Lees vooraf deel 1 en deel 2
De water-link affaire (deel 1): hoe water-link CSO Ann Vylders haar baas André Gantman onder de bus wilde gooien – klik HIER
De water-link affaire (deel 2): de poederbrief – klik HIER
**
In deel 2 van de water-stink affaire leerden we hoe een etentje tussen ‘tScheldt en CSO Ann Vylders van het waterbedrijf water-link leidde tot de publicatie van een artikel over de voorzitter van water-link, André Gantman in het vermaledijde ‘tScheldt. De blondgelokte en fijn gemanicuurde Ann Vylders, ooit de coming woman van de cd&v in Antwerpen, deed wat ze al jaren deed, messen in ruggen steken. In dit geval wilde ze een dolk van een metertje lang doorheen de rug van haar baas André Gantman prikken. Vooraleer iets te publiceren zocht ‘tScheldt uit wat er aan was van de betichtingen van Ann Vylders. Er bleken nogal wat hiaten in haar verhaal te zitten, waardoor ‘tScheldt eerder een overzichtsartikel publiceerde over André Gantman dan de literaire aanslag die Vylders op haar baas wilde gepleegd zien.
Na de publicatie van het artikel verscheen er een onbekende wagen aan de redactie die een brief overhandigde. In de brief zat een telefoonnummer. Dat nummer leidde tot een bizarre uitnodiging. Ene mijnheer X wenste ‘tScheldt zo snel mogelijk te zien op een domein dat zo weggelopen leek uit een gelakte Netflix-serie.
**
De butler ging de ‘tScheldt-medewerker voor door een aantal gangen waarbij hij zich verontschuldigde voor de honden. De ‘tScheldt-medewerker die een zwak heeft voor cijfers en repetitieve handelingen had op dat moment al vijf honden geteld van enkel-klein tot navelbuik-groot. Ze kwamen een voor een even snuffelen maar waren duidelijk getraind niet meer te doen dan dat.
“Mijnheer en mevrouw houden van honden”, zei de butler ongevraagd.
De butler klopte op wat een Weber-veiligheidsdeur leek te zijn.
Na een kort maar enthousiast klinkend “Ja”, opende de butler de deur voor de ‘tScheldt-medewerker.
Onmiddellijk veerde X op uit een stoel en kwam met uitgestoken hand de ‘tScheldt-medewerker tegemoet gesneld.
“Welkom, welkom, mijnheer Y”.
“Shit”, dacht de ‘tScheldt-medewerker die we voor het gemak even ‘Y’ noemen, onmiddellijk, “die man kent mijn naam.”
Het tweede wat de ‘tScheldt-medewerker opviel was dat X veel groter was in het echt dan op TV.
“Neemt u plaats, neemt u plaats”, zei X gedecideerd, waarbij hij wees naar een lage salontafel van het type dat vermoedelijk alleen terug te vinden is in clubs als de Yellowstone Club in Montana.
Geheel volgens de film waarin Y zich bevond, knetterde er een groot haardvuur in de uithoek van de ruimte waarin de twee zich bevonden.
Op de salontafel merkte de ‘tScheldt-medewerker twee dingen op die hem verrasten, waarvan één ten goede en één ten kwade of tenminste ter grote verbazing.
Het eerste gold de fles die in het gelige licht subtiel stond te schitteren. De fles was een Dailuaine Firkin Cask, een whisky die slechts door één iemand in Vlaanderen gemaakt en verkocht wordt, ene Hiers uit Tremelo. De Dailuaine is een eigen blend deels Olorosovat en deels Amontilladovat, een flesje van 95 euro. Zonder een spier te verrekken keek Y naar de fles, terwijl zijn gedachten als een boot op een woelige oceaan probeerden verbanden te leggen. Want wie wist dat Y een bijzondere voorkeur had voor de Dailuaine Firkin Cask? Of was het toeval? Bestaat er zoveel toeval?
Y werd uit zijn overpeinzingen opgeschrikt door de stem van X.
“Ik heb de vrijheid genomen een Latte Macchiato voor u te laten preparen, juist op de manier zoals u lekker vindt”.
“Sympathiek”, dacht Y.
Zijn gedachte bevroor toen een deur openzwaaide en een dame met een dienblad binnenkwam waarop een goedkoop plastic flesje “Boni Iced Coffee Latte Macchiato” stond.
“We denken dat u dit zal smaken, mijnheer Y”, zei de dame.
Y herkende de stem van de vrouw die telefonisch de afspraak had geregeld.
De vrouw keek Y diep in de ogen toen die beduusd het flesje van het dienblad nam.
Zonder haar ogen los te laten en zonder naar het flesje te zien scheurde Y het cellofaan van de bovenkant van het flesje.
Dat was niet moeilijk. Y dronk gemiddeld 5 Boni Iced Coffee Latte Macchiato’s per dag. Bij de Colruyt in zijn woonplaats hebben ze een aparte bestellijn voor de Boni Iced Coffee Latte Macchiato’s wegens de grootconsumptie van Y van het drankje.
De vrouw liep achteruit naar buiten terwijl ook zij de ogen van Y niet losliet.
Dit had niets met erotiek, intimiteit te zien, dit was een powerstruggle tussen onbekenden die elkaar van alles wilden zeggen, zonder evenwel woorden te gebruiken.
“WTF”, dacht Y.
Hij zag dat X had zien staan kijken naar hoe hij naar de dame had gekeken.
“Uitstekende keuze”, fluisterde Y terwijl hij het plastic flesje in de hoogte hield als een soort saluut naar X.
“Drinkt u ook iets?”, vroeg Y. “Ik heb me jammergenoeg niet kunnen verdiepen in wat voor soort koffie’s u pleegt te drinken, noch in welke whisky’s u geïnteresseerd bent. Ik weet één ding, die whisky op uw tafel is een uitstekende whisky”.
“Ik zou het niet weten”, zei X, “ik drink geen alcohol”.
Daarmee wist Y dat de whisky daar alleen maar stond om hem te laten zien dat ‘men hem kende’. Net zoals het hele toneeltje met de Boni Latte Machiatto alleen maar tot doel had Y te impressioneren.
Het tweede object dat Y had zien liggen op de tafel was een kaft met daarrond een aantal foto’s.
Dat baarde hem meer zorgen, want op de kaft stond handgeschreven in kapitalen ‘Byzantium’.
X volgde de blik van Y terwijl die verder door de kamer zwierf op zoek naar meer aanknopingspunten.
“Zullen we het ons gemakkelijk maken en gaan zitten?”, stelde X voor.
De mannen gingen zitten. Het leer van de clubfauteuil waarin Y plaatsnam deinde mee op de beweging van diens heupen.
Het vuur knetterde.
X keek Y doordringend aan.
“Mijnheer Y, we moeten even praten…”
X stopte, liet zijn kin op zijn handen rusten, keek naar de objecten op de tafel, en zei zonder op te kijken…
“U bokst boven uw gewicht”
De woorden vielen als een mokerslag op tafel.
Zoals eerder reeds aangeraakt, was X geen notoir onderdeel van de Cosa Nostra, noch was hij van adel, hij was een captain of industry zoals er in België maar weinig rondlopen.
“En wat mag mijn gewicht dan wel zijn?”, vroeg Y om de spanning te doorbreken met iets wat op een flauwe grap leek.
“Hoeveel u weegt doet er niet toe. Toch niet voor mij. Voor u wel, want u heeft de laatste maanden 3 aderlatingen laten doen omdat u een ijzerprobleem heeft waardoor u last heeft van een opgeblazen buik.”
X zei het alsof hij een menukaart voorlas waaruit moest gekozen worden.
De ‘tScheldt-medewerker hapte innerlijk naar adem.
“WTF”, was het enige wat passeerde in de hersenen van Y.
“WTF”…
Y kreeg ter plaatse een opstoot van hoofdpijn, getroffen door de betekenis van wat er zich rondom hem afspeelde.
“Ik zeg niet dat het ‘slecht’ is wat u doet met dat satirische blaadje” vervolgde X.
Hij sprak rustig, analytisch, methodisch.
“Maar u bokst ietwat boven uw gewicht”.
Y’s oren spitsten zich. X had het woord ‘ietwat’ gebruikt. Het autistische kantje van het brein van Y dat heel de dag dingen telt slalomde ook de hele dag langsheen specifiek aangemaakte mensencategoriën. Zo als daar was de mensencategorie ‘gebruikers van het woord ‘ietwat”.
Y zakte iets dieper weg in het leer, hij ontspande ‘ietwat’.
Ietwat-gebruikers zijn over het algemeen bruggenbouwers die zelden de eerste raket zullen lanceren.
X opende de kaft “Byzantium” die voor hem lag.
“Ik hoef u allicht niet uit te leggen, wat Byzantium is”, zei X zacht terwijl zijn ogen over de eerste pagina gleden.
Y antwoordde niet, omdat het een retorische vraag was geweest. Nog een dingetje van ‘ietwat’-mensen.
“Als ik zeg ‘Byzantium’, spreken we dan allebei over hetzelfde?”, vroeg X aan Y.
Y knikte.
Y twijfelde er geen moment aan dat X drommels goed wist wat Byzantium was. Op het eerste gezicht was Byzantium een vennootschap die ‘tScheldt faciliteerde en financierde. Op het tweede gezicht was er veel meer gelegen aan Byzantium. De foto’s op de tafel verraden dat X meer wist van Byzantium dan louter het steunen van ‘tScheldt.
X nam behoedzaam een foto van de tafel.
“Byzantium bestaat al een tijdje nietwaar?”, vroeg X met een zeker respect in zijn stem.
Y knikte.
“1941?”
Y knikte.
“Wenst u iets meer te zeggen over het verleden van Byzantium?”, vroeg X.
Y schudde traag het hoofd ten teken dat dat voor hem niet hoefde.
X zei niets.
X zei een heel tijdje niets, alsof hij naar de gepaste woorden zocht.
X boog plots voorover en nam de fles whisky van tafel.
Met een kort krachtig gebaar opende hij de fles.
Bedachtzaam schonk hij een glas in.
Hij plaatste het glas behoedzaam voor Y op de tafel, net ver genoeg opdat Y zich zou moeten oprichten uit zijn fauteuil om het glas te nemen.
“We weten dat u uw Dailuaine Firkin het liefst zonder ijs drinkt”, zei X vlak, zonder Y aan te kijken.
“WTF”, dacht Y opnieuw.
“WTF”
Vervolgens schoof X een glas water met een pipet erin tot naast het glas met de whisky.
Beide mannen bleven bewegingsloos zitten.
X bewoog als eerste.
Hij schoof een foto tot voor het glas met de whisky.
Onder een hoopje andere foto’s haalde hij een tweede foto.
Hij schoof de tweede foto tot voor het tweede glas, het glas met water in.
Alsof de tafel een schaakbord was, keek Y naar beide foto’s en naar beide glazen.
Voor het whiskyglas lag een zwart wit foto van een stilstaande trein waaruit mensen leken te springen.
Voor het waterglas lag een foto van een politicus.
Y had onmiddellijk André Gantman herkend.
“U heeft met uw artikeltje in uw satirische blad een vriend nogal onheus behandeld.”
De naam Gantman viel niet.
Alleen ‘een vriend’.
“We weten dat u lekker geluncht heeft met Mevrouw Vylders op 19 januari 2019 in het restaurant Sensunik. X keek op een briefje dat in de kaft zat. In de Molenstraat 69 in Antwerpen”
“Zijn we juist?”, vroeg X
Het viel Y op dat X niet zei “Ben ik juist?”. Nee, hij zei: “Zijn we juist?” Meervoud.
“Kent u hem?”, vroeg X terwijl hij wees naar de foto van Gantman.
Y schudde het hoofd.
“Ok”, zei X bedachtzaam. “Dat is goed, dat wil zeggen dat het niet persoonlijk is.”, ging X verder.
“Persoonlijk, is nooit goed”, voegde hij er bedachtzaam aan toe.
**
Lees ook:
De water-link affaire (deel 1): hoe water-link CSO Ann Vylders haar baas André Gantman onder de bus wilde gooien – klik HIER
De water-link affaire (deel 2): de poederbrief – klik HIER