Joachim Coens, voorzitter van de CD&V, heeft een paar van zijn kerngedachten en ideeën samengevat in een kerstmanifest dat de titel ‘Power to the people’ kreeg. De kwaliteitskrant De Standaard – stond ooit voor Alles Voor Vlaanderen/Vlaanderen Voor Kristus – haalde bij monde van Marc Reynebeau de postmoderne kruisboog uit de kast. Stel je voor: een politicus die het opneemt voor de gewone mens.
Marc Reynebeau, de even gevierde als gehate senior writer van De Standaard, draagt een brilletje. Dat belet deze anno 1956 in Belgisch-Congo geboren historicus niet achter elke struik de grootste gevaren die de mensheid bedreigen feilloos te herkennen en passend te duiden. Elke Vlaming – of het scheelt niet veel – is een als parvenu vermomde neonazi die in een vrijstaande pastorijvilla woont. Zelfs de achterkleinkinderen van nog levende of dode Oostfronters worstelen met heimwee naar heerlijke Hitlertijden toen blonde vlechten de dirndl-boezem van de Dietse Meisjesscharen opleukten. Andere hits en verzoeknummers uit het Reynebeau Repertoire: racisme, antisemitisme, seksisme, koloniale terreur, populisme, roofkunst, culturele toe-eigening, separatisme, fout in Vlaanderen, fout in Congo, het geronnen bloed van Leopold II, slavernij, dokter Borms, kapelaan Verschaeve, discriminatie, achterstelling, seksisme, machisme, Me-Too en Black Lives Matter. Deze lijst is niet exhaustief. Integendeel. Ze wordt elke dag langer. Zelfs de brave Joachim Coens staat er nu op.
Blanke M/V
Waarom? Joachim Coens heeft het bestaan om het op te nemen voor de gewone mens. De gewone mensen die worden vergeten. Die moeten ploeteren om rond te komen. Die van hun opgelopen energiefactuur geen snars begrijpen. Voor wie de belastingbrief Sanskriet is. Die geen briefje van 20 uit de muur durven halen in het halfdonker. Die met een schamel pensioen zijn achtergebleven in een afgebladderde woontoren waar de verkwikkende, welkome superdiversiteit elke dag een feest is: vechtpartijen, lawaai, pissen in de lift, burenruzies, drugs, bidden op de gang en denderende hip hop, 24 uur op 24 uur. Wee de bange blanke vrouw of man die daar iets over durft te zeggen: gij vuile, achterlijke racist, waar is mijn kromzwaard! Socialisten kijken al jaren niet meer om naar hun historische achterban die zich verlaten, miskend, geschoffeerd, maatschappelijk ondergewaardeerd en niet gehoord voelt. Werkvolk kiest vandaag Vlaams Belang of PVDA. Twee ideologisch ogenschijnlijk zeer verschillende partijen. Al kunnen ze sociaaleconomisch wringend door dezelfde deur.
Dorpse nostalgie
Reynebeau verwijt Joachim Coens dat de CD&V-voorzitter vergiftigd is door een overdosis nostalgie naar het Vlaamse dorp van weleer. U kent dat wel: Café Telstar, babbeltje met de buurvrouw, slager, bakker, kinderen op straat, mijnheer van de bank, mijnheer de doktoor, de juffrouw en de meester, de pastoor en het koor. Dat Coens aandacht besteedt aan het wel en wee van het gemiddelde Vlaamse dorp anno 2020 is niet vreemd. Dat weet de eminente historicus Reynebeau maar al te goed. Als de CD&V ooit uit haar smeulende as zou verrijzen, zal het in de Vlaamse dorpen en op maat van een lokaal verankerde gemeenschap gesneden (voor)stadjes zijn. Reynebeau acht zich ver boven al dat dorpse Vlaamse klootjesvolk verheven. Hij dient als een exponent van de kosmopolitische intellectuele elite te worden begroet. De hoog opgeleide, professioneel vorstelijk gehonoreerde maatschappelijke bovenlaag die luncht, dineert en reist. Die een sterrenrestaurant vier vorkjes geeft wanneer de rekening voor twee slechts 280 euro bedraagt. Die zweert bij de ruimhartige zegeningen van de multicultuur. Maar daar in de betere stadswijken waar de elite woont geen (over)last van ervaart.
Stevige beurt
De zeden en gewoonten die onder de kosmopolitische stolp kracht van wet hebben, worden in de media weerspiegeld, versterkt en à la Instagram uitvergroot. Wie graag wil leven, eten, drinken, reizen, kleren dragen, sporten, voor zijn/haar lijf zorgen zoals de kwaliteitskranten en de betere magazines dicteren, komt met 6000 à 8000 euro netto per maand lang niet rond. Horloges, auto’s, zeilboten en tweede verblijven in Toscane of de Provence niet in rekening gebracht. Zelden of nooit lees je een paginagroot interview met een heteroseksuele witte arbeider die om 06u30 opstaat, fluitend gaat kakken, zijn gezicht met Sunlight wast, een overall boven zijn flanellen ondergoed en ruitjeshemd aantrekt, boterhammen met kaas belegt, de thermos met chocoreikoffie vult, door weer en wind naar de fabriek fietst, afgepeigerd thuiskomt, eerst naar Familie en dan naar Thuis kijkt om rond 22u30 ‘die van ons’ missionarisgewijs een ouderwets stevige beurt te geven. Wie vandaag de krant wil halen, dient op zijn minst binair te zijn, genderfluïde, LBTQ, een paar zelfmoordpogingen achter de rug, een borst afgezet, van kleur, gevlucht, als kind verstoten, kind geadopteerd, kind verloren of het slachtoffer van seksueel misbruik door nonkel pater te wezen. Burn-out, depressie, jezelf tegenkomen en heruitvinden doen het ook nog altijd goed. Coens lijkt begrepen te hebben dat een ruime meerderheid van de bevolking zich in die mediaspiegel niet of nauwelijks herkent. Gewone mensen hebben andere, simpele, eenvoudig op te lossen zorgen. Kleine en grotere zorgen waar de politiek hooghartig en misprijzend aan voorbijgaat. Een zieke partner, een drugverslaafd kleinkind, een ontoereikend pensioen, een auto die op diesel rijdt, een huis anno 1963 dat onvoldoende is geïsoleerd, bankkantoor gesloten, vertrouwde buurtwinkel vervangen door Aldi & Co, 8 kilometer verderop. Met de rollator.
Katholiek? Ochottekes!
De eindredactie van De Standaard vat de kern van Reynebeau’s anti-analyse samen met een in het oog springende streamer: ‘De sfeer in het manifest van Coens is dorps, maar vooral twintigste-eeuws, statisch, conservatief en nogal katholiek.’
Heb je van je leven! Een manifest van een voorzitter van een christendemocratische partij dat qua inspiratie nogal katholiek is. Let op het bijwoord nogal. Iemand die heeft doorgeleerd en dorps en nogal katholiek is? Ochottekes toch! Waar is mijn kromzwaard? Wat had Coens wel moeten zijn dan? Progressief en ‘nogal islamiet’? Of moet die combinatie nog worden uitgevonden?
***