Theirs not to make reply
Theirs not to reason why
Theirs but to do and die.
(The Charge of the Light Brigade, Lord Tennyson)
Over heel Europa worden vanuit het defensiebudget gelden vrijgemaakt om propagandafilmpjes te maken over werken bij defensie. Maar hoe is het gesteld met de gevechtsbereidheid en de daarmee samenhangende sneuvelbereidheid van jongeren? Die gevechtsbereidheid wordt vaak verpakt als een nobel ideaal in romantische of patriottische verhaaltjes, vooral in het verleden, maar is de jeugd hier nog gevoelig voor?
Onze politici en generaals, die zelf nog nooit een voet op een slagveld hebben gezet en soms worden aangestuurd door het “military-industrial complex”, willen onze jongeren als pionnen op een schaakbord zetten. Via propaganda, emotionele oproepen, AI-filmpjes en sociale druk via diverse medianetwerken proberen zij jongeren aan te zetten tot gevechtsbereidheid. Zelf hebben ze geen benul van de realiteit van het front. Ze zijn er wel eens gaan kijken als “fait divers” onder extreme beveiliging, zoals we de laatste jaren zagen in Oekraïne: lekker soldaatjes kijken. Of beter gezegd: in de weg lopen om fotootjes te maken voor hun sociale media.
In 2024 werd een onderzoek uitgevoerd: “Would you fight for your country?” Dit ging over het verdedigen van het eigen vaderland, niet over een uitgevonden oorlog die ze “de onze” noemen. Oef, we zijn niet de laatste! Nederland is hekkensluiter met 15%, België scoort een topresultaat van 19%, terwijl Finland eruit springt met 74% gevechtsbereidheid.
Een treffend citaat luidt: “Ik ben niet bereid om te vechten voor de spelletjes van achterlijke leiders die van ons kanonnenvoer willen maken.” We zouden het ‘tScheldt niet zijn als we niet zelf een semi-wetenschappelijk onderzoek deden naar de fysieke en mentale gezondheid van onze jongeren.
Daarom stelden we ons strategisch op op een terrasje in Antwerpen. Lekker gezellig!
We bespreken hier het voorwerp van ons onderzoek, namelijk de passerende jongeren.
De eerste had een paarse haardos, gevolgd door een gothic figuur op hoge laarzen. Dan passeerde een groot deel LGBTQIA+’ers, waaronder ook een aseksueel –(wacht, dat was toch zeker niet de baas van de NAVO, die M. Rutte? Van hem moeten we geen kanonnenvoer verwachten. Hij deed zelf geen militaire dienst en bracht het Nederlandse leger tot aan de bedelstaf. Zo’n man maak je natuurlijk baas van de “pang-pang-club”). Maar terug naar ons onderzoek, dat we even onderbraken om een Bolleke achterover te slaan. Wat kwam er nog? Enkele figuren met obesitas en gestreste jongens en meisjes die nog op zoek zijn naar hun ware identiteit. Jongens, jongens, moeten we dáármee naar het front? Wat een stelletje slapjanussen en jankerds is de gemiddelde ‘jongere’ op straat! Wat opviel is hun GSM-gedrag: hun smartphone leek een lichaamsdeel dat God vergeten was in te bouwen. De vraag rijst meteen: mogen GSM’s mee naar het front, en mogen jongeren onder het schieten hun sociale media onderhouden? Wacht, ik ben nog niet klaar met de resultaten van mijn straatonderzoek. Er passeerden ook een pak nieuwe Belgen, die er wél fit en strijdlustig uitzagen. Klaar voor een nieuwe divisie “Islamitische jongeren voor Belgicistan”. Uitstekend ideetje, al zeg ik het zelf. Ik slaap al geruster.
We sluiten af met een statement van de bekende generaal Patton: “The object of war is not to die for your country, but to make the other bastard die for his.”
Duidelijk, toch?
Ben El Salami