Waar is De Tijd? De Tijd van de grote patroonbaas wijlen René De Feyter. In 1968 was De Feyter medeoprichter van de krant De Financieel‑Economische Tijd waarvan hij drie jaar algemeen directeur was. Van 1971 tot 1993 was hij gedelegeerd bestuurder van het Vlaams Economisch Verbond en een pionier en lobbyist voor het Vlaamse bedrijfsleven.
De achtergrond bij de oprichting van de FET was een Vlaams financieel dagblad op te richten als tegengewicht voor de toen bijna uitsluitend Franstalige financiële berichtgeving.
De Feyter die overleed in 2011 heeft de recente voorpagina’s van De Tijd van nu niet hoeven mee te maken . Hij zou er zeker niet mee hebben kunnen lachen. Wellicht zou hij erover “gegromd” hebben, iets wat hij sowieso al deed. Want elke dag is het prijs. Ook van de podcast ‘De 7’ van De Tijd heeft De Feyter niet mogen genieten. En die zou hij herhaaldelijk hebben stopgezet na ongeveer 10 minuten geïrriteerd te luisteren naar de zoveelste centrumlinkse preek die je ook dagelijks te horen krijgt op de VRT en waarmee de door hem opgerichte krant De Standaard en De Morgen al enige tijd probeert te evenaren in deugdzaamheid en soms zelfs langs links tracht voorbij te steken.
Willekeurige bloemlezing uit een recente krant met breed op de voorpagina: “Regering bekijkt plafond op voordelige winstuitkering bedrijfsleiders. Maatregel moet oneigenlijk gebruik van vennootschappen tegengaan”. Moraal van het verhaal: het moet gedaan zijn met bedrijfsleiders die managementvennootschappen misbruiken omdat dit leidt tot minder inkomsten voor de staat. Waarvan akte. Ook het eerste punt van de podcast uiteraard.

In het haast meest belaste land ter wereld de ondernemende middenklasse viseren; je moet het als voormalige krant van het patronaat toch maar durven. Terwijl die mensen alleen maar hun opbrengsten proberen te optimaliseren en verhinderen dat ze in een bodemloos vat terecht komen. Van een staat die eigenlijk een huismeester-conciërge is en waar leiding geven een toneelstukje is, die niets meer controleert, die heelder wijken onbewoonbaar en nauwelijks te betreden vallen heeft gemaakt, die ziekenkassen niet belast, die een middenveld subsidieert voor allerlei marginale activiteiten en een golem in stand houdt waar nu al de helft van de bevolking (doet of ze) werkt. In een centrumrechtse krant? Alsof het ene (optimaliseren) niet uit het andere volgt (extreem overheidsbeslag en wanbeheer).
Tweede puntje van “de 7” op die willekeurige dag ging over het schrappen van subsidies door de Vlaamse regering en kwam met een mooi artikel incluis foto van Anuna De Wever (om de lezer te verblijden!) ondertiteld als volgt: “één van de vzw‘s die haar subsidies verliest, is Headquarters of the Movement, in rechtse middens (!) ook wel de club van Anuna De Wever genoemd”. In rechtse middens? Eigenlijk willen ze zeggen: niet bij ons! Not our kind of people, my dear!
Het is nog niet gedaan. Vierde puntje van de podcast en ook topic van commentaar op pagina 2 op diezelfde dag ging over “De Belgische worsteling met migratie”. Uiteraard had men weer een studie gevonden over deze problematiek, ditmaal van de OESO die jaarlijks haar Migration Outlook publiceert. Er was een aandachtspuntje: bij mensen van buiten de Europese unie blijft het aandeel werkenden onder de 60% hangen. Qua werkzaamheidsgraad onder deze mensen scoort geen enkele lidstaat slechter dan ons land.
En dan komt het: een groot deel van de verklaring heeft te maken met vrouwen van niet Europese origine. En hoe komt dat dan volgens De Tijd: opleidingsniveau, gezinsgrootte en culturele familiale normen spelen een rol, maar ook factoren als talenkennis, niet-erkenning van buitenlandse diploma, vooroordelen en discriminatie, zijn “structureel belemmerende factoren”… Waarvan ook akte.
Geen woord over het grote gemak waarbij men in België aan een werkloosheidsuitkering geraakt of ook de zeer ruime kinderbijslag bij kroostrijke gezinnen die uiteraard het werken niet echt stimuleren. Dat werken niet loont in een kroostrijk migrantengezin daarover lezen we geen woord. Wat nochtans iedereen wel weet en beseft.
Na die paar puntjes hebben we het wel begrepen. Uiteraard wordt de krant niet geschreven door oude witte mannen met een pijp zoals ik me Gaston Durnez inbeeld. Maar wel door frisse dertigers en veertigers die behoren tot de havermelkelite. Verdronken in deugpronken en bij wie goed doen en deugneuzerij een tweede natuur geworden is. Ingebed als ze zijn in een medialandschap dat hoe langer hoe meer audiovisueel is gedetermineerd en een deelname van de redactie aan afleveringen van De Afspraak en Terzake en aan de tafels van de familie Verhulst minstens zo belangrijk is als het editoriaal van de volgende dag. Belangrijker wellicht.
In die middens ben je echter niet erg welkom met wat gegrom . Vooruitgangsoptimisme een conditio sine qua non voor deelname. Je hoort er niet bij als je je niet inschrijft in de klimaatzaak, Georges-Louis Bouchez een toffe pee en de enige echte liberaal in de Wetstraat vindt of als je zou vinden dat de verkiezing van Trump ook goede effecten heeft geressorteerd zoals het heruitvinden van het belang van de industrie in Vlaanderen en Europa of de herwaardering van defensie.
Laat staan dat je zou twijfelen aan de innige wens van Poetin om morgen Polen aan te vallen. Of dat je van mening bent dat die oorlog in Oekraïne die Europa al zoveel gekost heeft, nu wel mag gaan eindigen. Dan ben je niet welkom. De media als opvoeder van een onwillig en grillig publiek.
Die nieuwe koers van de ondernemerskrant is maar met 1 ding bezig: « een stem in het maatschappelijk debat ». A seat at the table. Waarbij diversiteit in columns en aanspraken zowel visueel als inhoudelijk moet worden geëtaleerd. Zelfs als zijn die columns soms inhoudsloos.
Wat ook kan gezegd worden van de weekendbijlage Sabato. Die richt zich identitair op de begoede burger die zich in het weekend terug trekt in Knokke Le Zoute, maar zich bovenal culinair onderscheidt en in een old timer Vlaanderen doorkruist en zich ook graag nestelt in de juiste zetel van het juiste merk en zich op die manier goed kan voelen in zijn gereserveerde private space. Maar dat alles qua inhoud zo leeg is als een vat en waar de vorm het heeft overgenomen van de inhoud.
Wat de lezer ervan vindt was op die willekeurige dag wel meteen duidelijk na het kritisch artikel over de managementvennootschappen en het vermoeden van misbruik. Op de vraag “moet er een jaarlijkse plafond komen op de voordelige uitkering van dividenden aan bedrijfsleiders” antwoordde 77% NEEN. De commentaren waren bij wijlen virulent met het verzoek om te stoppen de mensen te pesten en de vraag om risico en ondernemerschap aan te moedigen.
René de Feyter zou het niet beter hebben kunnen verwoorden.
**