Verslag van onze satirische culinaire verslaggever NWMK
**
Ach ik geef het grif toe, ik ben verslaafd… Et alors, zou Mitterrand zeggen…
Ik weet ook niet wat er eerst was hoor, ik bedoel maar…. Was mijn nood aan lekker eten er eerst? Of zijn het mijn genen die mijn frustraties positief ombuigen naar een kwalitatief hogere etensdrang? Komt het omdat ik ergens blauw bloed heb (geloof me, mijn broer heeft ooit een queeste naar onze stamboom gehouden en kwam naar verluidt bij de orde van de ridders van de Prins van Oranje uit, leuk verhaal, alleen mijn broer verkoos enkele jaren geleden jammergenoeg het hiernamaals en liet geen tastbaar bewijs achter… Nu ik er aan denk, het zou de polygamie en het bourgeoisiegehalte aan vaderskant kunnen verklaren) of omdat ons ma gewoon heerlijk kon koken en mij besmet heeft met verfijnde smaakpapillen?
Wat er ook van zij, ik kan niet weerstaan aan lekker of verfijnd eten. En dat hoeft niet altijd copieus te zijn hoor, het moet vooral met liefde gemaakt zijn.
Een beetje zoals Tarantino ooit in een interview over zijn filmmuziek zei: “Wanneer je het juiste nummer bij de juiste scène plaatst, dan zal elke persoon, eender waar, eender hoe die zich voelt in eender welke situatie, bij het herbeluisteren van dat nummer teruggeflitst worden naar die scène…
Op die manier word ik dikwijls teruggeflitst naar leuke momenten wanneer ik een bepaalde smaak herbeleef… Ik schrijf hier wel degelijk ‘leuke’ momenten.
Bij hoge stress bijvoorbeeld is het voor mij eenvoudig om effe iets lekker te eten, en hop de endorfines doen de rest. Dan kan ik er weer tegen… Reeds bij de scouts wist mijn medeleiding welke talismannen ze best op zak hadden om mij in het gareel te houden; enkele ‘mignonetjes noir de noir’, een raider (dat heette toen zo), een negerinnetetje, een verse jonge wortel, een watermeloen, een pak Smiths ‘bolognaise flavour’, een stukske petit beurre-taart en hop, bij een crisissituatie kon ik er weer tegen… (eerlijk is eerlijk, vooraleer u de vraag stelt zal ik ze al beantwoorden, nee, ik heb in die tijd nooit de vraag gesteld of een stevige vrijpartij hetzelfde effect zou teweegbrengen)
Maar dus, je groeit… Je bent zeven jaar en uiteraard ben je een gezond bazeke, nu heet dat ADHD, en dus nam mamslief je al eens mee naar de grote stad. Toen werd je om mee te gaan naar de stad beloond. (Na je 21ste wordt gaan winkelen in de stad iets wat je als man ondergaat -maar nee schat, uw gat is echt niet te dik in die rok-)
Terugdenkend aan de tijd van toen, was de beloning een bezoekje aan een waardig, stijlvol, beetje jaren dertig aandoende zaak met een kermisachtig interieur vol zoete zonden: Désiré de Lille
Vergis u niet hé, Lille is vooral bekend geworden als eerste serveerders van ons welbekend arbeidersmaal: mosselen met friet maar dat kreeg je niet bij Désiré de Lille.
Nee, zoals Mère Poulard op de Mont St. Michel bekend stond voor haar heerlijke omeletten, zo stond onze Désiré de Lille bekend om zijn culinair orgasme-verstrekkende wafels en pannenkoeken… (onthoud vooral het woordje ‘stond’).
Ik geef toe, ons ma kan het ook hoor, zelfs op haar 89ste kan ze nog fantastische pannenkoeken bakken (als ze goesting heeft). Maar treed me bij, heeft het niet iets royaals, zo iets goddelijks, dat je je kan neervlijen in zo’n bankje (het doet wat denken aan een coupé in een trein) en dan bediend worden door een lieve deerne (toen toch) die zo’n warm smeulend flensje met wat smeltend poedersuiker voor je neerzet? Kenners weten dat het eerste waar je naar dient te kijken de vorm is. Een superieure pannenkoek heeft iets van een maanlandschap waarbij de hete boter en het deeg een bruisende strijd aangingen, vertaald in van die kleine
kratertjes met die typische lichtbruine randjes. Dan weet je het, this is the real shit man!!!
Vervolgens gebeurt het magische; ondergetekende heeft het liefst de combinatie van dat deeg, beneveld met poedersuiker, in een huwelijk van donkerbruine suiker en wat citroendruppels (onze pa deed dat vroeger, toen deed ik dat gewoon mee voor de show maar de laatste vijfentwintig jaar vind ik het heerlijk! Oh ja, dit is de simpele pannenkoek hé, een crêpe Normande of Suzette is natuurlijk ook niet te versmaden). Eens opgerold en versneden komt het juweeltje op de vork, op twee jaar nog vliegtuiggewijs, zacht landend op de tong terecht.
BOEM! Een regenboog van emoties gaan door je heen, alle sensoren staan op scherp. Zou het? Is het? Werkelijk? En ja hoor, daddissem! En dan smelt ik dus, dan sluit ik mijn ogen en geniet met volle, echt volle teugen, de koning te rijk man!
Ik weet het, uiteindelijk gaat het om gewoon wat bloem, eieren, melk, water of wat bier, beetje peper en zout, en wat echte boter. Meer is het niet. Maar o zo heilzaam. Manmanman….
De jaren gaan ongemerkt voorbij. Smaakpapillenkapers zijn er steeds op de tongkust, en ja ik heb gezondigd, ik kon niet anders. En ach, je vermoordt toch geen vrienden omdat ze op een feestje van de kleine snel in den Aldi wat voorgebakken stuff zijn gaan halen? Nee dat doe je niet (stiekem je ongenoegen laten blijken door die River Cola bij die Ficus te gieten… Nah, toch niet. Ach, ze weten niet beter.) Nog eentje, maat, want daar zijde zot op hé, “khem er genoeg zenne!” Op een enkele keer na heb ik bij mensen thuis nooit gezegd, “ge moest eens weten, randdebiel!”
Maar goed, je leert met je verslaving leven en memoriseert vooral de waypoints voor de verschillende peacemakers: de “A Mano” voor paardenfilet met Bearnaise, de “Maritime” voor mosselen van de chef, le “Chalet de Pede” voor de Onglet, “Bij Tita” voor de toast Benedict en ga zo maar door. En natuurlijk de Désiré voor de crêpe…
Jaren gaan voorbij, en bibi houdt zich vast aan de zekerheden des levens. Waar zouden we anders staan zonder? De kathedraal blijft hoger dan de Sint Romboutstoren, Agent Kriekemans blijft koploper qua parkeerboetes, politiekers blijven idiotiën verkopen (en geraken ermee weg) en mijn waypoints blijven bakens in geval van nood…
Tenminste, dat dacht ik…
Met de nieuwe deerne en haar dochter een keertje gaan winkelen in Antwerpen op een flauwe maartse zondag. (Geachte lezers, dit artikel is van voor de zomer, maar daarom niet minder waard)
Ik overtuigde onze puber om eens in een echt ‘graaf‘ etablissement een échte pannenkoek te gaan eten. En oké, ze wilde een croque monsieur, maar soit, dat kan daar evengoed.
Groot, bijna crise cardiaquaal was mijn verbazing te moeten ontdekken dat mijn baken een verbouwing onderging… Een niet zo echt Antwerps maar eerder Oostbloks-pratende meneer wist mij vriendelijk te vertellen dat ze verhuisd waren. Ach, oef, natuurlijk, zoiets kan gebeuren, en met enig respect, want van een deftig etablissement met roem aanvaard je een gps-aanpassing als het voor de goede zaak is…
Kijk eens aan, op de Suikerrui begot! Wat een mooi, euh, gewoon, euh….(tiens waarom staat hier een bord handelspand over te nemen?) plastieken interieur?!?!? Bon, de stoelen zitten wel goed, denk ik, en zo erg is dat interieur toch ook weer niet, we komen tenslotte voor de pannenkoek en niet voor de muren. Maar waarom praat die bediening nu in het Matroesjka-engels?
Stilaan begint de demoon op te doemen. Daar waar je eerst nog licht twijfelt en vergevingsgezind denkt van ach, alles heeft zijn tijd nodig om aan te passen, maakt de twijfel plaats voor het culinair afstompende monster waar België nu al een jaar of tien mee kampt…
Tien jaar geleden kon je bijna in elk dorp lekker eten, en voor een habbekrats!
Mensen die vroeger naar Namen reden wisten steevast; in de ‘Aire de Aisshe en Refail’ had je een zalig ontbijt. Elk wegrestaurant bereidde een lekkere steak, vol au vent had een eerlijke smaak…
Maar neen, alles moet er aan geloven… Het is even duur gebleven of duurder geworden, maar de finesse, die is gewoon verdwenen…
In het geval van Désiré stelde ik mij oprecht de vraag of mijn gezelschap het slachtoffer was van een candid camera-operatie.
Om maar iets te zeggen, een ‘croque’ is niet meer een ‘croque’. Tegenwoordig, vermoedelijk omdat het langer bewaart, gebruikt men van dat ‘sponsbrood’… zoeter dan normaal, en zelfs getoast heb je zoiets van, mjaa kweenie… het slaatje erbij was verzorgd, maar ook daar heeft één of andere idioot gemeend het warm water opnieuw te moeten uitvinden door wat uitheemse groenten in de croque te draaien. Gevolg: geen vertrouwde smaak. Bovendien, in hemelsnaam, ben ik nu de enige die zich afvroeg wat dat bedienend personeel eigenlijk aan het zeggen was, en waarom zo luid?
Toegegeven, ze waren wel vriendelijk, dat wel. En ja, zij kunnen er niets aan doen, dat is waar. Ik heb soms ook wat te doen met die mensen. Maar ik bleef wel op mijn honger zitten, ook al was mijn buik vol van de noodlottige omstandigheden bij Désiré.
Neen echt, want toen ik mijn eerste hap in mijn… euh, … niet maankraterlandschap, nee dat meen je niet, die is niet vers gebakken of wa-pannenkoek, wilde zetten kreeg ik een wel zeer gekke hallucinatie.
Om jullie te helpen; beeld je die heerlijke op grootmoederswijze bereide pannenkoek in. Bij de eerste hap sluit je je ogen, om de smaakervaring nog inniger te maken, je hoort in de achtergrond een zeemzoet liedje, en wat tjilpende vogels. Heerlijk.
En dan plots een kras op die plaat van dat liedje…een rammelende tractor die opdoemt, het typische geluid van de drukpomp van een beerkar, lekker de lopende koeiestront uitnevelend op de weide. Heerlijk.
“Jaoh menierrn, wij al drie weken zeggen, baas, baas, die toiletten kapoet….. wij iel sorry, daarom gratisch voor oe die café normande…”
Ach ik geef toe, ik heb vroeger ook moeten worstelen, met pampers tijdens diners, op zich ga je daar niet van dood, weet ik wel, maar WTF is dit allemaal…
Geloof me, ik had al twijfels over het helende effect van de niet zo heerlijke pannenkoek, maar met de stank van die toiletten erbij werd het allemaal moeilijk verteerbaar.
Plus, de smaak van de pannenkoek, ohlala. Mensen die een poes hebben zullen zich het volgende beeld wel voor de ogen kunnen halen; soms grijpt een poes een dikke vette spin. Eens in de mond begint ze dan op dat insect te kauwen waarbij haar mond zich met de regelmaat van de klok wagenwijd opent, met de tong het kadaver terug naar buiten duwend, alsof ze net een stukje chocola met levertraan in de mond geduwd kreeg…
Onnodig te melden dat er in mijn hoofd een grellige resem aan alarmbellen afging.
Ik kon wel wenen, maar niet van blijdschap…
Nu net voor het rijpen van dit artikel ben ik wel blij dat ze daar zelf de handdoek in de ring hebben gegooid. Het pand op de Suikerrui is toe. En terecht.
Op de officiële website van Désiré de Lille is niet te ontdekken hoe het verder gaat gaan met onze vrienden uit Rijsel.
De Désiré de Lille met de stinkende toiletten is één van de zovele goede familiezaken die onder het juk van goedkope arbeidskrachten en inferieure voedselkwaliteit onze eens zo prachtige horeca bezoedelen…
Ging trouwens ‘Boom, like that’ van Dire Straits daar ook niet over?