Stad Aarschot en ‘tScheldt organiseren eerste officiële ‘lachzone’ op wandelkade

De burgemeester van Aarschot, Gwendolyn Rutten, staat bekend om haar humor en tomeloze inzet voor de Vrije Meningsuiting, vooral die Meningsuiting die liberaal en ‘Anders’ getint is.

Liesbeth Kleinmans, de stadsmarketingverantwoordelijke van Aarschot, contacteerde ‘tScheldt enkele maanden geleden om een brug te leggen tussen Gwendolyn Rutten en ‘tScheldt. Tot voor kort werd Rutten door ‘tScheldt beschouwd als een ietwat te sterk uitgedijde politica met soms vreemde luchtjes rond haar lijf.

Tijdens de eerste samenkomst met Rutten op het stadhuis van Aarschot trok Rutten onbeschaamd haar rok op en liet ze haar striemen en haar menopot zien. “Hier se, kijkt maar eens goed, mannen van de satirische schepping, kijkt maar eens goed naar mijn striemen en mijne menopot”.

De redacteurs van ‘tScheldt (te oud, te blank, te veel man en te veel fan van sterke drank) keken ongemakkelijk in het rond en durfden de lichamelijke ravage van Rutten niet meteen aan te kijken alsof het een landschapsonderzoek was.

Een van de redacteurs vroeg zacht: ‘Menopot, mevrouw??”

“Ja mannen, als je niet eens weet wat menopot is, ga dan thuis aardappelen schillen, hé’, zei een geïrriteerde Rutten.

“De menopot of de menopauzebuik, nooit van gehoord, of wat?”, vroeg Rutten.

Rutten liet haar rok zakken en plofte in haar burgemeestersstoel.

“Kijk, ik weet dat jullie graag lachen met mijn kont, maar kunnen we niet gezamenlijk het niveau van jullie blad ‘tScheldt wat optillen en ineens iets goeds doen voor de inwoners van Aarschot?”, zei Rutten gedecideerd.

De mannen van ‘tScheldt knikten beschaamd van ‘ja’.

“Als we nu eens een lachzone in Aarschot installeren, een plek waar onbeschroomd mag gelachen worden?”, suggereerde Rutten.

“Ja, maar mag daar dan ook gelachen worden met uw kont?”, vroeg ZET, de Zogenaamde Eigenaar van Tscheldt.

“Liever niet natuurlijk”, brieste Rutten, “maar ik ben wel zo vrijdenkend dat als mensen willen lachen met mijn kont, dat dat moet kunnen!”

Rutten zei het theatraal alsof ze de stichtingsakte van een nieuw land voorlas.

“Kijk, mevrouw Rutten…”

“Gwendolyn”, onderbrak Rutten de redacteur van ‘tScheldt, “zegt u maar gerust Gwendolyn!”

“Kijk, mevrouw Gwendolyn, wij lachen al eens graag met uw kont omdat dat de natuur is van een stel geperverteerde oude mannen zoals ons die natuurlijk heimelijk graag naar uw kont kijken in het parlement, omdat eerlijk gezegd de aanblik van uw kont waar voor ons geld oplevert, terwijl dat wat u meestal zegt, helemaal geen waar voor ons geld oplevert. Het is dus bijna een Darwiniaanse reflex die ons doet kijken naar uw bilstreek, en niet naar uw mondomgeving.”, zei de redacteur bedachtzaam.

“Wat mijn collega placht te zeggen, mevrouw Gwendolyn, is dat wij er niet aan kunnen doen. In onze hoofden zijn wij onschuldig, maar onze genen maken ons monsters met zin in uw appetijtelijke billen. Vergeef ons onze genen.”, voegde een andere ‘tScheldt-redacteur er aan toe.

“Mannekes, mannekes, houdt u toch een beetje in, zeg”, zei Rutten beslist. “Ik snap dat genengedoe natuurlijk wel. Ik heb last van cravings zo gauw ik de blote onderarmen van Paul Van Tigchelt zie, maar dat wil niet zeggen dat ik op mijn knieën zak als ik alleen met hem in de lift sta om hem eens goed oraal te verwennen. Komaan zeg. Zullen we om wat af te koelen een glaasje prik drinken?”

Het gesprek tussen Rutten en de redacteurs van ‘tScheldt duurde vele uren.

Partijen kwamen langzaam nader tot elkaar.

Het resultaat van de vruchtbare meeting was de creatie van een officiële lachzone op de wandelkade in Aarschot, met als doel het faciliteren van: “een smile, een vriendelijk woord, ne goeiendag naar elkaar.”

Zo schoon kan politiek soms zijn .