Velen verdedigen het Nederlandse omroepbestel als een van de beste in Europa en wij zijn het daar volmondig mee eens. Waar elders kun je een dergelijke variatie van verschillende visies aantreffen? Je wordt lid van een omroep die voor jouw waarden staat en dat vertaalt in een programmatorische keuze. De documentaires, films, shows en informatieprogramma’s stralen een kijk op de wereld uit die bij die omroep en zijn leden past. Wie zin heeft om breder te kijken kan dat naar hartenlust doen bij de vijftien omroepen, verspreid over drie televisiekanalen en over verscheidene radiostations. De NOS verzorgt de neutrale journaals en de sportevenementen. De NPO (Nederlandse Publieke Omroep) oefent toezicht uit bij klachten en ziet toe op de financiën. Tot daar de ideale versie van dit zendmodel.
Waar wringt dan het schoentje? Waar er vroeger omroepen bestonden met een duidelijke visie (de sociaaldemocratische VARA, de katholieke KRO, de protestante NCRV, de eerder liberale AVRO, de evangelische EO, de oorspronkelijk progressief gereformeerde maar nadien geëvolueerd tot de maatschappijkritische en cultureel uitdagende VPRO en de ‘commerciële’ TROS voor er buiten de twee en later drie tv-kanalen geen concurrenten bestonden) trad op een gegeven moment een verwatering op. Net zoals bij de kranten gingen de redacties een mainstreamvisie ontplooien die statistisch gezien eerder links was. Dit is onweerlegbaar, na tal van onderzoeken hieromtrent. Dus kwamen er weer omroepen met meer smoel: BNN met hippere ‘stoute’ programma’s gericht op de jeugd, MAX openlijk gericht op de oudere kijker met eerder nostalgische, amusante en senioreninfo bevattende programma’s, WNL voor de gematigd rechtse kijker die op zijn honger zat naar minder linkse treurtelevisie of de meest recente omroep Ongehoord Nederland met onbeschroomd rechtse praatprogramma’s over hete hangijzers zoals migratie, criminaliteit en woke-waan.
Doordat er aan de tafels van de immense stroom talkshows meestal dezelfde gasten opdraafden met een lauw links praatje over de actualiteit, vaak pirouetterend omheen de te krasse werkelijkheid daarbuiten in het echte leven, meenden nogal wat rechtse partijen dat die omroepjungle maar eens een droogkap verdiende. In die talkshows zoals ‘Eva’, ‘Pauw en De Wit’, ‘Café Kockelmann’, ‘WNL op Zondag’ of ‘Buitenhof’ draven vandaag heel wat omroepbonzen, producenten en presentatoren op. Waarom? Omdat de aftredende regering nog had beslist dat de Publieke Omroep 160 miljoen euro diende te besparen. Ze ‘mochten’ onder elkaar zelf afspreken waarin ze zouden snijden.
Jan Slagter, omroepbaas bij MAX is de meest vocale in het protest tegen de politiek die het hele bestel op de mesthoop wil. Hij heeft een punt als het bijvoorbeeld over Geert Wilders gaat. Die heeft het zo gehad met de politiek correcte mediakaste dat hij enkel nog vrije zenders wil die om de kijkersgunst vechten met een als geloofwaardig gesmaakt aanbod. Wat de overwegend links gekleurde berichtgeving betreft, heeft Wilders zeker een punt, doch hij gooit ook het kind met het badwater weg bij het opdoeken van het omroepmodel in toto. Sommigen opperen dat er minder omroepen moeten komen maar dan wel met een duidelijk profiel. Het feit dat enkele jaren geleden sommige omroepen samensmolten (BNNVARA, AVROTROS, KRONCRV of gingen samenwerken op logistiek vlak (MAX en WNL) of op eigen kracht verder deden (EO en VPRO) deed er geen goed om nog te weten wie welk programma nu eigenlijk uitzendt.
Nu sneuvelen er dus noodgedwongen bekende programma’s zoals Kassa (al dertig jaar met gewaardeerde consumenteninfo) of ‘Van Roosmalen en Groenteman (een ironische actua-show die recent nog 385.000 kijkers trok en dat op het ‘kleine’ net NPO3). Bepaalde sporten zoals bijvoorbeeld schaatsen dreigen hun becommentarieerde weergave uit de ether te zien bannen. Kortom, veel tandengeknars bij makers én kijkers. En wat je weg bezuinigt krijg je nooit meer terug; iets dat men in ons land ook nog zal ondervinden. Er wordt hooguit schouderophalend gereageerd op het verdwijnen van zowel spaarkassen als uitgezonden wedstrijden in voetbalcafés, op het snoeien in taalvolwassenenonderwijs, op amusement dat naar ‘te’ volks vertier ruikt of op het belasten van het voer voor gewone mensen. Maar op het middle managementgezwel, op overbodige overlegorganen, op vage beleidsniveaus voor disfunctionele gewesten of op pompeuze adviseurs, consulenten en experten? Blijven we af.
Mensen houden van cultuur die naam waardig; neerbuigende culturo’s zijn pas onwaardig. Zowel rechts als links moeten cultuur ongemoeid laten; de praatjesmakers over cultuur, daarop valt pas te besparen. Het zou de kijker/kiezer veel ergernis besparen.
Anneleen De Bruyne