Prof. dr. Herwig Arts sj is niet meer. Op 24 oktober jl. overleed hij te Leuven na een intellectueel bijzonder rijk gevuld leven. Hij werd 90 jaar. Arts was telg uit de omvangrijke Antwerpse familie die in 2022 zelfs de net gerestaureerde Handelsbeurs afhuurde voor een niet alledaags familiefeest. Van de dik 1150 afstammelingen van stamvader Willem Arts, burgemeester van Edegem, gingen er op “Artskesdag” 922 op de familiefoto. Op 12 januari van dit jaar (feest van de Doop van de Heer) moesten we ook al afscheid nemen van pater Luk Arts sj, die voor altijd verbonden zal zijn met het OLVC, het Onze-Lieve-Vrouwecollege, op de Frankrijklei, waar hij eerst surveillant was, later minister, koorleider, pastor en tuchtprefect. Pater Luk werd 97 jaar. De familie telde overigens een variëteit aan geestelijken, niet enkel jezuïeten: ook een witte pater (Sociëteit van Missionarissen in Afrika) en een benedictijn (Ordo Sancti Benedicti). De betreurde Herwig Arts koos echter resoluut voor de Societatis Jesu of jezuïeten, waar hij op 7 september 1953 intrad.
Het was de tijd van de proffen die veel méér gaven dan enkel hun vak: in de diepte gaven zij schier “het ganse leven.”
Arts studeerde klassieke filologie, filosofie (in München) en theologie (in Leuven, Edinburgh en Straatsburg). In 1970 werd hij hoogleraar aan de toenmalige Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius Antwerpen (de UFSIA), toen krachtig bruisend van katholieke identiteit en nog niet opgegaan in de pluralistisch “vervlakte” Universiteit Antwerpen (UA). Hij kwam er de Ignatiaanse eigenheid versterken aan de zijde van paters als Jos Peeters sj (+ 2020), studentendecaan die iedere student aan de UFSIA nog persoonlijk begroette, Louis Van Bladel sj (+ 2000), oud rector en van de Antwerpse jezuïeten waarschijnlijk het meest gepreoccupeerd met de bevrijdingstheologie (“het Rood Paterke”) of Fernand Van Neste sj (hij leeft gelukkig nog), dr. iur en bio-ethicus. Zij werden geflankeerd door even grote lekenproffen, met kanjers als Jacques Claes (psychologie), Libert Vander Kerken (filosofie), Raymond Derine (Romeins recht) of Jean Van Houtte (sociologie); proffen die het zonder uitzondering nog bestonden hun studenten, een leven lang, te inspireren. Dat deed ook Herwig Arts, prof. godsdienstwetenschappen, aan de UFSIA (later ook aan de KUL).
Het was de tijd van de proffen die veel méér gaven dan enkel hun vak: in de diepte gaven zij schier “het ganse leven.” Hun lessen had de student nog niet enkel te wapenen voor de arbeidsmarkt, maar boetseerden hen tot volle en volwaardige mensen, los van het ministerieel gemekker op een veel lager niveau. Proffen moesten nog niet krimpen tot hun oerbelachelijke “pronouns,” waarmee rector Herman Van Goethem ze later zou ringeloren, maar konden hun denken, ad majorem Dei gloriam, nog de vrije loop laten. Universiteit was etymologisch nog steeds verankerd in de “universitas,” dat niet alleen “gemeenschap” maar evenzeer “geheel” betekent. Ook Herwig Arts was van zo’n “heel” kaliber. In talloze boeken (voor een prikje nog te verkrijgen op de webstek www.herwigarts.be) koppelde hij de existentiële vragen en verlangens van de mens aan de mystieke ervaringen van moderne mystici zoals Dag Hammarskjöld (de voormalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties), Simone Weil (de Frans-joodse filosofe die zich na diepgaande ziel-zoekende gesprekken met haar geestelijke raadsman, de dominicaan Joseph Perrin OP, toch niet liet dopen om haar onafhankelijkheid te bewaren, maar veel waardering betoonde voor de kajotters van Cardijn) of Ruth Borrows (de Engelse karmelietes uit Norfolk die o.a. het boek “Guidelines for Mystical Prayers” schreef).
Herwig Arts sj. is heel zijn leven overtuigd jezuïet gebleven, in twee onderscheiden betekenissen van het woord én met uitdrukkelijke uitsluiting van de pejoratieve portee ervan. De eerste betekenis geldt de Ignatiaanse spiritualiteit, die bovenal renaissancistisch is. De geestelijke oefeningen of exercitiën, die de jezuïet periodiek te herhalen heeft, schotelen hem de wereld voor als hel, als een “etterwond,” dixit Ignatius, “waaruit zonde, kwaadaardigheid en venijn zijn voortgekomen.” Van die verderfelijke wereld wordt de jezuïet vervolgens verlost door meditatie, door zich tot het inwendige, tot het subjectieve binnen te keren dat hem in staat stelt ongeschonden in de wereld terug te keren. Hij staat wel “in” de wereld, maar is niet “van” de wereld. Het is geenszins toeval dat de eerste exercitiën te boek werden gesteld door Gerard Zerbolt van Zutphen, die werd beïnvloed door de “Devotio Moderna” (de Moderne Devotie) van Geert Groot en door het boek “De Imitatione Christi” (Over de navolging van Christus) van Thomas a Kempis, dat Ignatius zeker gelezen heeft. Voor de jezuïet heeft de wereld, met al zijn verlokkingen en bekoringen, geen belang meer, zodat hij er onbeschroomd aan kan deelnemen, zonder ervoor te capituleren.
Daarom kan de jezuïet zich risicoloos aan de geneugten des levens prijsgeven. Zo ook Herwig Arts. Hij mat zich meticuleus pak en das aan, knoopte zijn mouwen dicht met fraaie manchetknopen en kwam altijd uiterst verzorgd de aula binnen. Hij stond het zich toe te genieten van een heerlijke maaltijd of een goed glas wijn. Niets in zijn uitstraling refereerde nog naar de gelofte van armoede die toch ook door jezuïeten wordt afgelegd. Maar vergis u niet in échte jezuïeten, zoals pater Arts! Aanvaard, beste lezer, paus Franciscus daarom niet als Ignatiaans rolmodel! Het innerlijke van de jezuïet blijft immers solide genoeg om nog steeds de contrareformatie na te streven. Als godsdienstwetenschapper was hij zich welbewust van het citaat van Ronald Knox, de Schotse bekeerling en filosoof die zegt: “In de laatste 100 jaar is er geen scherpere aanval op het christelijk geloof beraamd, dan de aanval in naam van de vergelijkende godsdienstwetenschappen” of een stuk kernachtiger: “Comparative religion is an admirable recipe for making people comparative religious.” (Van dezelfde Knox is trouwens ook het volgende citaat: “A good sermon should be like a woman’s skirt: short enough to arouse interest but long enough to cover the essentials;” het had ook uit de mond van pater Arts kunnen rollen…).
Herwig Arts was als geen ander overtuigd van de ongelijkwaardigheid van de godsdiensten. Hierin schuilt dan de tweede betekenis van zijn jezuïtische roeping. In zijn eigen stijl, die analytisch mag heten, had hij immers criteria ontwikkeld om een hiërarchie uit te werken tussen de verschillende godsdiensten die, ieder in hun eigen taal, niet zozeer een manier hadden ontwikkeld om te spreken over God, dan wel tot God. Een van die criteria betrof de graad van moraliteit in de onderscheiden godsdiensten. Godsdiensten die, zoals de Azteekse, verplichten om de eerstgeborene te offeren aan de goden, om meisjes op een gruwelijke manier te besnijden of heilige oorlogen af te kondigen tegen de ongelovigen en die “kafirs” de keel over te snijden, konden aan dat criterium niet voldoen. Het denken van Herwig Arts sj was er altijd op gericht, op grond van religievreemde maar algemeen aanvaarde denkpatronen, de geborgen fuik van het christendom open te houden voor zij die dieper over het geloof wilde nadenken. Een denkoefening die in het huidige universitaire klimaat meteen als verdacht zou gebrandmerkt worden, en net daarom onze nooit aflatende interesse zou moeten wegkapen.
Met prof. Arts gaat de op een na laatste jezuïet heen die de UFSIA ooit groot maakte. Een briljante generatie sterft uit, de aankomende belooft weinig goeds. Herinner pater Herwig Arts daarom door hem te lezen en te herlezen, opdat zijn denken voor immer zou verder leven.
Requiescat in pace.
We zullen zijn spitante geest missen.