Hoe het begon: de zender in de klok (6)

U leest vandaag deel 6 van onze novelle: “Hoe het begon”

Van de hand van K. Bardoesjka

Elk weekend komt er een deeltje bij.

Lees vooraf:

Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (1) – Klik HIER

Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (2) – Klik HIER

Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (3) – Klik HIER

Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (4) – Klik HIER

Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (5) – Klik HIER

Volgende zaterdag deel 7

**

De volgende ochtend werden we met een duf gevoel wakker. Het aperitief van de vorige dag vloeide vlotjes over in nog meer lekkers en het was erg gezellig geworden. Het Waes-gevoel in onze hersenen wist te vertellen dat we nu niet in een Porsche moesten gaan stappen. Ook niet in onze BYD, de gezichtscontrole die de Chinezen daar hebben ingestopt zou direct een Ludwig Vandenhove-alarm afgeven en de wagen weigeren te starten. Straffe jongens, die Chinezen…

Een stevig ontbijt dan maar. Drie PFAS-eitjes van onze eigen krielkippen konden er wel in. Gebakken in echte reuzel want margarine vertrouwen we voor geen haar meer. Ik geef die sympathieke Jamie Oliver groot gelijk: Als de ingrediëntenlijst op voedselverpakking leest als een wetenschappelijk artikel van de NASA, eet het dan vooral NIET op. Goed gezegd, Jamie.

Na het optrekken van de nevel in onze breinen en het zich op gang trekken van de denkcellen en dito neuronen besloten we het lijstje nog eens te bekijken. De coördinaten van de derde plek wezen naar de Émile Jacqmainlaan in Brussel, met name naar het gebouw waar de eerste hoofdzetel van de krant “De Standaard” gevestigd was. Mmm, daar zitten ze al lang niet meer. Die kantoren verhuisden in 1980 naar de Gossetlaan in Groot-Bijgaarden, waar ze introkken enkele jaren na hun failliet en de redding door Agfa-Gevaert-man André Leysen. In 2020 volgde dan de voorlopig laatste verhuis naar de bovenste verdieping van het oude Shell-gebouw in de Kantersteen, weer in het centrum van Brussel. Niet dat er van het oorspronkelijke stichtings-idee en de journalistieke kwaliteit van De Standaard van vóór Vandermeersch nog wat overblijft, maar daar gaat het even niet om.

Verbaasd als we waren over de interesse van de KGB in deze Vlaamse krant, achtten we de kans klein dat daar iets te horen zou zijn. Toch maar proberen. Je weet maar nooit welke ingenieuze truuks de Russen toen bedacht hadden om hun zendertjes toch maar te kunnen laten blijven uitzenden.

Toen we besloten de test te doen, zagen we dat de Revox nog aan het opnemen was. Scheisse! Helemaal vergeten! Al wat gisterenavond en deze ochtend hier in onze leefkuil te horen was, staat op band. We keken elkaar met rode oortjes aan en besloten de band dan maar terug te spoelen en veilig apart te leggen. Dan luisteren we later wel eens hoe het klinkt als we wat lekkers op hebben…

(kuchje) Terug naar de tabel en De Standaard dus. Een andere band opgelegd, alles ingesteld op de zender van de Jacqmainlaan en opgezet. Groot was onze verbazing dat we direct geluid doorkregen. Er werd gevloekt. In het Gents. En dan nog stevig ook. “Krijgt de jukte woar dadde nie keunt scharte! Edde gee en stuk in euw kluute? Pezevever! Kwistenbiebel! Hedde de memo nie verstoan?”

We keken elkaar aan met een gevoel van succes en verbazing tegelijk. De zender werkt! Maar waar staat die? En het ging er stevig aan toe. Het gevloek verwijderde zich, we hoorden voetstappen van meerdere mensen afstand nemen van waar de microfoon zat. De context wees naar een hiërarchische overste die in het Gentse dialect opgegroeid was, die een mindere de mantel uitveegt, waarbij omstanders aanwezig waren die zedig hun mond hielden. In de verte klapte een deur toe en het werd stil.

Of toch niet? Ik zag de VU-meters op het mengpaneel zachtjes bewegen. De volumeknop die ik bij het begin van het gevloek zachter gezet had mocht nu terug naar maximum. Tik. tak. tik. tak. tik. tak……. Héla, wat was dat? De microfoon zat verstopt in het binnenwerk van een oude klok. Tik. tak. tik. tak. Dàt was eeen interessant gegeven. Het zou wel eens kunnen dat die klok er al geweest was in de kantoren van de Jacqmainlaan. En als die een emotionele waarde heeft voor iemand van de redactie, maakte die braafjes elke verhuis mee.

Bingo! Dat zou ook het Gentse accent kunnen verklaren! Karel Verhoeven is daar immers de hoofd puppet. En die doet natuurlijk de regeltjes van de woke check desken strikt naleven. Combineren we dat met zijn typische linkse lontje zouden we wel eens dicht bij de waarheid kunnen zitten. Mmmm… “Voorzichtig met je conclusies, hé schatje,” hoorde ik zeggen. “We hebben nog geen bevestiging.” Ik doe wel meer aan wishful thinking, dit was wellicht Verhoeven. We lieten de Revox met plezier verder opnemen.

De drie grote successen met de ontvanger brachten nieuwe vragen met zich. We kunnen niet naar alle frequenties tegelijk luisteren, we kunnen ofwel opnames maken, ofwel opnames beluisteren, de twee samen gaat ook niet. “Goh, schat, we hebben een luxeprobleem gecreëerd.”

Plus, wat doen we met wat we horen? Als we dit rondvertellen geloven ze ons niet of er staat binnen drie tellen een Franstalig eskadron botinnekes hierbinnen die “ta gueule” roepen en beginnen schieten. Geen zin in. Wat begon als een interessant gegeven voor de nieuwsgierigheid kon wel eens een niet te onderschatten maatschappelijke impact hebben. Wat nu? Buiten het gezapige “tik tak tik tak” op de achtergrond was het ineens erg stil.

Naar de pers stappen? Mijne schat kreeg een lachbui. “Dat meen je toch zelf niet! Stel je voor, Humo die iets tégen de regering of collega-journalisten zou schrijven? Of Apache die door publicatie ineens haar subsidiekraan dichtgedraaid zou weten? Nope, gaat niet gebeuren, mijnheertje Bardoesjka.” Haar analyse klopte natuurlijk als een bus. “Maar W817, er is toch ‘tScheldt?”, vertelde een van mijn meer briljante hersencellen. “Die geplastificeerde kopies die vroeger achter den toog van elk beter Antwerps café hingen? Dat krantje dat door die gast met zijn lingeriewinkel in de Helenalei uitgegeven werd? Die gast is toch vermoord, heb ik gehoord?”

Even was het stil en toen begonnen we met twee tegelijk te praten. Net een kippenhok. Dat hier neerpennen is te veel werk, ik vat de essentie even zakelijk samen:

  • Klopt. Dat was een zekere Bert Murrath. Grok weet zelfs dat hij de uitvinder is van de kus-o-gram.
  • En hij heeft de scoop over Delphine Boël op zijn naam. (Pluspunt)
  • Die man is dood, vermoord, maar ‘tScheldt bestaat nog en krijgt geen subsidies. (Pluspunt)
  • ‘tScheldt wordt wel voortdurend lastig gevallen met SLAPP rechtszaken door mensen uit de hogere hiërarchie die wat onheus gedaan hebben en die hen willen muilkorven. (Lastig)
  • Hebben de zaak sjoemelpoedel aan het rollen gebracht (Pluspunt)
  • ‘tScheldt wint de meeste van die rechtszaken en wordt zelfs door de rechter beticht van “goed vakmanschap” in zijn arrest. (Groot pluspunt)
  • Maar, probleempje, we kennen die gasten niet, er is enkel hun website en een email adres. (Lastig maar wel veilig)

Kortom: we vonden het beide een goed idee om contact te zoeken met die gasten van ‘tScheldt om te polsen of het wel veilig was om een en ander met hen te delen. Actiepunt: mailtje sturen naar dat adres op hun website. Dus maar even een extra alias aangemaakt in ons Proton account, kwestie van toch op zijn minst een veilig gevoel te houden en die redactie niet direct zicht te geven op wie we zijn. Je weet maar nooit.

Intussen hadden we de Revox afgezet. Onze klok tikte richting avondeten en we vonden dat we genoeg opwinding beleefd hadden voor die dag. Tijd voor een van die heerlijke pasta’s van ons madam. En een fles goeie Masso Antico Primitivo. Ook al is die rooie wijn onderdeel van de Colruyt stal, wij vinden dat die lekker is. Terwijl de pasta aan het garen was en we een bokaal gewekte zelfgemaakte pastasaus opwarmden, werd een mail naar de redactie van ‘tScheldt gestuurd om te polsen of ze interesse hadden in onze bezigheden.

Wat later op de avond keken we voor de zoveelste keer naar een aflevering van de sublieme serie Outlander op Netflix en probeerden we ons voor te stellen hoe het zou zijn vooruit in de tijd te reizen in plaats van 200 jaar terug. Catweazle weet hoe dat voelt, maar ik heb zijn gsm-nummer niet.

Net voor we naar bed wilden gaan, begonnen de honden wild te blaffen. Ze renden naar de voordeur alsof er hard werd op geklopt, maar wij hadden niets gehoord. We keken elkaar verbaasd aan. Toch maar even kijken. Tot onze grote verbazing lag er een bruine enveloppe. Onder de deur geschoven. Snel de deur geopend, maar niets te zien. De straat leeg, geen geluid. Er stond niets op de enveloppe geschreven. Blanco. We keken elkaar aan met een blik van “waar zijn we nu in terecht gekomen?”

Snel terug naar binnen, deur weer op slot en aan de eettafel de enveloppe geopend. Een aantal gekopieerde bladzijden in het Russisch en een klein stukje oud bruin papier met de volgende tekst:

“Vladke!” Mijn hart sloeg een paar slagen over van de adrenaline opstoot. Van slapen gaan was er geen sprake meer, onze breinen sloegen op hol. We beseften dat het geen zin had om buiten naar de bezorger van de enveloppe te gaan zoeken, dus we zetten ons weer aan tafel en we besloten nog een fles Masso Antico Primitivo te kraken. Dan maar de “missing pages” bekijken. Het waren technische documenten. Met behulp van DeepL vonden we na wat zoeken dat het beschrijvingen waren van de microfoons en de zenders met instructies hoe die te monteren en in te stellen op bepaalde frequenties.

De vijfde bladzijde trok onze aandacht. Het was een beschrijving van hoe een zender in een pendule of staande klok kon gemonteerd worden en zijn energie kreeg van het handmatig opwinden van die klok. Dus zonder een stekker-stopcontact combinatie! Geniaal! Zulke oude klok zou natuurlijk mee verhuisd worden en met enig geluk werd die elke dag opgewonden van door het onderhoudspersoneel.

Dat verklaarde veel. Stel je voor: wij, in het jaar 2025, zijn de KGB uit de jaren ’40 van vorige eeuw dankbaar. Mijn voorouders draaien zich om in hun graf. Ik creëerde zonet een smet op het blazoen van de Bardoesjka’s.

Wordt vervolgd…

K. Bardoesjka

**

Illustratie: Emile Jacqmainlaan 127, waar in de jaren zeventig De Standaard Groep zat (De Standaard met Het Nieuwsblad en Ons Volk). Aan de rechterkant – voor wie met de rug naar het gebouw staat – bevond zich het hotel-restaurant Canterbury, pleisterplaats voor de journalisten van De Standaard Groep in die tijd. Op 8 juni 1976 ging De Standaard Groep daar failliet. André Leysen redde de failliete krantengroep en verhuisde twee jaar later het bedrijf naar Groot-Bijgaarden onder de naam Vlaamse Uitgeversmaatschappij (VUM).

**

Lees vooraf:

Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (1) – Klik HIER

Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (2) – Klik HIER

Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (3) – Klik HIER

Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (4) – Klik HIER

Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (5) – Klik HIER

Lees volgende zaterdag deel 7