OPINIE
door Marcel Kierszenbaum
Columnist
**
Op 19 augustus 2025, bijna twee jaar na 7 oktober 2023, de grootste massaslachting op Joden sinds de Holocaust, sprak Vlaams minister-president Matthias Diependaele een zin uit die de geschiedenisboeken haalt, niet door zijn intellect, maar door zijn schaamteloosheid: “Ik weet niet wie hier de grootste smeerlap is: Hamas of Israël.”
Een uitspraak die geen ruimte laat voor nuance of excuus. Een Vlaams regeringsleider die het verschil niet ziet tussen een democratie en een moorddadige terreurorganisatie die vrouwen verkracht, kinderen ontvoert en baby’s vermoordt. Het is een morele afgrond verpakt in één achteloos uitgesproken zin.
En dan, alsof dit dieptepunt nog niet diep genoeg was, verscheen op 2 september 2025 partijvoorzitster Valerie Van Peel in Terzake. Geconfronteerd met de walgelijkheid van haar minister-president, kreeg ze de kans om afstand te nemen, om zich te distantiëren, om ten minste een spoor van moreel besef te tonen. Maar nee, Van Peel koos ervoor om haar partij definitief onder te dompelen in de beerput. Met een stalen gezicht verklaarde ze: “Ik vind dat een goede vergelijking.” Daarmee werd Diependaele’s perversiteit niet gecorrigeerd, maar gelegitimeerd. Het was geen slip meer, geen ongelukkige formulering, maar een officieel zegel van de N-VA: Hamas en Israël, moordenaars en slachtoffers, terreur en democratie, volgens deze partij zijn ze moreel inwisselbaar.
Dit is niet zomaar politiek cynisme. Dit is het bewust uitwissen van de grens tussen beschaving en barbarij. Dit is de banalisering van 7 oktober, alsof de gruwel van die dag — de verkoolde lichamen, de verkrachte vrouwen, de afgeslachte families — slechts materiaal is voor een cynische vergelijking. Wie zegt “ik weet niet wie de grootste smeerlap is”, zegt eigenlijk: “ik weet niet of de verkrachter erger is dan zijn slachtoffer.” En wie dat vervolgens een “goede vergelijking” noemt, geeft terreurpropaganda de stempel van politieke respectabiliteit.
De enige logische conclusie is dat de woorden van Diependaele en Van Peel terugkaatsen op henzelf. Want wie is hier de grootste smeerlap? De minister-president die de vergelijking maakte? Of de voorzitster die ze goedkeurde? Het lijkt een wedstrijd in morele verrotting, en Vlaanderen mag live toekijken.
Misschien nog cynischer dan hun woorden is de stilte die erop volgde. Vier Joodse mandatarissen zetelen vandaag voor de N-VA: Michaël Freilich, André Gantman, Samuel Markowitz en Joël Gemeiner. Vier stemmen die alle legitimiteit hebben om te zeggen: “Tot hier en niet verder.” Hun zwijgen is oorverdovend. Geen publieke afkeuring, geen verzet, geen grens. Daarmee worden zij, of ze het willen of niet, de schaamlap van een partij die het verschil tussen Israël en Hamas uitwist. En dus dringt zich de vraag op: kunnen zij nog langer geloofwaardig in zo’n partij blijven? Het antwoord is neen. Wie integriteit en zelfrespect wil behouden, kan maar één ding doen: collectief ontslag nemen. Alles minder is instemming.
De N-VA presenteert zich graag als de behoeder van waarden en normen, maar de waarheid is dat haar leiders de grens tussen beschaving en terreur hebben uitgewist. Diependaele stelde de obscene vraag. Van Peel vond het een “goede vergelijking.” En de rest zweeg. Zo schrijft deze partij zich definitief in aan de verkeerde kant van de geschiedenis.
De enige zin die overeind blijft, is de hunne, maar teruggekaatst in de spiegel:
“Ik weet niet wie de grootste smeerlap is: Diependaele of Van Peel.”
Door Marcel Kierszenbaum
Columnist | Oprichter van Guardians of Zion
© Alle rechten voorbehouden
⸻
Voetnoot
Matthias Diependaele, Vlaams minister-president, verklaarde op 19 augustus 2025: “Ik weet niet wie hier de grootste smeerlap is: Hamas of Israël.”
Bron: De Tijd – Diependaele beweegt geen millimeter over Gaza: “Ik weet niet wie hier de grootste smeerlap is”