Het is alweer een week geleden, op 25 november om precies te zijn, dat we ons opmaakten om naar de universiteitsstad Leuven te togen voor een debat, ingericht door het Custodes Instituut, tussen de aaibare Rik Torfs, de (student-)toegewijde Filip Buekens en, als invaller voor de grieperige Cornelis Schilt, de sympathiek leerstellige Michaël Bauwens. De eerste twee zijn emeriti aan de Katholieke Universiteit Leuven, de derde houdt het katholieke vaandel dapper wapperend aan de Universiteit Antwerpen. Het Custodes Instituut zelf is een denktank die zich “thuishaven van het conservatisme” noemt en bestaat uit een Raad van Bestuur – waarvan de bekendste naam, te weten Roan Asselman, meteen ook voorzitter en debatmoderator is – en een dertigtal leden die bijgestaan worden door een Raad van Advies, waarin onder meer figureren: de proffen Herman de Dijn, Matthias Storme en Mark Elchardus (wie had dat pakweg 20 jaar geleden kunnen voorspellen?), de heren Mark Geleyn, Frank Judo en Pieter Bauwens, hoofdredacteur van Doorbraak en waarin de soi-disant vrouwelijke honneurs worden waargenomen door mevrouw Mia De Schamphelaere. Meest tot de verbeelding sprekend lid van de adviesraad is advocaat en theoloog Werner-Édouard (met uitdrukkelijke vermelding van het accent aigu op de hoofdletter) de Saeger van Nattenhaesdonck.
Eerlijk gezegd hadden we vooraf een beetje onze twijfels over het te verwachten niveau van conservatisme: ten eerste leven we met z’n allen toch in het land waarin Bart De Wever of Els Van Doesburg zich ongestraft conservatief mogen noemen – al dan niet onder de hoge bescherming van het oxymoron “Verlicht conservatief” (sic?) en ten tweede valt de denktank, voor wat betreft de dagelijkse leiding, onder auspiciën van een stel kerels van wel heel jeugdige signatuur. Zelfs de beginselverklaring van het instituut vermocht het niet onze onrust te temperen. Daarin wordt de samenleving metaforisch vergeleken met een “tapijt geweven met culturele, familiale en spirituele draden, niet met een marktplaats waar alles kan – en moet – worden gekocht en verkocht.” Een tapijt, geweven met “marktplaatsen?” Dat deze beeldspraak mijn voorstellingsvermogen behoorlijk uitdaagde, spreekt voor zich, en ook de mankerende “i” in de alinea over de “intergenerat(i)onele solidariteit” wees op progressieve slordigheden die, zo was te hopen, toch niet ook reeds naar het denken waren uitgezaaid. Wat we kregen was echter een gesprek op niveau dat in deze audiovisuele tijden van intellectuele nivellering een verademing mag genoemd worden.
Dat in het huidige Vlaanderen verwoede pogingen worden ondernomen om het conservatieve gedachtengoed op zijn minst bespreekbaar te maken, a fortiori op het peil van de ons omringende landen te hijsen – zou het? – is een positieve evolutie. Want, inderdaad, er gebeurt wel wat in het Vlaanderen omtrent conservatisme. De krant halen die dingen natuurlijk nooit, maar dat wil niet zeggen dat ze er niet zijn. Op 19 november laatst werd de vormingsactiviteit van de dominicaanse parochie van Sint-Paulus (Antwerpen), het zgn. Studium Generale, nog geheel gewijd aan deze warme vorm van geworteld denken. Frank Judo, tevens lid van de Raad van Advies van Custodes, weefde er weliswaar geen tapijt met “marktplaatsen” maar zette er, in een gesmaakte lezing, de bakens uit waarbinnen het conservatisme een geborgen thuishaven kon vinden. Het werd veeleer een lezing in conservatieve “meta-taal:” er werd geen denken op zich gepresenteerd, maar een stel normerende criteria aangereikt waaraan het conservatisme, in al zijn diverse vormen, kon getoetst worden. Naar mijn oordeel werd geschiedenis evenwel iets teveel gelijkgeschakeld met het verleden zonder meer, waardoor de onloochenbare paradigmatische veranderingen in de bonte historie van het denken behoorlijk vervlakt uit de pers kwamen.
Het Custodes-gebeuren vond plaats in het Wolfspoortauditorium (Schapenstraat 34) te Leuven dat die avond volledig gevuld was. Het debat, dat er uiteindelijk geen was omdat de participanten het onder elkaar roerend eens waren, voer onder de vlag: “Vrije Meningsuiting, Moraliteit en Censuur”. Moderator Asselman opende stipt en herhaalde het doel van de gespreksavonden: “We willen een alternatief bieden,” zo sprak hij, “voor mensen die dieper willen graven dan de doorsnee kijker van De Afspraak.” Dat kon een stuk ambitieuzer, dachten we. Het volstaat dat één van de gasten een milde en ongecontroleerde geeuw slaakt om het niveau van De Afspraak al met meters te overtreffen. De drie gasten kregen van de moderator drie stellingen voorgelegd die niet per se het thema van de avond dekten, maar toch voldoende brandstof aanleverden voor een beschaafd en diepgaand gesprek. Het hielp daarbij niet weinig dat er twee emeriti achter de tafel zaten. Die hebben immers het voordeel waarlijk vrij te kunnen spreken over hun universiteit. Het beeld dat ervan werd opgehangen, was dan ook niet onverdeeld positief. De vrije meningsuiting aan de Vlaamse universiteiten blijft, in tijden van woke (al werd de zelf term niet gehanteerd), een aandachtspunt van eerste orde.
De drie sprekers braken logischerwijze een lans voor een zo volledig mogelijke vrije meningsuiting. Dat zou, minstens toch op academisch niveau, verworven mogen heten, al is dit allengs minder het geval. Oud-rector Torfs gaf ons, weliswaar in zijn goedaardige stijl, ook de indruk met gemengde gevoelens op zijn rectorschap terug te kijken; niet alle herinneringen aan de rode epomis stemden hem even gelukkig. Buekens beklaagde zich de staat van emeritus evenmin en rots in de branding, Michaël Bauwens, foerageerde op de kracht van de overtuiging. Centrale vraag van het debat was de verdringing – in al zijn vormen – van de gelovige, ja katholieke, aanwezigheid in de wereld, ook de universitaire. Op de vraag of een katholiek rector aan de VUB tot de mogelijkheden zou behoren, werd door alle sprekers negatief gereageerd. Buekens grapte daarop dat men deze vraag maar aan de loge moest voorleggen. Maar dat was niet eens het punt! Want ondertussen kan dezelfde vraag gesteld worden voor de KUL. De overdreven focus op de natuurwetenschappen heeft het geesteswetenschappelijk fundament te zeer gemolmd. Het gelovig in-de-wereld-zijn werd ook aan een katholieke universiteit enthousiast verbannen naar de private belevingsruimten. Vanuit deze optiek was het een kleine stap naar de intolerantie der toleranten. Niemand vermelde hem uitdrukkelijk maar de klopgeest van Marcuse’s “Repressive Tolerance” (wees zo tolerant mogelijk voor links en zo intolerant als het kan voor rechts) beleeft thans, in de huidige samenleving, zijn late receptie.
De uren vlogen voorbij in badinerende openheid en filosofische diepgang. Klaarblijkelijk dwalen er aan onze universiteiten, helemaal achteraan in de aula’s en ver weg van hardroepers en TV-proffen, nog geesten rond die wel van wanten weten. Laten we hopen dat ze straks niet allemaal op emeritaat zijn. De nieuwere lichtingen, zo werd toch ook duidelijk, zijn uit activistischer hout gesneden. De vragenronde, in het begin aangekondigd als integrerend onderdeel van de avond, bleek al bij al een mager beestje, maar verassend was dat niet. Geleid door jeugdige exponenten was Custodes er toch in geslaagd jonge en ook niet meer zo jonge deelnemers samen te brengen voor een intellectueel gezellige avond: jong gaf oud de hand en vice versa; een verblijdend gebeuren dat navolging verdient en het zicht op de toekomst wellicht een spatje bemoedigender kleurt. Een kennis van ’tScheldt was er clandestien op uitgestuurd om na het debat Rik Torfs een geschenkje te offreren. Een boekje, niet eens een kleinood, vergezeld van een vriendelijk briefje met een vraag voor de prof.em. vanuit de redactie van ‘tScheldt. Torfs leek er op de avond zelf blij mee te zijn, hoewel… Het is alweer een week geleden, maar we hebben nog steeds geen reactie ontvangen. Vrije meningsuiting, Moraliteit en Censuur: het blijft toch een broos en kwetsbaar dingetje in onze tijden.