Wie pers en media nuttigt, in welke vorm dan ook maar liefst met mate, wordt overspoelt door en bedolven onder reclame. Geen ontkomen aan! Reclame is de schimmel op het tempo van de internetconsumptie. Niet zelden heeft die publicitaire overvloed overigens een religieuze inslag. Er moet al eens gelachen kunnen worden! Tot dat doel strekt echter alleen de katholieke cultuur en religie, heel sporadisch ook haar boeddhistische antipode, maar nooit of te nimmer de islam. Zo bleek Christus’ laatste wens aan het kruis het onstilbaar verlangen naar een cheeseburger van een welbepaald huis te zijn en werd op anachronistische wijze de azijnspons bevochtigd met een splinternieuwe frisdrank. Onder haar blauwe mantel droeg Maria zelfs een sexy setje peperdure Parijse lingerie. Nooit echter zal men eens een eenvoudig mopje horen, genre: “Loopt een man door Borgerhout en ziet een moslima d’r tapijt uitkloppen. Vraagt de man: “Wat is ’t, wilt ‘m niet starten?”
Die selectieve spot is nochtans ambigue. Allereerst is er natuurlijk de praktische overweging. Belaster bescheiden en louter voor de grap de islam en onmiddellijk schieten de progressieve aanklagers uit hun sloffen, volgt alweer een “allahu akbar”-opstand waarin de publieke stadsgarnituur het mag ontgelden, of erger, wordt een oude schrijver de ogen uitgestoken en regent het onherroepelijke fatwa’s vanuit het uiterst geraffineerde Iran. Dan pas je beter op je tellen! Er is echter nog een tweede kant aan de zaak. Die publi-boys zijn immers niet gek. Ze schieten niet met losse flodders maar met scherp. Hun kogels kosten bovendien ook wel wat. Maar was de Bijbel dan geen terra incognita in onze geseculariseerde wereld? Dat blijkt aardig mee te vallen. Onze cultureel-religieuze memorie is namelijk taai. Eén beeld roept nog steeds een hele werkelijkheid op. Publicitair gezien niet eens een naargeestige!
Tot spijt van wie het benijdt, mogen de kruinblaadjes van onze beschavingsboom dan wel de frisgroene seculiere ideologie uitstralen, de wortels daarentegen worden nog steeds vochtig gehouden door het katholieke geloof. Of moet ik zeggen: door een religieus gemoed? Het katholieke geloof mag dan op zijn – stellig tijdelijke – retour zijn, dat betekent geenszins dat schier elke religieuze radix bij het groot huisvuil werd gekeild. Trouwens, over groot huisvuil gesproken, wie de “eigentijdse religie” op de tong wil proeven, heeft zich aanstonds naar het containerpark te reppen. De Heilige Mis voltrekt zich blijkbaar niet meer rond het altaar in de kerk, maar rond de container voor brandbaar afval, tot waartoe de “hele” werkelijkheid zich thans schijnt te verengen.
Bewust plaatsten we “hele” tussen aanhalingstekens omdat het woord “katholiek” zelf werd gesmeed rond het Griekse “holos”, wat “heel” beduidt. Volle katholieken – niet die dociele half exemplaren van tegenwoordig – “helen” (genezen) zich aan de hele werkelijkheid, op weg naar het heil en dus naar “heil-igheid. De dankzegging (eucharistie) voor de moderne klimaat- en milieuheiligheid wordt nu echter beleden op het containerpark. God de Allerhoogste werd in de nieuwerwetse viering naadloos gekoppeld aan het allerlaagste, het afval. Maar de structuur bleef dezelfde. Vermits gescheiden ophaling zowat aanzien wordt als hét summum van de milieu- en klimaatspiritualiteit dient af en toe toch naar het containerpark getogen. Voor uw dienaar is dat het Kielsbroek. Gelukkigerwijs had een of ander collectief de webstek van de stad gehackt! Daardoor konden we zelfs zonder afspraak het Allerheiligste bereiken. Eens dit euvel hersteld, kan zelfs dàt niet meer!
Uiteraard arriveerden we met de wagen. Met de bakfiets zou het transport aanleiding geven tot Afrikaanse overladenheid. En dan komt de veiligheid in het gedrang, die andere preoccupatie van de maakbare mens. Men rijdt aan en stopt voor de slagboom. Even verder zit een misdienaar z’n bijbels mobieltje na te lezen. Hij zegt geen woord, komt voor geen goud van z’n stoeltje en kondigt de komst van de clerus ook niet aan. De man toeft duidelijk in hogere sferen. Het duurt wel even, maar daar nadert eindelijk de hogepriesteres. Nou ja, hoog mag het allemaal niet heten. Breed dekt de lading beter. Ook het eertijdse schrijden heeft zich vlot gemetamorfoseerd tot bedrukt sloffen: de staat van het klimaat verdraagt geen streepje blijmoedigheid meer!
Het regent pijpenstelen! Om haar oranje-bruine Van Beirendonck-kazuifel voor het verhitte nat te behoeden, bedient de hogepriesteres zich van een zweefparasol. Een eenvoudige paraplu zou d’r paramenten geenszins behoed hebben voor de liters zure regen die ondertussen met bakken uit de milieuonvriendelijke hemel neerwaarts zeiken: ontegensprekelijk proeve van de klimaatopwarming! Wil men tot het hoogtepunt van de mis doorstoten – dit is: afval storten – moet men z’n paspoort in de juiste gleuf steken. Wie echter meent dat de hoge geestelijkheid haar arme kudde daarin zou bijstaan, heeft het niet begrepen. De gelovige dient uit zijn vehikel in de gutsende regen te stappen. De bekwispeling maakt immers deel uit van de rite. Ten dien einde trekt de hogepriesteres zich prompt een paar passen terug. Kwestie van de herdoop volledig te maken!
Zoals elke Heilige Mis begint ook de milieu- en klimaatvariant met een schuldbelijdenis. Die bestaat in de melding van het soort afval dat je graag zou dumpen. Het gelaat van de hogepriesteres vertrekt zich vervolgens in een rituele plooi van afkeuring. Zoveel puin! De gelovige wordt verondersteld onmiddellijk een spontaan mea culpa te slaan. Niets is daarenboven nog wat het lijkt. Wie hout ook daadwerkelijk voor hout houdt, maakt een kapitale fout! Hout heet in de klimaat-theologie grof huisvuil, want dat is te betalen. Jawel, ook aan de schaal werd gedacht. Die wordt niet, zoals eertijds, gedelgd met een vrijwillige bijdrage – met kopertjes klaar je de klus niet meer! – maar uit een geformaliseerde contributie. De biecht wordt zo overbodig! De hogepriesteres wijst vervolgens uiterst vaag en voor niemand zichtbaar een aantal containers aan waarin de restanten van een zondig leven kunnen geloosd worden in afwachting van goddelijke vergeving.
De misdienaar heeft ondertussen zijn linkerbeen van zijn rechter gehaald en het rechterbeen in een vlotte beweging over het linker geworpen. Verhip, de man leeft! Hij zit nu even stil als voorheen, maar vormt het volmaakte spiegelbeeld van z’n eerdere substantie. Van een waarlijke verrijzing is nog niet echt sprake, maar dat is slechts een kwestie van uren: zo tegen het einde van z’n shift zal de forse steen voor het arbeidsgraf zijn weggerold. De ritus is nu goed en wel begonnen. Voor de halve heksenkring van diverse containers werden, netjes met witte verf, een aantal parkeergelegenheden afgetekend zodat eenieder zich onder de klimaat- en milieuzon welkom zou wanen. Eén wagen beneemt evenwel drie plekken tegelijk. En wie zit er achter het stuur? Iemand? Ach, laat maar, ingewikkeld geval. Tevens uiterst moeizaam te ontwikkelen. Dus wordt de wikkel alweer verschoond.
In elke beuk van de afvalkerk keurt een suisse het godsvolk. Kerkbaljuw werd puinbaljuw! De steek met pluim werd ingeruild voor een kroezelpruik. De gewaagde hellebaard, waarmee het volk op afstand werd gehouden, maakte plaats voor gehoorapparaten, waaruit onafgebroken kerkmuziek schalt. Die afwezige aanwezigheid – of is het andersom? – van de suisse blijkt evenwel schijn. Bij gelegenheid worden warempel enkele onverstaanbare geluiden uitgestoten. Geen hond die begrijpt wat er gaande is, maar uit de bijbehorende handgebaren meent het godsvolk toch te mogen opmaken dat een foutieve container werd geviseerd. Waarom dat zo is, blijft duister. Dit is het moment waarop de priester in actie komt. De woorddienst begint! Na de lezing van het afval-evangelie wordt de wonderbaarlijke bevlekkingstheologie gedebiteerd. Die blijft evenwel voor wie geen gediplomeerde burgerlijk huisvuil-ingenieur is, mystiek van de zuiverste soort en de bovenste plank. Voor wie meegaat in het gebeuren, wenkt nochtans de extase.
Wie echter twijfelt, ziet de excommunicatie al boven het hoofd pendelen. In de oude kerk was enkel de twijfel aan Gods bestaan doodzonde. Thans lijkt zelf de minste scepsis tegenover de priesterlijke woordenbrij datzelfde lot te ondergaan. Al blijft het toch vooral een zaak van mensen. De ban wordt slechts opgeheven door het declameren van de geloofsbelijdenis, die er vooral in bestaat de puinpriester gelijk te geven. Dat doen we dan ook graag! Het hoogtepunt van de ritus nadert nu met rasse schreden. Enkel de elevatie van de rotzooi – ten einde de gelovige toe te laten tot de rand van de container te reiken – hindert nog mild de ultieme geestesvervoering, maar de hemelse apotheose is nabij. Dat is de doffe knal waarmee de halfverteerde brokstukken op het verroest ijzer van het reservoir duvelen. Al is in deze context het laatste woord wellicht een veeg minder gepast.
Deze “Boem Paukenslag” verdient waarlijk zijn plaats in de Canon van het klimaat neutrale Vlaanderen van vandaag! Nog geheel in trance wordt de gelovige, tot slot en niet eens besmuikt, op de betaalautomaat gewezen, waarna het “Ite Missa est” over het rommelpark weergalmt. Verlost van alle zonden, evenwel zonder volle indulgentia op zak, keert de tijdelijk gezuiverde mens terug naar het zondige leven, waarin hij door de Mephisto’s van de verpakkingsindustrie weer dagelijks tot ketterij zal verleid worden.
Eerlijk? Wie te kiezen heeft tussen deze “puin- en afvalkerk” of de tot in de hemel reikende Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, de triomfantelijke Sint-Paulus, de doorluchtige Sint-Jacob, de enigmatische Sint-Andries of de contrareformatorische Sint-Carolus Borromeus, heeft toch al voor benardere keuzes gestaan. Niet dan?
**
**