Regering De Wever is Niet Goed Bezig – Debatclub 30 maart 2026

Weer “vollenbak” bij de Debatclub, ondanks het wellicht in aanleg wat saaier onderwerp: “1 jaar De Wever”. Er zijn sexyer gespreksonderwerpen! In Hotel De Basiliek te Edegem, de vertrouwde plek van de debatclub, vulde de zaal zich tegen acht uur ’s avonds echter probleemloos. Er moesten zelfs extra stoelen worden aangesleept. Deze keer kruisten Carl De Vos (UGent) de degens met Ivan Van de Cloot (Stichting Merito): de kabouter versus de teddybeer! Sinds de lafhartige aantijgingen van “grensoverschrijdend gedrag” aan zijn adres krijgen we van Carl De Vos in de media niet veel meer te zien. Hilde Van Liefferinge, een voormalige onderzoekster aan de UGent, had ongeveer een jaar geleden een bommetje gedropt in haar fictieve roman “Academische Gezelligheid.” Daarin had ze zich, zonder namen te noemen, gepresenteerd als hartige brok waar “een bekende prof” zijn handen niet van kon afhouden. Het parket had te weinig in handen om nog maar een onderzoek te starten, maar schijtluis Van De Walle, de toenmalige en, voor zover we kunnen nagaan, niet-hallucinerende rector, had behoorlijk voorbarig zijn verontschuldigingen aangeboden. In dit opzicht zorgde Van Liefferinge voor een behoorlijk griezelige primeur: “trial by novel!” Louter fictief, dat zeker, maar met verstrekkende gevolgen.

Voor De Vos, die niet werd veroordeeld; waartegen niet eens een onderzoek loopt, daagde nu eens niet de gebruikelijke linkse broodroof, maar de mediatieke attentieroof. Daarom zien hem niet meer op de buis. De afwezigheid van die dagelijkse portie De Vos heeft hem nochtans goed gedaan. Hij spreekt, naar ons oordeel, een stuk vrijer zonder die bende VRT-wokes, hijgend in zijn nek. Ook de tweede gastspreker, Ivan Van de Cloot, maakt een stuk minder zijn opwachting in de audiovisuele media, maar redt zich tegenwoordig eerder met de pen. Dat heeft dan weer niks van doen met verdicht seksueel, maar met uiterst reëel ideologisch grensoverschrijdend gedrag: voor de linkse “mediacel” aan de Reyerslaan verspreiden de analyses van Ivan Van de Cloot een veel te rechts aroma. Voor alle duidelijkheid: de naam Van de Cloot verwijst niet naar een lichaamsdeel, maar naar een verhoging in het landschap, een (aard)kluit dus, en zit als naam geografisch verankerd in de Kempen en in het Nederlandse Noord-Brabant. Vanwege die verminderde mediabelangstelling was het derhalve een puik idee van de debatclub om beide heren een podium te gunnen, als was het maar om eens een andere stem te laten horen dan die van het blik “experten-in-alles” dat dagelijks op het scherm wordt open getrokken en toch nooit verder komt dan ook het eksteroog van de bomma uitsluitend toe te schrijven aan Trump.

Het debat wordt spijtig genoeg nog steeds gemodereerd door Pieter Bauwens, hoofdredacteur van Doorbraak, die in zijn eentje elke suggestie van debat ter plekke fnuikt. Ook nu weer! Een heer van stand, bekend en gelauwerd voor zijn zachtmoedigheid en intelligentie, wilde nadat de microfoon reeds van zijn lippen was weggerukt de initiële vraag even bijvijlen. Het bleek immers dat De Vos niet volledig mee was. En dus trachtte deze man de vraag zonder microfoon te verduidelijken. “Zo gaan wij hier niet beginnen, hé,” brulde de moderator als een losgeslagen halve gare door de zaal, alsof hij nog steeds zijn nihilistische peuters de weldaden van abortus stond te onderwijzen (dat heet modern godsdienstonderwijs, geloof ik). Die behoorlijk overtrokken reactie schoot daarop in het verkeerde keelgat van de doorgaans goedhartige gentleman, die niet eens door de zaal had gebruld maar slechts poogde zijn stem, zonder hulp van de microfoon, tot bij het bühne te voeren. Hilariteit in de zaal, die echter voor niks nodig was. Bauwens schijnt er maar niet in te slagen een werkbaar evenwicht te vinden tussen een veel te lange vraag met uitgebreide biografische beuzelarijen en een noodzakelijke verheldering van een sowieso al beknopt te houden vraag. Helaas! Na het debat vertrok de moderator trouwens spoorslags, alsof hij zich ras uit de voeten willen maken.

Het debat zelf schoot meteen uit de sloffen. Is de regering De Wever goed bezig, zo was de eerste vraag? De Vos nam het voortouw en stelde dat de “dash” van de eerste paar maanden grotendeels vervlogen is. De kruidige kaastafel metamorfoseerde snel tot ingezakte Belgische pudding. De aanvankelijke hemelbestormers (beperking van de werkloosheidsuitkering tot twee jaar) leken al van in het najaar zonder “naft” te vallen. De begroting was een regelrechte klucht geworden, met de BTW-hervorming als mascotte! Het burleske billengeklets van de meestal wat taaie Raad van State moet tot in de Lambermont weerklonken hebben. Dit heeft verschillende redenen. Op de eerste plaats is er in deze regering een compleet gebrek aan cohesie: Mahdi denkt alleen maar aan “zijn” volk, ver weg van het Belgisch grondgebied (Gaza, Iran, Libanon) en laat de Belgen verder stikken onder zijn zonderlinge eenkennigheid en Conner Rousseau slaagt er maar niet in zijn drie resterende hersencellen op een samenhangende lijn te krijgen; een opgave waarin ook zijn brandmanager niet meteen schijnt te lukken. Ten tweede blijft de geopolitieke situatie roet in het eten gooien. De regering De Wever botst onverhoeds op de (geopolitieke) realiteit, die de visionaire regeringsleider en gewezen Vlaams-nationale profeet bij het ter perse gaan van het regeerakkoord, zo men beweert, niet had (kunnen) voorzien.

Beide redenen zijn ook aan mekaar gekoppeld, wat uiteindelijk een versterkend effect met zich meebrengt. Het compleet gebrek aan cohesie binnen de regering De Wever noopte dit gouvernementele allegaartje tot een supergedetailleerd regeerakkoord waarin geen kat haar jongen nog terugvindt, maar waaruit elke politieke obediëntie naar hartenlust kon citeren, alsof zij het zijn geweest die – de ene langs rechts, de andere langs links – de meubelen hebben gered. En toen veranderde plotskaps de wereld! Niemand had dat zien aankomen, zo wordt gezegd… (nvdr: in dit verband kan trouwens als voorbeeld verwezen worden naar “La Grande Incertezza” of De Grote Onzekerheid, boekje uit 2024 van Nathalie Tocci, vermaarde Italiaanse pro-Europese politicologe en academische evenknie van journaliste Caroline De Gruyter, eertijds ook al medewerkster van Federica Mogherini, toen hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken van de EU, waarin het definitieve verval van de globalistische wereldorde perfect wordt beschreven en voorspeld. Maar niemand van onze inheemse wereldburgers die het weer had zien aankomen.) Die snel veranderende wereld behoeft de nodige flexibiliteit in het beleid, die door het buitengewoon breedvoerig regeerakkoord onmogelijk wordt gemaakt. De Wever zit dus met z’n hoogstpersoonlijke anti-Vlaams Belangcoalitie muurvast in een voorbijgestreefd akkoord dat het hem onmogelijk maakt een adequaat antwoord te formuleren op de zich flink muterende internationale orde.

Van de Cloot beaamde deze analyse. Het werd de rode draad door het debat: de ene poneerde een stelling waarmee de andere, komma’s en punten niet te na gesproken, akkoord ging. Al hadden we toch de indruk dat kabouter De Vos somtijds op het puntje van zijn linkse teentjes moest gaan staan en de rechtse teddybeer Van de Cloot zich galant moest bukken opdat beiden elkaar behaaglijk de hand konden drukken. Kan je in dit systeem van alibi-compromissen nog tot hervormingen komen? De vraag smaakte retorisch. Maar ook electoraal rendeert het regeringsbeleid van geen meter. Vooruit en CD&V staan op het laagste peil ooit, MR dondert naar beneden en Les engagés zijn ook al niet content. De N-VA van zijn kant stagneert en voelt de hete adem van het Vlaams Belang in de nek. Wat broodnodig blijft, is een “reality-shock” en die oogt dermate verwoestend voor De Wever I dat Van de Cloot zich openlijk afvroeg of deze regering haar tijd wel gaat uitdoen. In een uiterst zeldzaam moment van luciditeit gooide moderator Bauwens dan maar de hamvraag in de kring: “Hebben we in ons land wel genoeg politiek talent aan de knoppen zitten?” Het zijn deze momenten die het de moeite waard maken om “live” in de zaal te zitten want in de fictieve beslotenheid van de Basiliek krijg je meestal eerlijkere antwoorden dan op televisie en kan ook de driedimensionale lichaamstaal van de participanten een betekenisvol bestanddeel van het debat worden.

Van de Cloot trok een grimas alsof hij de zoveelste open deur hoorde intrappen, maar De Vos hield een slag op de arm. Nochtans hadden beide debaters, in de loop van hun discours en in een ultieme poging om de man tot een streepje meer excellentie te prikkelen, zich al heel persoonlijk tot Conner Rousseau gericht met de woorden: “Hebt ge ’t gehoord, Conner?” Alsof die rotverwende puberale snuifdoos zich gelegen zou laten aan wat het intelligentere soort in de debatclub te zeggen heeft. De Vos stoorde zich vooral aan de politieke schizofrenie van beleidslui die, knus achter de schermen gezeten, wél de juiste analyses maken, maar er vervolgens in hun publiek beleid niets meer mee doen. Het ontbreekt hen vooral aan moed hun electoraat te schofferen en verder te kijken dan de volgende peiling. Hij gaf het voorbeeld van De Wevers metafoor van de “lelijke kameel.” De premier besefte klaarblijkelijk niet dat de metaforische afvalligheid z’n eigen beleid betrof. Analyseren kunnen ze allemaal; ernaar handelen blijft een ander paar mouwen. Waar echter is, nog steeds volgens De Vos, het talent en politieke inzicht tot werkelijk de allerlaatste druppel verdampt? Jawel, de pers! Op de gortdroge akkers van de journalistiek lijken de regimeklerken zich definitief teruggetrokken te hebben in de ruïnes van hun obsolete linkse ideologieën die als een tang op het varken van de realiteit staat. Van de Cloot hoorde opnieuw het gedruis van een ingetrapte open deur door de zaal galmen.

Het was de doorsnee debatganger al veel eerder opgevallen: publiek opportunisme en beleidsmatige domheid van politieke overlevers delen – soms zelfs letterlijk – het bed met inzichtelijke armoede van de moderne journalistiek. De onaangepastheid en het stuitende gebrek aan kritisch vermogen van de media weerhoudt de politicus er bovendien van om te zwijgen waar dat gepaster zou zijn. Waarop de namen Conner, Sammy en George-Louis door de gevulde ruimte schalden. De Vos hekelde bv. de onderhandelde compromispakketten die zorgen voor een koehandel in de regelgeving: het “jullie krijgen dit, als wij dat krijgen.” Compromissen dienen zich op het niveau van de regel zelf te voltrekken en niet te worden gebundeld in één groot pak van Sjaalman, versierd met een mooie rode strik. Eens de strik evenwel losgetrokken wordt en het pak geopend, blijkt de inhoud ervan een stuk minder waard dan de verpakking deed uitschijnen. Wie gehoopt had op een gouden horloge voor bewezen diensten, blijft zitten met een “wassen neus” van Chinese makelij die slechts twee keer per dag het juiste uur aangeeft… Dat tot op de vezel uitgeleefd Belgisch compromismodel overschrijdt ten andere probleemloos de deelstaatgrenzen! De Vlaams budgetverhoging op Welzijn faciliteert de federale bezuinigen. Die “vestzak-broekzak” tussen beide niveaus houdt het Vlaams geklemd in een onhoudbare wurggreep.

De politiek lost op die manier geen problemen meer op, maar schuift ze handig voor zich uit. De grootste valkuil voor Arizona blijkt daarmee dezelfde als die van het ter ziele gegane Vivaldi. Het structureel ondergefinancierd federaal niveau (politie, justitie, defensie) trekt daarenboven het Vlaamse niveau mee in hetzelfde bad, met twee hoogst nefaste gevolgen van dien. Primo, ontbreekt het aan expliciete langetermijndoelen waardoor de broodnodige hervormingen uitblijven (neem bv. de administratieve vereenvoudiging) en, secundo, krimpt de politiek tot louter communicatie (Heb je ’t gehoord, Conner?) Maar niet alleen Rousseau, de zelfverklaarde redder van een infantiel socialisme, heeft boter op het hoofd. Op het trommelvlies van schrijver dezes davert toch ook het oorverdovende gekakel van die Gentse kip, Van Bossuyt. Nergens meldt zich enige verbetering, niks dat nog vlot functioneert, maar aan politieke semantiek geen gebrek! Blijven die beleidsmannen en -vrouwen dan echt denken dat hun electoraat even naïef en wereldvreemd is als zijzelf? En op de koop toe is er aan de politieke einder zelfs geen fata morgana van een performante staatshervorming te bespeuren. Geen mogelijkheid, overigens, dat de regering Diependaele daar als uithangbord voor kan dienen. Het brokkenparcours van Gennez alleen al geurt hiervoor te indringend naar de stank van een septische put. En wat met mobiliteit of onderwijs? Voorwaar, allemaal geen politiek Champions League-materiaal!

Vreemd genoeg leed het debat toch ook een beetje aan hetzelfde euvel dat men de politiek en de regimepers ten kwade duidt: de taboes! Op de eerste plaats uiteraard de migratie, het klimaat en de dwaze regelneverij van het EU-beleid. De laatste eurocent wordt uit de zakken van de autochtone sterveling geklopt, de concurrentiekracht van onze bedrijven vrolijk verder aangetast en de slopende administratieve lasten vermeerderd, daar waar miljarden (!) te halen zijn uit de aanpak van de nog steeds ongebreidelde migratiestromen, de compleet onzinnige ETS-akkoorden (emissie-farce) van de EU en het compleet bezopen wantrouwen van de staat t.o.v. z’n eigen burgers, dat resulteert in een torenhoge bureaucratie en een angstaanjagende boetecultuur. Covid wordt aangegrepen om onze vrijheid te vloeren, pedofielen dienen als smoes om onze privacy de straat op te gooien en de inflatoire EU-politiek om de digitale munt door onze strot te rammen. En alles blijft de schuld van Trump, Poetin, Orbàn, Meloni en Netanyahu, die onderling inwisselbaar blijven, al naargelang het de EU-despoten uitkomt. En vooral: alles blijft ons een rollende sneeuwbal aan belastingen en boetes opleveren. Dit manco, toch ook in het debat, had kunnen rechtgezet worden tijdens de vragenronde, ware het natuurlijk niet dat de moderator, bevreesd voor zijn eigen schaduw, net dát debat vakkundig smoorde in zijn eigen seuterigheid. Nochtans ging het met de vragen ditmaal de goede richting uit.

Een vraagsteller klaagde – heel kort – de subsidiepolitiek aan, met verwijzing naar Herman Matthijs, prof. overheidsfinanciën, die een paar weken geleden nog zei dat de afschaffing van overtollige en contraproductieve subsidies (lees: aan bedrijven, migrantenorganisaties…) de Vlaamse begroting terstond een positief overschot zou bezorgen. Van de Cloot beaamde de stelling volledig, De Vos slechts deels. Een andere vraagsteller vroeg zich af wanneer “de zijdelingse migratiefactuur” (criminaliteit, sociale fraude, onderwijsverloedering, uitholling gezondheidszorg) bespreekbaar ging worden. De schoolmeester-reactie van de zich onnodig ontbolsterende moderator ontnam aan de vraag alle kansen. Een derde vroeg zich dan weer af hoe het komt dat onze universiteiten, eertijds toch haarden van innovatie en waarheidsvinding, zoveel aan “magis” en excellentie moeten inboeten (cf. eredoctoraat aan de antisemitische activiste Francesca Albanese). Het antwoord van De Vos was veelzeggend. Ik parafraseer! Omdat wij voor volks-universitaire diplomafabrieken hebben gekozen, terwijl in het buitenland ook het uitmuntendheidsonderwijs (les aan een beperkt aantal “aristoi” of “besten”) is blijven bestaan. Interessante insteek!

De avond vlijde zich, zoals gebruikelijk, gezellig neer bij een drankje aan de toog. De kans dat de twee oren van de gezagsdragers in de regeringen De Wever en Diependaele de hele nacht door zijn blijven tuiten, is echter niet denkbeeldig. Erop blijven slapen zou voor geen van beide regeringen nog een optie mogen zijn.