Op woensdag 4 maart 2026 werd in het Antwerpse Provinciehuis de splinternieuwe biografie van Hugo L.J.A. Schiltz voorgesteld. Een pil van maar liefst 928 blz., geschreven door Eric Van de Casteele. Het boek draagt de ondertitel: “Homme Hors Catégorie.” In het Frans, bien sûr, waarmee gelijk de toon gezet werd. De aula van het provinciehuis was tot de nok gevuld, wat betekent dat er meer dan 350, optimisten spreken zelfs van 400, aanwezigen geteld konden worden; zonder meer een succes voor Uitgeverij Ertsberg, die ondertussen reeds versmolt met De Standaard Uitgeverij.
Het blijft lastig om het ijskoude en steriel witte provinciehuis (het lijkt wel een politiek sanatorium, en niet alleen architecturaal!) te betreden zonder te denken aan de selderstengel- en wortelsapfurie die er strak de plak zwaait: de tirannieke gouvernante met het rugzakje, Cathy Berx. Haar statuur is omgekeerd evenredig met de verontrustende dwingelandij die uit alle vegetarische poriën van haar schors walmt.
Tijdens corona leidde zij het kamp van de extremistische Van Ranst-aanhangers zodat men in de provincie Antwerpen een stuk harder te lijden had onder de contraproductieve maatregelen dan elders in het slaafse Vlaanderen. Zelfs de kleinste virale opstoot verleidde haar tot een resem ordonnanties die zo mogelijk nog draconischer waren dan die van de regimevirologen zelf. Tot bleek dat de opstootjes hun oorsprong vonden in trouwfeesten en shishabars van de nieuwste Vlamingen en ook kobold Berx verpletterd werd onder de massieve poten van de “olifant in de kamer.” Nooit werd van haar nog iets vernomen. Geen wonder dat haar zoontje, eens vanonder het verstikkende donsdeken van een bekrompen thuissituatie, resoluut koos voor de Reuzegom-bende, wat ons ten andere naadloos weer bij Schiltz brengt: hij was nl. een van de oprichters van de studentenclub, toen echter nog OXACO-Leuven (Oud-leerlingen Xaveriuscollege-Leuven) geheten. Berx was op de voostelling van het boek nergens te bekennen. Of we moeten haar over het hoofd gezien hebben.
Dus werden de honneurs waargenomen door Luc Lemmens, die moeilijker over het hoofd gezien kan worden. En zie je hém niet, dan ziet hij jou wel, met die hoogst merkwaardige duikbril van ‘m. Ongetwijfeld een cadeautje van z’n nieuwe vlam. Je moet er wat voor over hebben om je leeftijd te ontlopen, al wordt geen enkele stokoude knol, zelfs met duikbril, ooit nog een jong veulen. Ach, Luc is de slechtste niet, maar zijn verdiensten wedijveren toch eerder met die van koning Eénoog in Blindenland dan met de meesters in de staatsmanskunst. Hij was bruggenhoofd in de Antwerpse gemeenteraad toen de rechtse fractie van de Volksunie (VU) tot N-VA vervelde, werd er vervolgens rijkelijk voor beloond met een zitje in het provinciebestuur en kan nu zijn eigen afschaffing regelen. Makkelijk zat! Ondertussen mag hij, via zijn 31 veelal onbezoldigde mandaten in de onderwijs- en de cultuursector, ook al alleen buitenspelen en doen alsof menig cultuurhuis van hem persoonlijk is. Beetje hoogmoedig misschien? Wellicht, maar volstrekt ongevaarlijk.
Als gastheer mocht Luc de avond openen met een veel te optimistische openingstoespraak. Men zou zich kunnen afvragen of hij wel zelf begreep wat hij aflas? Terwijl op de achtergrond de gitzwarte rookpluimen van de industriële neergang, culturele verschraling en politieke verdorring het zicht op het Antwerpen van weleer verduisterden, bezong hij, net niet spelend op een lier, de onmiskenbare verdiensten van de VU en later van de N-VA in het politieke landschap tot op vandaag, wat van hem nog lang geen Nero, maar allicht wel de “Comical Ali” van het Vlaams-Nationalisme maakte. “Een goed gedacht van uw eigen en een kurken ziel, en ge blijft drijven”, zei men eertijds, toen niet het Arabisch, Lingala of Oekraïens maar, godbetert, het Nederlands nog de taal was die door een meerderheid van “Antwerpenaren” gesproken werd. “Il fut un temps!” Na de toespraak van de gedeputeerde verscheen er een enigszins verbruikte deerne op het toneel die een suggestie van jeunesse moest veinzen. Ze had duidelijk de eerste drie lessen dictie gemist; de rest van de lessen trouwens ook! Het bleek de hostess van dienst te zijn, die de tweede gast kwam annonceren.
En die gast bleek niemand minder dan de eerste minister zelve te zijn. We hadden ‘m al gezien maar wisten toen nog niet dat hij ook zou speechen. Een van de talrijk aanwezige politieke oudgedienden liet zich bij de aanblik van de premier spontaan ontvallen: “Van verraad naar verraad, en zo naar de onafhankelijke staat!” De Wever sprak lang, goed voorbereid en zoals gebruikelijk spitant, al weten we ondertussen wel dat tussen woord (of droom) en daad, wetten in de weg staan, maar in dit geval nog een pak meer praktische – lees vooral: opportunistische – bezwaren. Hij had het voordeel dat de Schiltzbiografie reeds eindigt in 1981 (hij overleed pas in 2006; zijn afgang in het links-liberale Spirit wordt dus niet behandeld). Dat gaf De Wever de mogelijkheid zich met Schiltz te meten, wat ten andere ook geschiedde. Schiltz en Weverke: twee heren van stand die het Vlaams-nationalisme de “salonfähigkeit” bezorgden.
Moet er een kaduke begroting voorgesteld worden, dan vergelijkt De Wever zich graag met Jean-Luc Dehaene, uiteraard een handje geholpen door de dociele regimepers; wordt een biografie van Schiltz voorgesteld, dan vergelijkt diezelfde De Wever zich in één adem met hem. Voorzichtigheid blijft evenwel geboden! Struinend door het wassenbeeldenmuseum van ontslapen politici en vlijtig selfies schietend naast de opgezette plastieken, is de kans immers reëel dat ook De Wever zelf een streep sneller dan verhoopt museaal wordt. Voor een soi-disant staatsman, geobsedeerd met zijn plaats in de geschiedenisboeken, is dit voorwaar een sinister scenario! (Dat sinister in het Latijn “links” betekent, is nog mooi meegenomen ook). Ongetwijfeld rekent de eerste minister op een heus hoofdstuk in dat boek; hopen maar voor hem dat het geen weggemoffelde voetnoot wordt!
“Een goed gedacht van uw eigen en een kurken ziel, en ge blijft drijven”…
De toespraak van de eerste minister maakte in dat verband overigens veel duidelijk. Volgens De Wever is de Vlaamse Beweging te lang een zuivere taal- en cultuurbeweging geweest, wat haar finaal een mand vol windeieren heeft opgeleverd. Hij daarentegen dropt z’n eitjes graag in de economische mand. Afgezien nog van het feit dat deze visie op de Vlaamse Beweging nogal – hoe zullen we het beleefd uitdrukken? – eigenzinnig is (met verontschuldigingen aan pakweg Lodewijk De Raet en Lieven Gevaert), is het voor de moderne Vlaming klaarblijkelijk lastig de twee (én de culturele poot, én de economische poot) te betrachten. Het is onze steden, ooit bruisende haarden van cultuur die in enkele decennia tijd slonken tot hachelijke haarden van marginaliteit, aan te zien! Veel verder dan “It’s the economy, stupid!” kwam visionair De Wever dus niet. Eerder nog bekende hij zich met zijn versleten neoliberaal discours tot de vervlogen era van een globalisme met pseudo-nationalistische correcties. Je moet Luc Lemmens heten om, koekeloerend door een Virtual Reality bril, nog een sprankeltje optimisme door de aderen te voelen stromen!
Nadat De Wever de geschiedenis netjes had aangepast aan het N-VA-partijprogramma, kon dan het panelgesprek beginnen. Waren van de partij: Eric Van de Casteele (auteur van het Schiltzboek), Anne Vanrenterghem (VRT-blondine), Quinten Jacobs (grondwetspecialist en auteur van “Het Betonnen Beleid”) en Rik Van Cauwelaert (journalist). Over Vanrenterghem kunnen we kort zijn: ze had niks te zeggen. Schiltz had ze niet bewust gekend en van de Vlaamse Beweging kende ze, buiten wat linkse vooroordelen en clichés, geen sikkepit. Vanrenterghem behoort tot die generatie die de geschiedenis atrofieert tot wat ze zelf subjectief beleefde, maar de mond niet gespoeld krijgt van de verwijzingen naar de jaren ’30. Zij mocht die avond alleen mooi zijn, hoewel ook dit met enig voorbehoud moet meegegeven worden: we zaten immers achteraan in de aula en eenieder weet wat afstand doet met vrouwelijke bekoorlijkheid!
Quinten Jacobs had evenzeer dat probleem, maar hij had tenminste het voordeel met meer kennis van zaken te spreken, al bleef die kennis noodgedwongen eerder aan de abstracte kant. Jacobs heeft behoorlijk wat intellectuele mogelijkheden, is dus zeker geen dommerik maar, ware ik een Vlaamse Beweger (quod non), ik zou toch oppassen met hem meteen “unus de nobis” te noemen. Ook hem wapperen, als hij aan de Vlaamse beweging denkt, slechts de vendels voor de geest, gezwaaid door kloeke kerels en frisse freules in korte broek of dito rok. Men mag van de Vlaamse Beweging, zeker de huidige, veel denken maar haar laten verschrompelen tot enkel dàt is historisch gezien wellicht toch iets te onbewogen strak aangespannen.
Blijven Van de Casteele en Van Cauwelaert. Rik was die avond vrij sterk! Het scheelt natuurlijk dat er geen camera’s draaiden; dan is de kans sowieso groter dat de échte Rik opstaat. Hij maakte de periode waarover het ging natuurlijk zelf van dichtbij mee, en dat merk je. Hij sprak met het aplomb dat je van hem ook wel eens graag op de buis zou willen zien en vulde de auteur vaak aan met smeuïge anekdotes over zijn oude baas, Frans Verleyen (Knack), die Schiltz ook goed gekend heeft. En dan Van de Casteele: als auteur de “primus inter pares” van de avond. Het minste wat je kan zeggen is dat de man zijn onderwerp beheerst. Hij heeft er dan ook meer dan 10 jaar op gezwoegd. Hij las alles wat er over Hugo Schiltz te vinden is, van zijn dagboeken en gedichten tot kritische vlugschriftjes en alle ernstigere werken daartussen. Hij dook zelfs met Schiltz’ oude maîtresses de koffer in! Voor de goede orde: dit laatste is gelogen. Wij zouden het ‘m niet eens willen aandoen! Dat heet ironie (of zelfs sarcasme), geloof ik: nu en dan een stijlfiguurtje moet kunnen! Hier om aan te geven dat hij dus weldegelijk weet waarover hij spreekt.
Al kreeg je soms toch de indruk dat hij zich een spat teveel met zijn onderwerp vereenzelvigde. De biografie van Schiltz laten eindigen in 1981, zeg maar op het toppunt van zijn politieke carrière en angstvallig starend in de onverbiddelijke afgrond, suggereert dat zijn teloorgang enigszins verdoezeld werd. Wat uiteraard niet wegneemt dat er in de haast duizend bladzijden tellende turf weldegelijk wezenlijke feiten vermeld staan. Schiltz’ gekoketteer met de socialisten, bv. Hij wilde meebouwen aan een Vlaamse socialistische partij. De aanwezigheid van Willy Claes (met stok!) zette dit oud verlangen kracht bij. Het scheelde trouwens geen haar of ook Claes werd die avond gevierd! Dat heb je met die Vlamingen: laat een tegenstander of vroegere vijand zich dan toch eens blikken in het hol van de leeuw of brabbelt hij wat milde “semi-rechtse praat,” wordt hij meteen het schild (van Schiltz?) op gehesen. Dat is/was met Abou Jahjah, Etienne Vermeersch of Luckas Vander Taelen niet anders.
Zelfs Kris Hoflack, oud-journalist, nu CEO van DS-Uitgeverij, die het provinciehuisgesprek in goede banen moest leiden, kan daarover meespreken. Toen hij in 2019 tewerkgesteld was bij het Vlaamse Parlement en in Doorbraak terechte kritiek uitte op het VRT-programma Vandaag en “presentatrice” Danira Boekhriss, liep hij pardoes tegen een schrijfverbod aan (weliswaar sierlijk verpakt in de uitkomst van een “onderling overleg”), opgelegd door Wilfried Vandaele. Jawel, uitgerekend een N-VA’er die meende de links-Belgicistische VRT te moeten paaien! Rare jongens toch, die Vlamingen! Van de Casteele slaagde er vervolgens in Schiltz’ linkse sympathieën toch in een ruimer perspectief te plaatsen en refereerde naar de huidige regeringsdeelname van Vooruit: “Wat is het verschil met vandaag?” zo vroeg hij zich af, de ogen strak op de grommende De Wever gericht. Hilarisch moment!
Nog zo’n wezenlijk feit betrof het amoureuze leven van Hugo Schiltz, waar in het boek een heel hoofdstuk aan gewijd is. Begin jaren ’70, toen het VU-kanon z’n pikzwarte haren nog niet moest verven, had hij, ongetwijfeld voor het Vlaamse vaderland, zijn minnares en muze Annie Arnould, echtgenote van zijn goede vriend en “Pink Poet” Nic van Bruggen, bezwangerd, wat uiteindelijk uitliep op een abortus in Milaan (of all places!) Het scheelde dus slechts één priem, of we hadden met nog een Willem-Frederik opgezadeld gezeten. Deze laatste was – buiten vergissing onzentwege: er was veel volk – niet aanwezig op de boekvoorstelling van zijn vader: hij zal niet gemogen hebben van zijn groene troela Freya Piryns. Door de Milanese abortus van Annie stond Schiltz een hoogst libertaire abortuspolitiek voor, die toentertijd zelfs de lascieve liberalen deed verstijven. Feit, aldus Van de Casteele, blijft dat het abortusstandpunt van schuinsmarcheerder Schiltz de tegenstelling tussen conservatieven en progressieven binnen de VU heeft doen zwellen, wat een belangrijke rol heeft gespeeld bij de split, na Egmont, tussen VU en finaal Vlaams Blok (nu -Belang).
Dat de uitgebreide biografie de amoureuze strapatsen van Schiltz überhaupt vermeldde en daardoor gebeurlijk de journalistieke richtlijnen van de VRT zou kunnen overtreden, wekte bruusk de al een poos compleet ingedommelde Vanrenterghem: “Wij, bij de VRT,” zo stamelde ze slaapdronken, “onthouden ons van berichtgeving over het privéleven van politici.” Met een alert: “Ik niet, als dat privéleven ook politieke relevantie heeft” werd de blondine door de auteur kordaat terug naar d’r fluwelen mandje verwezen, waarna zij onmiddellijk terug de slaap der onschuldigen vatte. Minder nodig was dan weer Van de Casteeles opmerking dat hij blij was geen VB’ers in het publiek te ontwaren: wat waren we allemaal toch weer échte “democraten”… De partijbonzen van het VB gaven inderdaad niet present, maar dat een behoorlijk deel van de aanwezigen tot het electoraat van die partij behoorde, ontging de auteur klaarblijkelijk volledig; menig grimas in de zaal sprak dan ook boekdelen! Na de obligate tussenkomst van “professionele afronder” Karl Drabbe (Ertsberg) vibreerde de zaal voelbaar richting receptie, die dan ook geen seconde te vroeg werd aangekondigd.
Bij het verlaten van de aula zagen we pas echt goed wie er allemaal aanwezig was: buiten de premier was de volledige État-Major van de Antwerpse N-VA vertegenwoordigd, met uitzondering van de “burgemeesteres” die babyfoon-wacht had; zij stuurde haar gemaal. Maar ook de reeds vermelde Willy Claes, Marc Van Peel (beiden met wandelstok) en zelfs kabouter Peumans, uit het verre Limburg, gaf present. Kabouter Kwebbel (Valerie Van Peel) en betwiste snuifdoos Annick De Ridder stuurden dan weer hun kat. Voor de regimepers tekende de verslenste Bart Brinkman (door de Vlaamse persconcentratie volstaan ondertussen één pennenlikker en een behoorlijke AI-toegang om schier “alle” gazetten vol te schrijven); voor “de andere pers” botsten we op Pieter Bauwens en gewezen Radio 3-DeeJee Jean-Pierre Rondas (Doorbraak), maar ook de sympathieke Grande Dame van de Vlaamse journalistiek Mia Doornaert. Hier en daar stuitten we zelfs op een gewezen journalist wiens pen nog steeds gemist wordt…
“Kattige” Berx bleef ook op de receptie absent (of het moest zijn dat ze omwille van haar gestalte incognito als bijzettafeltje voor lege bierglazen dienst deed) hoewel haar Spartaanse geest toch onmiskenbaar boven het drinkgelag bleef spoken. In plaats van op een receptie waanden we ons veeleer op de groenteveiling van Mechelen: rauwe komkommers en wortelen, niet eens onder te dompelen in een smakelijk dipsausje, maar in flauwe yoghurt. Suikervrij, dat spreekt! Gelukkig dat het inventieve culinaire genie, Frank De Boeck, de opgelegde regels wist te tarten door een bladerdeegje met lekkere humus en sesamzaadjes voor te schotelen. Bier, cava en wijn was er dan weer wel in overvloed! ’t Mag ook al ‘s meezitten! Naarmate de avond vorderde, bleef Hugo Schiltz over de tongen rollen en hoe meer de drank vloeide, des te meer kritische opmerkingen aan de oppervlakte kwamen drijven. Van de eensgezindheid tijdens de zitting over het belang van de VU-topman voor Vlaamse Beweging en dito politiek bleef na de receptie nog slechts een vage heugenis over. Schiltz, de schildknaap van het Vlinkse belgicisme, zal allicht steeds de gedachten blijven verdelen.
**
Illustratie: Hugo Schiltz op partijcongres Volksunie van 22 september 1985 naar aanleiding van de federale verkiezingen van 13 oktober.
**