Het Roze Ballet van de Italiaanse Politie

In Italië komen dezer dagen twee tegengestelde evoluties in onze “verlichte” Europese samenleving van de 21ste eeuw naadloos bij elkaar. En “naadloos” mag voor een keertje bijna letterlijk genomen worden.

De eerste trend betreft de vergevorderde beroving van het natuurlijk gezag van politieagenten. Het begon bij de kepie! Die moest zo nodig ingeruild worden voor een hip maar bespottelijk baseballpetje. Ondertussen patrouilleren onze wouten zonder uitzondering in een fluo-hesje, rijden ze rond in mobiele ijskarren en de agent die nog durft te wijzen naar zijn pistool, heeft al een intern onderzoek aan de broek … die ’s zomers daarenboven niet zelden kinderlijk kort wordt gedragen.

Waarom het wapen, als loodzwaar uniform-accessoire, nog niet van duurzaam plastiek gemaakt wordt, blijft onbegrijpelijk: veel lichter om mee te zeulen, handiger als er gelopen moet worden! Oom agent moest zo nodig onze vriend worden maar omdat het gevolg van die vriendschappelijkheid klaarblijkelijk enkel de nietsontziende criminelen geldt … moest het kluchtig uniform uitgebreid worden met een uit de kluiten gewassen kogel- en steekvrije vest! De vriendschap komt klaarblijkelijk maar van één kant!

Een tweede evolutie betreft het gechargeerd gedoe over de eenkennige liefde. In Vlaanderen is er niemand meer – zeggen en schrijven: “nie-mand!” – die nog opkijkt van twee mannen of vrouwen die elkaar de eeuwige liefde verklaren; iedereen kent wel iemand die verliefd werd op zijn eigen evenbeeld en heeft daar vrede mee; hoogstens wordt er hier en daar subtiel een situationele wenkbrauw gefronst, maar meer ook niet. Discussies, indien nog gevoerd, hebben bovendien een hoge graad van abstrahering verworven. (Let wel: het gaat hier niet over die 68 en oneffen “genders” die in de loop van de dag nog kunnen veranderen ook; evenmin over dat exhibitionistisch volkje dat gay-pride-gewijs zijn kont in ieders aangezicht moet proppen en nergens kan komen zonder de grond kleverig van de lichaamssappen achter te laten!)

Echte homofilie is in het “doordeweekse” Vlaanderen weldegelijk en wezenlijk aanvaard … tenzij natuurlijk wanneer het “omgevolkte” Vlaanderen mee in de vergelijking wordt getrokken. Dàn schrijven we een gewelddadiger verhaal! Geen verhaal meer van gefronste wenkbrauwen of onschuldige toogpraat, maar van gebalde vuisten en getrokken messen! Want Mohamed heeft het – nog maar veertien eeuwen geleden! – zo verordonneerd. Omdat dit probleem naar waarheid benoemen echter niet meer tot de moderne geplogenheden van het “pseudo-elitaire” Vlaanderen behoort, wordt de eenkennige liefde, op een nogal winderig opgeblazen wijze, gepusht. Komt Sabrina met Sheila thuis, dan wordt het van de daken geschreeuwd, maar kiest Britney voor Seppe, dan krijgt ze niet eens een kleurrijk zebrapad. En komt Fatima met Sabirah thuis, vallen er doden. Maar dat moet dus angstvallig verzwegen worden!

Welnu, om die twee ontwikkelingen – de afbraak van politioneel gezag en de artificiële animatie rond homoliefde – met elkaar te verzoenen, heeft de Italiaanse regering een wel heel originele oplossing gevonden. Wat is er precies gebeurd? Ministers die, in het beste geval, lijden aan een vreemde vorm van tunnelvisie maar, plausibeler, ook zeer goed beseffen dat enkel Corona hen kan bevrijden van de echte problemen, doen er uiteraard alles aan om de angst ook zichtbaar te maken in het straatbeeld; bijvoorbeeld in het uniform van de wetsdienaar. Daarom werden er grote hoeveelheden FFP2-mondmaskers aangekocht om alle agenten, van noord naar zuid en van oost naar west, te voorzien van die verse lucht verterende mondvodden. Groot echter was de verbijstering van de politieagenten toen zij de kleur ervan zagen: de maskers zijn nl. volledig uitgevoerd in het … roze!

De agenten vrezen nu imagoschade en verdere afkalving van hun natuurlijk gezag. Het Sindacato Autonomo di Polizia (SAP), de politievakbond, heeft al scherp afkeurend gereageerd. SAP-baas Osvaldo Paoloni kroop onmiddellijk in de pen en verstuurde een niet mis te verstane brief naar het hoofd van de Afdeling Openbare Veiligheid van het Ministerie van Binnenlandse zaken, Lamberto Giannini: “Wij dragen het uniform en de bijhorende insignes en uitrusting met waardigheid en respect. Een roze mondmasker hoort daar niet bij en is ongepast. Dat ondermijnt ons gezag”. In Bologna, Ferrara, Pavia, Siracuse, Varese en Venetië kregen ze al een lading. Of de agenten in die steden hun snoezige poezeligheid ook echt zagen toenemen, is nog niet bekend. Velen weigeren immers hun modebewuste uniform aan te vullen met insignes van de roze brigade.

Het Radio 1-programma “De Wereld Vandaag” besteedde eveneens aandacht aan de zaak. Dat programma wordt afwisselend gepresenteerd door de twee “Ruthen”: Ruth Joos en Ruth Roets. De eerste is een stenen vat vol arrogantie en zelfingenomenheid dat elk interview afsluit met een hoogst persoonlijke, op extreemlinkse leest geschoeide, uitsmijter; haar linkerhand is doorheen de tijd zowaar spontaan gefossiliseerd in een opgestoken vingertje. De tweede is een wat naïeve, mollige huisvrouw die de luisteraar, vanuit een bemoederend buikgevoel, de juiste vragen leert stellen als betrof het een kleuter uit de derde fröbel die straks, perfect geconditioneerd, aan de grote school moet beginnen. Ook zij kan het – in haar onschuldige, desalniettemin gespeelde, spontaneïteit die kiemt in een al even gespeelde onwetendheid – niet laten de vereiste van objectiviteit aan haar radiolaars te lappen …

Dit keer was het beurt aan Ruth Roets. Voor haar lijkt elk interview wel een “koffieklets” in de Paon Royal: geurend koffietje met pralinetje erbij, pinkje in de lucht en dan maar giechelen! Vooral veel giechelen; ter verhulling van de bijgeleverde levenslessen. Gekletst werd er deze keer met Angelo Van Schaik, de Nederlandse reporter ter plaatse die van hakkelen en haperen zijn handelsmerk heeft gemaakt. Roets zag het verband niet tussen roze en politioneel gezagsverlies … “Goh, wat een klassieke manier van denken!”, zuchtte ze hoorbaar vanuit een radiostudio, zichzelf natuurlijk veel geavanceerder achtend dan de agenten in en op het veld! En toen Van Schaik toch moest toegeven dat een “sbirro” (Italiaanse flik) met roze mondmasker ook op zijn lachspieren werkte, volgde de hakbijl. “Jij woont al veel te lang in Italië, Angelo”, braakte Roets grinnikend uit; waarmee de 60 miljoen “oubollige en antieke” Italianen zich weer netjes geclassificeerd wisten.

Eén ding staat in ieder geval wel vast: voor de minder “gedateerden” onder ons die niet kunnen schuilen in een radiostudio maar in het echte leven staan, zullen de duizend agenten extra – die Rome alleen al inzet ter handhaving van de coronamaatregelen – binnen de kortste keren een attractie worden. Of ze ook met gezag zullen kunnen handhaven, is vooralsnog minder duidelijk; dat er aardig wat afgelachen gaat worden is wél al zeker!

**

TE KOOP: ter ondersteuning van politiek incorrecte satire

***