen overbescherming van doen.
Gerard Van Clapdorp