

Joël De Ceulaer zat als een overjaarse pukkel aan de Tafel van Gert. Hij vond het hélémaal kunnen dat een directeur van een katholieke school beweerde non-binair te zijn en eiste aangesproken te worden met ‘hun’.
We leven in een soort Romeinse tijd waar normaliteit plaats ruimt voor totale zottigheid. Vroeger werd een man die op straat beweerde Napoleon te zijn een tijdje verzorgd in een instelling. Nu wordt zo iemand directeur van een school. Als de wereld met elkaar afspreekt dat iemand geboren met een piemel en eraan bengelende ballen aangesproken wordt met ‘mijnheer’, dan mag de non-binaire rariteit denken dat hij geen mijnheer is, maar heeft hij de wereld niet op te leggen dat hij aangesproken moet worden met iets anders, zeker niet in de intellectuele wereld van het onderwijs.
Naast De Ceulaer zat een zekere Laura Govaerts, een cluster-fuck in het rariteitenkabinet dat de Tafel van Gert aan het worden is. Zij kwam zonder veel omhaal beweren dat zesvoudige moordenaar Horion een brave opa is die al lang had moeten vrijkomen. Govaerts heeft waarschijnlijk minder dan 6 hersencellen rondzwemmen in haar brein, anders had ze het concept zesvoudige moord misschien begrepen.
Alex Agnew zat ook aan de toilettafel. Hoe meer hij zei, hoe meer het publiek begon te braken. Hij beweerde dat hij altijd ‘eerlijk’ was. Daarop begon hij omstandig uit te leggen dat er maar best niet meer gelachen wordt met ras, kleur en uiterlijk. Nee, er mag alleen nog gelachen worden met iemands ‘ziel’. Het was alsof Hitler aan het woord was die beweerde dat vergaste Joden alleen nog maar in blauwe gasflessen van 13 liter mochten vervoerd worden, omdat ze anders op hun tenen zouden kunnen getrapt zijn.