Twee jaar lang had ik het privilege te kunnen vertoeven in een fantastische stad die weleens het middelpunt van de wereld genoemd wordt. Je krijgt er nekpijn van het staren naar haar wolkenkrabbers, cheesy crust pizza’s vliegen er per slice over de toonbank, en je kan er op eender welk moment van de nacht gaan luisteren naar een jazzconcert in één van de honderden speak-easies die beweren de dirtiest Martinis te kunnen maken – want de stad slaapt nooit.
Haar straatrooster loopt vol aspirante starlets die een lijn coke snuiven als ontbijt en hun impresario willen me-too-en, en vergeten oscarwinnaars die hen daarin aanmoedigen. In haar subway zit een bizarre mengeling van druk telefonerende Wallstreetwolven zonder rijbewijs, passief-agressievelingen die het normaal vinden publiekelijk hun poedel te scheren, excentriekelingen met een levende boa constrictor rond de nek, en ouderlingen die luid roepend waarschuwen voor de nakende Apocalyps. Voor de toerist een cultuurschok, voor de geeuwende local een routineuze vanzelfsprekendheid.
De gele taxi’s kan je niet bestellen, enkel wild zwaaiend tegenhouden, en de bagels zijn er warmer en krokanter dan eender waar. Iedereen verwacht een gulle fooi – niet enkel obers in rooftopbars, maar ook chauffeurs omdat ze good evening mompelden toen je hun voertuig insprong, en Thaise pedicuristes omdat ze net zeiden hoe amazing je bent.
Ze is uniek! Maar deze sprankelende metropool, de architecturale, culinaire, en artistieke parel van de East Coast, heeft ook een duistere kant. Haar voetpaden zijn bezaaid met bedelaars, daklozen, verslaafden die zich Sanfranciscogewijs bij volle daglicht inspuiten, en illegale migranten die jonge Irina’s molesteren. De misdaadsstatistieken zijn sinds de benoeming van democraat burgemeester De Blasio dan ook de hoogte in geschoten, wat ik aan levende lijve heb mogen ondervinden – zelf was ik slachtoffer van een racistische aanval in de rug door een gedrogeerde man die verklaarde dat ik een white bitch was.
En die cijfers zullen er niet beter op worden. Indien u de gemiddelde New Yorker op 12 september 2001 zou verteld hebben dat in twee decennia een Ugandese moslim met een radicaal islamo-marxistich gedachtengoed de volgende burgemeester van zijn stad zou worden, zou hij u hartelijk hebben uitgelachen.
Maar toch is het vandaag een realiteit. Zohran Kwame Madani werd verkozen door een juveniel publiek dat recht in zijn linkse val liep: als we op hem stemmen krijgen we free stuff. Het gros van zijn stemmers was nog niet geboren, of heeft geen herinneringen aan die fatale dag dat islamitische terroristen de Twin Towers doorboorden en 2753 New Yorkers vermoordden.
Zelfmoordterroristen die, volgens Mahmood Mamdani, professor van Afrikaanse studies aan de Universiteit van Columbia en vader van de nieuwe mayor-elect, «niet langer mogen gestigmatiseerd worden als daders van barbarisme». Zohran zelf weigerde op zijn beurt de uitspraak «Globaliseer de intifada» te veroordelen, al was het maar uit solidariteit met de tweede grootste joodse gemeenschap ter wereld, wonend in de stad die hem verkoos.
De rotte appel valt niet ver van de boom.
In een sociale mediapost noemde hij de NYPD «door en door slecht en racistisch» en beloofde hij hun financiering drastisch te verminderen, maar enkele maanden voor de verkiezingen nodigde hij verschillende agenten uit voor een meet and greet in een Pakistaans restaurant, tijdens dewelke hij zijn uitspraken bagatelliseerde.
Onlangs poseerde hij breed glimlachend voor de foto met een man die zelfs moslims zorgen baart: Siraj Wahhaj, imam en één van de verdachten van de eerste terreuraanslag rond het World Trade Center in 1993, waarbij een vrachtwagen ontplofte en er 6 doden en meer dan 1000 gewonden vielen. Hij verdedigde de dader, Ramzi Yousef, en noemde FBI en CIA «de echte terroristen».
De zoon van deze imam werd in 2018 tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld voor het ontvoeren en gevangenhouden van een groep tieners in erbarmelijke omstandigheden in een woestijnkamp in New Mexico, waar hij hen trainde om terreuraanslagen in het hele land uit te voeren.
Het hoeft niet te verbazen dat deze bebaarde salafist het ook niet zo heeft met liberale Westerse waarden. In zijn moskee, waar hij regelmatig homofobische uitspraken doet, zei hij tegen Mamdani:
«Ik hou meer van jou dan je je kunt inbeelden. Stop vooral niet met wat je bezig bent. »
Mamdani ging intussen wél stemmen ronselen in de LGBTQ-gemeenschap. Is hij nu een radicale mohammedaan of een progressieve socialist? Waarschijnlijk een combinatie van beide, waarbij de tweede identiteit ten dienste wordt gesteld van de eerste. Maar opzettelijk verwarring zaaien in het electoraat… dat is taqiyah op z’n fijnst.
Voor zijn lancering in de politiek was Mamdani een rapper, die in zijn nummer Salaam het volgende schreef: «My love to the Holy Land Five / You better look ’em up». De Holy Land Foundation for Relief and Development is een groep die werd veroordeeld wegens het verschaffen van materiële steun aan Hamas en werd gelinkt aan de moord op een New Yorks joods jongetje.
Van Giuliaanse safe haven naar Mamdaniaanse hellhole die geleid wordt door een individu met openlijke sympathieën voor fanatici en terreurbendes, en die de stadspoorten wilt openstellen voor een ongebreidelde immigratie uit landen die het Westen evenveel haten als hijzelf en zijn entourage. Het is een trieste, maar sinds lange tijd voorspelbare evolutie die we enkel met lede ogen kunnen gadeslaan – voor een revolutie is het nu immers te laat. Daar zullen democratie en demografie zeker voor zorgen… en niet alleen in de Grote Appel.
**
Je kan ‘tScheldt steunen door:
- een bedrag naar keuze te storten op rekening: BE11 4310 7607 5248 (graag met vermelding ‘steun’ en je email zodat we je kunnen bedanken), of
- door (al dan niet anoniem) te steunen via: steunactie, of
- door een abonnement te nemen of te vernieuwen via deze link