U leest vandaag deel 8 van onze novelle: “Hoe het begon”
Van de hand van K. Bardoesjka
Elk weekend komt er een deeltje bij.
Lees vooraf:
Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (1) – Klik HIER
Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (2) – Klik HIER
Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (3) – Klik HIER
Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (4) – Klik HIER
Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (5) – Klik HIER
Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (6) – Klik HIER
Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (7) – Klik HIER
Volgende zaterdag deel 9
**
De dag na die veel ppm’s CO2 was de agenda te gevuld met afspraken om veel aandacht te besteden aan het Vladke-project. Klanten, kennissen, toiletbezoeken, je kent dat wel. ‘s Avonds dan toch maar even de tijd genomen om erover bij te praten. Samen met Salena de lange lijst met “te doen” punten overlopen en zonder dat we erover verbaasd waren geconstateerd dat we die lijst makkelijk konden verdubbelen. Ja, die Vladke heeft wat in gang gezet. En doe het maar, er enthousiast mee bezig zijn en toch onder de radar blijven… Een van de voordelen die wij als koppel hebben, is dat we heel erg verschillende perspectieven kunnen opzoeken en creëren zodat we de dingen die zich aanbieden anders kunnen bekijken. Soms hilarisch, meestal erg verhelderend. Deze keer bood het “toeval bestaat niet”-perspectief zich aan. Dat deed ons besluiten dat Het Universum al lang geleden op een of andere wijze voorzien had dat Vladke en ik elkaar zouden tegenkomen en dat een hele tijd later de paden van Salena en mezelf spectaculair zouden kruisen. Maar dat verhaal is niet voor nu. Er lezen kinderen mee.
Mijn nieuwsgierigheid werd getriggerd door de geheime schakelaar en de uitleg erbij. De nieuwe mogelijkheden die het schakelaartje bood, openden een interessant perspectief. Na de oorlog waren de communisten hier in goeie doen, maar van in de jaren ’60 waaide de anti-communistische wind nogal sterk over vanuit de Verenigde Staten, waardoor de partij en hun gedachtengoed sterk aan populariteit ging inboeten. En natuurlijk, zoals dat met al dat soort ideologieën is, blijven er steeds hardliners over die de geest en de letter van die ideologie brandend houden. Salena en ik hadden ons comfortabel in onze vintage-zetels genesteld, we waren klaar voor een potje gefilosofeer. Haar studies psychologie zouden eindelijk weer eens goed van pas komen. De niet-erkenning van haar Italiaanse diploma’s door de Vlaamse administratie van zovele jaren geleden lag haar nog steeds op de maag.
“Laten we de maatschappij van de jaren ’60 en ’70 hier ten lande eens vanop een afstand observeren,” begon ze. “Nieuwe ideeën, studenten protesten, tegenstromingen, ecologie, veel fenomenen die een maatschappij in verandering kenmerken. Laten we eens kijken wat we vinden als we zoeken wat er naast de neergang van de communisten opkwam als andere, nieuwe stromingen.”
“Verdomme toch,” loste ik, “het beeld wordt ineens duidelijk waar we andere zenders gaan tegenkomen!” En met een diepe zucht die een soort spijt in zich hield, zei ik er achteraan: “De groenen natuurlijk.” Salena pikte het op: “euh… die zucht klinkt alsof je wat dwars zit, vertel!” En ze had het goed gevoeld. Ik uitte met die zucht een frustratie die gaat over contrast tussen een binnen- en een buitenkant. Bij een mens voel je dat als die “ja” zegt, maar eigenlijk “neen” bedoelt. Dat creëert een spanningsveld binnenin die persoon dat je als medemens kan oppikken. Nu, dat is niet enkel bij mensen het geval. “Zit zo niet te denken, deel je frustratie en maak er komaf mee!” Mooi toch hoe die schattige heks van me de nagel wel eens op de kop kan slaan.
Ik legde haar uit dat in Vlaanderen de maatschappij in de vroege jaren ’70 klaar was om zich te bekommeren om het milieu, om de natuur. En dat toen hier in Antwerpen een groene partij werd opgericht die daar een antwoord op bood. Totdat die partij een rabiate communist en antidemocraat binnenhaalde en de kern van de partij een andere, extreem rode, koers ging varen. Toen waren mijn ouders nog maar net naar Antwerpen verhuisd. Ze vonden het belangrijk dat ik me goed integreerde op deze nieuwe plek. Ik sloot me aan bij een scoutsgroep. Ik was als kind ook al bij iets gelijkaardigs geweest en dat voelde bekend. Ik had daar al gauw door dat de meiden mijn naam en afkomst wel interessant vonden, maar ja, ik sprak de taal nog niet goed. Dus stak ik een tandwiel of zes bij want tussen die kortgerokte meisjes vond ik er wel wat knappe tussen zitten die me interesseerden. Dus om te kunnen opscheppen vond ik het nodig om ook kennis op te doen van de lokale politiek, cultuur en geschiedenis.
De meid met de mooiste ‘ogen’ was lid van De Groene Fietsers, dus wilde ik daar eerst alles van weten. Na enkele jaren fanatiek de groene jongen te hebben uitgehangen, leerde ik dat de groenen, ze heetten toen Agalev, van koers veranderden naar extreem links en antidemocratisch, in tegenstelling tot wat haar buitenkant (groen, tolerant en sociaal) moest laten uitschijnen. Dat verschil tussen de binnenkant en de buitenkant frustreerde me omdat ik in hart en nieren pro-natuur en democraat ben en dat ik boerenbedrog niet ok vind.
“Wel, wel wel”, klonk het met Siciliaanse tongval, “Je plakt er geen naam op, maar je bedoelt natuurlijk de heer Geysels.” “Klopt”, zei ik. “kan je je voorstellen? Een antidemocraat, rabiaat communist die dan nog de titel minister van staat kreeg? Ik vraag me soms af waarom ik uiteindelijk toch in België gebleven ben na mijn studies in de VS.” Salena begon te lachen. “Breek me de bek niet open, signore! Laten we het daar even niet over hebben, we waren bij die schakelaar aan de binnenkant van Vladke zijn ontvanger!”
Salena haar opmerking bracht me terug in het nu. De link was ineens erg duidelijk. De neergang van het communisme in België bracht natuurlijk een figuur als Geysels op het idee van zich aan te sluiten bij de opkomende groene beweging, zodat die zich kon verzekeren van een door de belastingbetaler gewatteerde zetel en stevige onkostennota’s door als democratisch verkozene de antidemocraat te gaan uithangen. En omdat hij uit het communistische kamp kwam, is de kans reëel dat hij samen met zijn oude communistische artefacten, medailles en geschenken zonder het te beseffen een zender van de KGB in de kantoren van de groenen binnengebracht heeft. Bingo!
De conclusie was duidelijk: op de to do lijst kwam een taak bij: het in kaart brengen van de mogelijke frequenties en standen van de vele schakelaars waarmee “bevriende” bronnen toen werden afgeluisterd, zodat die konden getest worden op eventuele nog werkende exemplaren in wie weet huidige kantoren van ‘oude kameraden’.
Mooie conclusie voor de dag, wij kozen ervoor de boel te rusten te leggen en ons waterbed op te zoeken.
Het werd een onrustige nacht. De geest van onze overleden Jack Russel kwam spoken. Of dat dachten we tenminste. Na enkele uren geslapen te hebben, werden we beiden tegelijk wakker van geblaf. Het was het typische korte geblaf van onze dierbare Fiamma, enkele jaren geleden van ouderdom ingeslapen. Instant klaarwakker keken we elkaar aan met dezelfde blik: Dit kan niet. Fiamma was al jaren dood. Nu, we weten allebei dat de dood niet bestaat en dat het normaal is dat overledenen, mens of dier, wel eens langskomen om gedag te zeggen of te melden dat het goed met hen gaat, maar nooit op deze luide en duidelijke manier. Wat was er aan de hand?
Onze zintuigen stonden strak, zelfs het gesnurk van de duiven op het dak was ineens hoorbaar. Vijf minuten later kregen we kramp van het zo stokstijf gefocust luisterend rechtop in bed zitten (ja, zelfs een waterbed heeft een nadeel) en gaven we er de brui aan. We wisten zéker dat er wat was, maar we bleven in de mist over wat het zou kunnen zijn.
Dan maar een poging doen om terug in slaap te vallen.
Pech. Lukte niet. Een half uur draaien en woelen vertelde me dat mijn hersenen te druk bezig waren om snel terug in slaap te vallen, dus dan maar het bed uit. Het zachte gesnurk van mijn eega deed me extra zachtjes doen en ik naar beneden, zo voorzichtig mogelijk de krakende treden vermijdend. Eenmaal beneden zag ik de Revox staan. Wel, als ik me daar nu eens even mee bezig hou, dan komt de slaap wel terug opzetten, was de redenering. De band die er op lag teruggespoeld, alles gecontroleerd en klaargezet voor een opname. De ontvanger van Vladke onder stroom gezet en de tabellen van Salena erbij gehaald. Welke frequentie wilde ik proberen? Niet dat ik verwacht dat er in het midden van de nacht wat te horen zou zijn, maar je wist nooit. Ik koos dan maar voor de frequentie waar we die Generaal-Majoor gehoord hadden. De rustige gang. Alles ingesteld, de opnameknop ingedrukt, het volume zachte gezet (tip: laat een Siciliaanse slapen ‘s nachts…), tijd om me naar de relax-zetel te verplaatsen. Zoals verwacht kwam er geen geluid uit de ontvanger. Dat gaf het rustgevend gevoel dat de boel werkte, ik kon mijn hersencellen de opdracht geven de slaap terug op te zoeken.

Blijkbaar was ik redelijk snel toch in slaap gevallen, van het half uur nadat ik was gaan zitten, herinnerde ik me niets meer. En voor de tweede keer die nacht werd ik met een schok wakker. Er klonk een klik. Iets van metaal. Ik keek rond, niets te zien. Een tweede klik en toen besefte ik dat het uit de ontvanger kwam. Je kan je voorstellen dat mijn aandacht weer helemaal op scherp stond. De volumemeters toonden dat er wel meer geluid was, maar dat pakte mijn brein nog niet helemaal op. En toen kwam het: een scherp metalen geratel. Alsof je een oud speelgoedautootje aan het opwinden bent om het van zichzelf te laten rijden. Na een tijdje gekraak stopte het en klonk er een scharnier die aan wat olie toe was. Het geluid van een kleine deur die dicht ging, gevolgd door een sleutel die omgedraaid werd. En voetstappen die zich van de zender verwijderden. Na een twintigtal stappen stopten de voetstappen, was er wat zacht gerommel te horen en weer het geratel van iets dat opgewonden werd.
Maar natuurlijk! Dat was iemand van een onderhoudsteam of veiligheidspersoneel die de opdracht heeft tijdens de nachtrondes alle klokken handmatig op te winden! Yes! En ik blij dat ik dat geluid opgenomen heb, dan kan morgen Salena het ook beluisteren. Ik wist ineens waarom onze voormalige Fiamma ons kwam wakker blaffen. Die kwam zeggen dat er wat interessants te horen was. Mooi toch, zo van die helpers aan de andere kant… tevreden besloot ik nog niet te gaan slapen, maar mezelf te trakteren op een heerlijke Gouden Carolus Whisky Infused. Wel met de belofte het bij één te laten… Dat bier is zowat het énige dat nog wat van stand en waarde is uit Mechelen. Maar daar gaat het nu even niet over.
wordt vervolgd…
K. Bardoesjka
**
Lees vooraf:
Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (1) – Klik HIER
Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (2) – Klik HIER
Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (3) – Klik HIER
Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (4) – Klik HIER
Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (5) – Klik HIER
Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (6) – Klik HIER
Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (7) – Klik HIER