Hoe het begon: Capónata (9)

U leest vandaag deel 9 van onze novelle: “Hoe het begon”

Van de hand van K. Bardoesjka

Elk weekend komt er een deeltje bij.

Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (1) – Klik HIER

Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (2) – Klik HIER

Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (3) – Klik HIER

Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (4) – Klik HIER

Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (5) – Klik HIER

Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (6) – Klik HIER

Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (7) – Klik HIER

Hoe het begon: Oude bekenden en verrassende pakjes (8) – Klik HIER

Volgende zaterdag deel 10

**

Wéér een les geleerd: iets vieren met een Gouden Carolus in het midden van de nacht en dan denken dat je erna gewoon terug in bed geraakt en slaapt: illusie. Het hemelse vocht had me blijkbaar veel sneller dan gepland in zen-toestand gebracht, want het glas stond nog halfvol op de salontafel toen ik met een schok in de vintage zetel wakker werd. De ontvanger stond natuurlijk nog aan, de Revox was nog vlijtig aan het opnemen en de zender stuurde blijkbaar al even een hoop geluiden door. Wat me met een knal uit mijn slaap rukte was een deur die hard dichtgeslagen werd. Niet bij ons, maar aan de andere kant van de ontvanger. De zender die ergens in een gang bij de Generaal-Majoor in een oude pendule zat, had het druk. Blijkbaar was er al vroeg een hoop beweging en gepraat, maar het was de klap van de dichtgeslagen deur die me terug haalde uit slaapstand.

Inmiddels was Salena ook opgestaan, maar had me laten liggen. Ze had inmiddels koffie gezet, de schat. “Kijk eens aan, meneer wordt ook eens wakker,” klonk het. Ik keek ze schaapachtig aan. “De tafel is gedekt, de koffie schenk ik zo uit. Ga nu maar zitten, dan vertel ik je wat ik deze ochtend al gehoord heb op dat ding van die Vladke van je.” Meer was er niet nodig om heel mijn wezen in één keer op ‘wakker’ te zetten. Met een sprong zat ik aan tafel en staarde haar strak aan. “Rustig aan, meneer Bardoesjka, eet eerst maar een boterham en drink maar eerst even een espresso, die zal je kunnen gebruiken als ik je zodadelijk verslag geef van wat ik al hoorde.” Ik wist dat op zulk moment tegengas geven geen kans maakte. Dus eerst maar wat eten en die espresso binnengieten.

“Die generaal majoor is niet in goeie hum,” begon ze. “Blijkbaar zitten ze nogal verveeld met dat Chat Control ding, je hoorde dingen zeggen zoals als het publiek dat weet en wat dan met onze eigen chats en zo. Blijkbaar heeft hij een rapport van ADIV gekregen en staat het hem niet aan.” Het deed me opstaan, naar de Revox lopen en de opname stoppen. “Wat doe je nu?” vroeg ze. “Wel, deze opname is duidelijk belangrijk genoeg om te digitaliseren. En dan kunnen we alles wat erna komt niet gebruiken. Ik noteer de tellerstand, zodat we binnenkort snel terug kunnen spoelen om dat stuk om te zetten. Dan kunnen we nu even rustig eten en een andere zender opzetten. Deal?”

Salena vond het een goed idee. Even wat anders beluisteren dan een gang op een militair HQ. Het was pas een uur of acht, dus we kozen de frequentie van de zender op het HQ van De Standaard. Benieuwd of er zo vroeg op de ochtend al activiteit was naast de schoonmaakploeg. “Zeveraar!” was het eerste dat er doorklonk. Ola! We hadden prijs. Snel de opnameknop terug ingedrukt en aan tafel plaatsgenomen. Tijd om wat exclusieve ochtendradio te beluisteren. Er klonk een discussie tussen mannenstemmen in verschillende dialecten. Je kon Gents horen, Brugs, Antwerps en iets dat op Brabants leek. Duidelijk van ergens in of om Brussel.

De discussie ging over het klimaat. “Ik ben dat beu!” klonk het. “We moeten nu al jàren dat discours van de centrale klimaatdesk volgen en alarmistisch schrijven over het klimaat en nu zegt het IPCC zélf dat hun gegevens gemanipuleerd zijn. Al Gore loopt verdekke al twintig jaar te liegen! Hoe lang gaat het duren voordat het publiek dat ook gaat beseffen? En dan staan wij mooi te kakken. Ik zet mijn naam niet meer onder een klimaat-artikel. Gedaan ermee!” Je kon instemmend gemompel horen dat plots verstomde bij het geluid van een deur die open ging. Alsof er een belangrijke chef binnenkwam, leek het wel. “Daarnet was hier meer leute!” klonk het in plat Gents. We herkenden de stem van Karel Verhoeven, de hoofdredacteur. “Op een goeie redactie wordt gediscussieerd, daar hou ik van. Ga gerust door, wie weet kan ik er nog wat van leren.” klonk zijn stem. En het bleef even stil. “Wat nu? Tongen verloren?” ging de stem van Verhoeven verder. “Wat is er mis?”

De stilte die daarop volgde had ook via de zender een ongemakkelijk karakter. “Moet ik het er uit sleuren?” kwam het wat geërgerd. Waarop de eerste stem zei: “Ik schrijf niets meer over het klimaat, je kan me wat. Als je goed naar de rapporten en de cijfers kijkt, is er helemaal niets mis met het klimaat. Het Great Barrier Reef is aan een gigantische revival toe, en wij schrijven dat niet. De populatie ijsberen op de noordpool is vertienvoudigd en wij blijven stil. Het ijs op Antarctica blijft maar groeien, de zeespiegel wil maar niet stijgen en geen enkel artikel daarover. En godverdomme het IPCC geeft zelf toe dat de modellen met verkeerde data gevoed werden. Waar zijn we mee bezig? Het is onze fucking job om dat te melden!” De stilte werd nog dieper. Je hoorde zacht schuifelen. En toen kraste de stem van Verhoeven: “Ik wil jou binnen vijf minuten in mijn kantoor zien.” Zijn stem klonk koud en hard.

Salena en ik keken elkaar aan. We beseften dat we een vonk van rebellie opgepikt hadden in het zenuwcentrum van De Standaard. Wow, dat vraagt naar een tweede espresso. Ik zette de ontvanger uit en de Revox op pauze. “Als dit zo doorgaat hebben we op de duur genoeg materiaal voor een volksopstand.” Het begrip voor Vladke zijn opmerking “blijf onder de radar” begon te groeien. Dit is explosief materiaal.

“Ping!” het welbekende geluid van een bericht op sociale media verbrak de stilte. “Het is van de professor uit Brugge!” riep ik uit. De interesse van de prof was duidelijk gewekt door ons bericht. Hij vroeg of we met het toestel langs wilden komen om het hem te laten zien. Agenda’s geraadpleegd, over en weer getwiet en een datum geprikt. Een dagje Brugge leek ons wel wat. Salena was daar nog nooit geweest en de herinneringen van mijn schoolreis daarnaartoe van eeuwen geleden waren behoorlijk vervaagd.

Gelukkig was de dag er een van thuiswerk. Dankbaar naar onze werkgevers dat we die flexibiliteit hebben, zolang de job maar gedaan is. Dus toch even bijkomen van wat we net gehoord hadden. Een extra boterham kon er bij mij nog wel in, de pruimenconfituur die Salena opgestuurd had gekregen van haar moeder smaakte opperbest op een snee van ons zelfgebakken brood. Luxe hoeft niet duur te zijn.

Die extra boterham (en uiteraard die espresso) gaf weer energie om een stap verder te denken. Wat met de opnames? Even aan Grok gevraagd wat de meest efficiënte oplossingen zijn om het analoge geluid uit een oude Revox om te zetten naar een digitaal tekst bestand. En, zoals verwacht, het typen van de vraag kostte meer tijd dan het denken en geven van een antwoord. Ik blijf heerlijk verbaasd over die AI technologie.

Grok gaf ineens tips mee. En die gaven me uitleg over het oplossen van het ‘plakkende band’ probleem. Oude tapes kleven blijkbaar soms aan elkaar (wat ik ervaren had bij de eerste tape die ik uitpakte) en nu wist ik hoe dat op te lossen. En ik blij, want veel componenten van de oplossing had ik al. Audacity op de laptop voor de opname, een RCA/USB convertor om het signaal om te zetten van de Revox naar de laptop en voor de omzetting naar tekst zijn er een aantal websites die die service leveren zonder dat het me een arm en een been kost. Mooi zo.

Die oplossingen die zich een voor een aandienden gaven zin om nog eens een andere frequentie te gaan proberen. Kwestie van de Revox te laten draaien, konden wij inmiddels nog wat voor de werkgever gaan doen. Multitasking. Even met Salena overlegd en we kozen er bewust een uit, waar we geen plek of naam konden op plakken en met de interne schakelaar op “bevriend”. Lekker geheimzinnig. Alles ingesteld, tellerstand genoteerd, Revox gestart. En weer: stilte. Goed nieuws! Hopelijk hebben we weer een zender te pakken die werkt, alleen weten we nu echt niet waar en bij wie. De boel loopt, dus voor mij tijd om me naar een verdieping hoger te verplaatsen. Mijn plek waar ik geconcentreerd kon werken. Nu ja, geconcentreerd… de muur hangt vol met posters uit de jaren ’70. Reproducties van werk van John Howe. Je raadt het al: posters van The Hobbit en The Lord Of The Rings. Indertijd als puber gekocht in een gezellig winkeltje vol posters in de Hoogstraat in Antwerpen. Zo zijn er geen meer.

We hadden afgesproken even door te werken en wat later te lunchen, dus pas tegen een uur of twee bewoog ik me terug richting keuken. Nog voor ik bij de keuken was, hoorde ik keukengeluiden. Gekletter van borden en bestek met op de achtergrond geroezemoes. Hé? Salena is toch ook boven? De link was gauw gelegd: De ontvanger had een zender opgepikt die ergens in of nabij een kantine staat. Of in een keuken, vlakbij waar ook gegeten wordt. “Salena! Kom jij ook wat eten?” Ik vond het wel wat om in gezelschap te lunchen, zeker nu die kantine achtige geluiden ons kwamen vergezellen. Salena trok al een even verbaasd gezicht als ik toen ze die kletterende borden en bestek hoorde. “Wel, wel, we hebben gezelschap,” zei ze. “Al iets herkenbaars gehoord?” Ik ontkende.

Terwijl we samen verder de tafel dekten, merkten we dat het geroezemoes aan de andere kant van de ontvanger stil werd. Alsof alle aandacht daar naar één punt ging. En toen kwam het: “Beste collega’s, kameraden, militanten. Zoals jullie weten zijn er in de maatschappij krachten die het op onze onafhankelijkheid en onze funderingen gemunt hebben. Er gaan zelfs stemmen op om de vakbonden rechtspersoonlijkheid te geven. Dat kunnen we niet laten gebeuren. De overheid zoekt geld, maar dat van ons gaan ze niet krijgen. Daarom heeft de leiding van onze vakbond besloten om de volgende maanden enkele stakingsaanzeggingen te doen zodat we de politiek duidelijk kunnen maken dat we niet zullen dulden dat onze geprivilegieerde status ondergraven wordt. Het is onaanvaardbaar dat vakbonden ook belastingen zouden moeten betalen op hun winsten. De leiding heeft beslist: we gaan preventieve acties nemen.” De stem werd onderbroken door groot gejuich, geroep en gefluit. Onze ogen waren uit hun kassen gerold. “Wat?? Waar zijn we nu? Het lijkt wel op een of ander hoofdkwartier van een vakbond! Welke zou het zijn?” En voordat de vraag helemaal gesteld was, klonk de Internationale uit de luidspreker. “Godverdomme! Het ABVV.”

Salena en ik keken elkaar aan en we wisten wat er aan de hand was. We hadden een willekeurige frequentie uitgekozen maar wel met de schakelaar aan de binnenkant op de stand contraspionage. Dus kregen we geluid vanuit een organisatie die toentertijd bevriend was met Moskou. “Logisch eigenlijk,” flapte ik er uit. “Hoezo, wat bedoel je?” Ik legde Salena uit dat het ABVV na de tweede wereldoorlog ontstaan was uit de communistische vakbonden van voor de oorlog en dat ze ook vandaag nog dat gedachtengoed cultiveert en nauwe banden onderhoud met de Belgische communistische partij. Ze heeft een sterke marxistische vleugel. Tijdens betogingen roepen ze communistische slogans, ze dragen soms zelfs de portretten mee van Lenin, Stalin en Che Guevara en ze hangen de klassenstrijd aan. Een gewone westers Europese socialist doet dat niet. Het ABVV publiceert in haar ledenblad nog steeds stukken geschreven door rabiate communisten van PTB kaders. Enfin, genoeg redenen om aan te nemen dat de KGB van toen een oor wilde hebben bij de communistische vakbond en dat de zender, waar die dan ook verstopt in zit, meegereisd is naar ergens in een grote centrale kantine bij het ABVV. Wij blij. Salena keek me aan. “Als die gasten van bij ‘tScheldt dit weten, gaan ze extra enthousiast zijn, vermoed ik zo.”

Inmiddels was de Internationale er mee opgehouden en klonk opnieuw het geroezemoes en erdoor het gekletter van borden en bestek. Ik zette de ontvanger en de Revox op stop en noteerde de tellerstand. “Ik ga sebiet daar een excelletje van maken, die cijfers gaan anders te veel worden voor mijn brein.” “Hoezo? Je zegt toch altijd dat jij een superbrein hebt, schatje van me?” Salena keek me plagerig aan. Ik moest even denken op een antwoord maar het kwam niet zo direct, mijn brein was nog bezig met wat we gehoord hebben. We gingen voort met de lunch, hoewel onze gedachten nog bezig waren met de vorige vijf minuten.

“OK, we mogen dus binnenkort weer wat stakingen verwachten,” zei ik. “Benieuwd welk excuus ze nu gaan verzinnen om te verbergen dat het hun enkel om het behoud van de privileges gaat.”

“Dat hun leden dat zomaar pikken,” merkte Salena op. “Makkelijk, in de eerste plaats is er zoiets als “stakingsgeld”, kort door de bocht gezegd in België worden vakbondsleden betaald om te staken. Verder zorgen ze ervoor dat zoveel mogelijk mensen op een of andere manier afhankelijk zijn van uitkeringen of subsidies van de staat en het ABVV profileert zich als de grote verdediger van het idee dat je op kosten van de staat kan blijven leven. Logisch dus dat al die steuntrekkers er mee voor zorgen dat via de ABVV hun inkomsten veilig gesteld worden. Herinner je je enkele jaren geleden het schandalige verhaal van die twee vriendinnen Virginie en Caroline die op pensioen gingen, de ene was bijna heel haar leven zelfstandige geweest, de andere had maar enkele jaren gewerkt en voor de rest alleen maar dop gevangen en die laatste kreeg méér pensioen. Met grote dank aan de vakbonden die dat soort situaties geweldig vonden, het is de poel waar ze hun aanhang uit vissen.”

Salena keek me verbaasd aan. “Wàt zeg je daar? Is dat een echt of fake verhaal?” Ik moest lachen. Ik legde haar uit dat het een heel écht verhaal is uit 2017 en dat zelfs de AI’s van vandaag het oprakelen als voorbeeld van hoe scheef de situatie in België zat. De reglementering is inmiddels een beetje bijgestuurd, maar er is nog steeds verschil. En weet, met name het ABVV heeft samen met haar collega’s van het FGTB tegengas gegeven toen men de reglementering wou aanpassen. Klootzakken vind ik het.

“Je bedoelt dat het communisten zijn en dat dat wat in je triggert, lieve schat.” Salena wist het goed te brengen. We hadden toen we elkaar leerden kennen veel verhalen uitgewisseld en ja, daar zaten verhalen tussen die ik van mijn ouders gehoord had, maar die ik zelf niet had meegemaakt. Zij hadden het oude communisme en de beperkingen ervan van nabij meegemaakt, maar waren er in geslaagd mij als kind er zoveel mogelijk van af te schermen. Maar ik wijk af, we waren bij het uitstekende nieuws dat we een zender gelokaliseerd hadden in een van de kantines van het ABVV.

Het was een productieve ochtend geweest. Tijd voor wat professionele bezigheden. Er was een email van kantoor met een last minute afspraak hoog in de haven, dus ik deelde mijn lieve heks mee dat het later zou zijn vanavond. “Of ik kom naar jou toe,” zei ze. “Hoezo? Plannen?” Salena stelde voor om na het werk samen af te spreken bij Hechi, die vreetschuur in de Antwerpse haven. Nu ja, vreetschuur is wat oneerbiedig, het is de grootste en meest diverse “all you can eat” plaats die we kennen en het is er altijd heel erg lekker.

Die avond liet de parking van de wereldkeuken zien dat het er niet overvol zat. Goed zo. We gunnen zelfstandigen hun succes wel, maar voor ons als klant is het toch wat aangenamer als het niet zo aanschuiven is bij de buffetten en als er minder rumoer is. Als we uit eten gaan, hebben we het graag rustig. We kozen dan ook voor een tafel in een achteraf hoekje, waar enkel kleinere tafels stonden voor vier of twee personen. We hadden geluk, alle tafels waren leeg.

Genietend van de rust, keuvelden en proefden we van de uitgebreide keuze aan internationale gerechten. Salena was in de wolken, ze hadden deze keer ook Capónata staan, een typisch Siciliaans gerecht. “Zelfs de kappertjes zitten er in!” glimlachte ze. Ik genoot van het zicht dat ze van dat gerecht zat te genieten. Duidelijk een mengeling van smaak en goeie herinneringen. Terwijl we nog een toer door het buffet maakten, was aan het kleine tafeltje naast ons een man komen zitten. En hoewel hij met de rug naar ons toe zat, kreeg ik het gevoel dat het een bekende was. Ik kon er mijn hand niet op leggen, het was gewoon een gevoel.

Het tempo begon te zakken, er werd meer gepraat dan gegeten. En uiteraard was het een ideale gelegenheid om de gebeurtenissen van de afgelopen weken eens terug de revue te doen passeren. Enthousiast als we waren, moesten we elkaar er regelmatig aan herinneren dat we onze stemmen niet te luid moesten doen klinken, we waren immers in een publieke gelegenheid en aan de tafel naast ons zat er iemand. Tijd voor het dessert. Ik ging voor een tiramisu en Salena koos chocomousse. Het dessertenbuffet bevond zich aan de andere kant van de zaal, we namen de tijd om ook eens onze ogen de kost te geven.

Bij terugkomst aan de tafel merkten we dat de man naast ons verdwenen was. En bij terug plaatsnemen zagen we dat er onder mijn glas spuitwater een stukje papier lag. Wat nu? Ik vouwde het papiertje open en kreeg een schok. In drukletters stond erop: BE MORE CAREFUL IN PUBLIC – YOU TALK TOO MUCH – THEY ARE EVERYWHERE – V. Ik slikte, trok bleek weg en liet Salena het briefje lezen.

Wordt vervolgd…