‘tScheldt kreeg onderstaande Open Brief binnen. We kennen de auteur niet, behalve zijn naam. We kunnen ook onze hand niet in het vuur steken of bepaalde passages niet met AI verschoond werden. De essentie is echter glashelder. Daarom publiceren we de brief.
Er is nog een reden waarom we de brief publiceren. ‘tScheldt heeft de totale kwaadaardigheid van onderzoeksrechters meegemaakt. Vergis u niet, maar onderzoeksrechters zijn de machtigste mensen van het land. Daarom zijn ze ook de gevaarlijkste. De huiszoekingen, arrestaties en inbeslagnames bij ‘tScheldt startten altijd bij een onderzoeksrechter. Hij/zij bepaalt eigenhandig tot invallen door gewapende agenten in huizen, hij/zij bepaalt eigenhandig tot inbeslagnames van goederen, hij/zij bepaalt eigenhandig tot opsluiting van mensen. In het geval van ‘tScheldt de opsluiting en arrestaties van onschuldige mensen, die bezig zijn met… satire.
Nee, wij hebben geen enkele vorm van medelijden met onderzoeksrechters.
Omdat onze inbeslaggenomen materialen na jaren nog altijd niet teruggegeven zijn, omdat de inbeslaggenomen brieven, sms’en en whatsapps van ‘tScheldt via justitie gelekt werden naar Humo en De Morgen, zijn wij in oorlog met dit groteske systeem van zogenaamde beveiligers van de maatschappij. Een van de onderzoeksrechters in de dossiers van ‘tScheldt is niet waardiger dan een hond, nee, hij is minder waard. Het onrecht dat mensen achter ‘tScheldt door deze onderzoeksrechter werd aangedaan is onherstelbaar.
Mijnheer Theo Byl, onderzoeksrechter van mijn voeten, gepistoneerde rechter door de Open Vld, minkukel van het gerecht te Mechelen, togatuig bij uitstek, u herkent zichzelf allicht in bovenstaande woorden.
Uw optreden, uw handelen, maakt dat elke mogelijke huilbrief van uw collega’s, een vod is, waar alleen maar schamper mee kan en zal gelachen worden. U heeft het werk en het corps van onderzoeksrechters bevuild. U heeft alle geloof in een eerlijke justitie met uw vette kromme vingers de hals omgewrongen. U weet het en wij weten het, er zal een dag komen dat u rekenschap zal moeten afleggen voor uw wandaden en wanbestuur.
Voor collega’s van Theo Byl die op basis van bovenstaande tekst terug een inval, huiszoeking, arrestatie of inbeslagname plannen, kom in het vervolg niet met 7 gewapende agenten, kom met 70. En breng ineens een ziekenwagen mee.
**
OPEN BRIEF
Een literaire hekeling van macht, hypocrisie en de zelfbeschermingsreflex van een vermolmde rechtsstaat
Voor wie zich gisterenochtend in de koffie verslikte na het lezen van de brief van de onderzoeksrechter (lees HIER), of voor wie na een zwaar weekend plots nuchter werd bij het zien van zoveel zelfbeklag, sta mij toe uw gevoel te verwoorden in de vorm van een schriftelijk antwoord.
Want wat men vandaag als een ernstig institutioneel alarm presenteert, leest bij nader inzien als een tragikomische klaagzang: een toneelstuk in toga, met zelfmedelijden als decor en hypocrisie als soundtrack.
Men dient zich soms te begeven in het hol van de paradox om de waarheid te kunnen horen.
Vandaag stap ik in dat hol niet om een veilig huis te pleiten voor eminente personen, maar om het spiegelglas te breken dat door een kaste van magistraten en hun adjudanten omhooggehouden wordt.
Wat zich in die brief voordoet als een nobele noodkreet, is in werkelijkheid een pleidooi voor immuniteit tegen verantwoordelijkheid: een zachtere vorm van privilege, verpakt in pathos en zelfverheerlijking.
I. De klaagzang van de kaste
Het begint bescheiden, haast aandoenlijk: een verzekering tegen “alle fysieke en materiële schade” voor de magistraat en diens gezin.
Laten we dat woord even strippen van zijn glans: een verzekering is geen symbool van rechtvaardigheid, maar de erkenning van risico.
Wie een particuliere waarborg eist tegen elke consequentie van een publieke functie, vraagt niet om bescherming, hij vraagt om een carte blanche. Daarna komt de roep om afscherming van adressen in registers, alsof anonimiteit het probleem is, en niet de wanpraktijken die men verbergt.
Het gordijn dat men optrekt is geen bescherming, maar een bekentenis: men vreest de gevolgen van eigen beslissingen. En die angst heet een schuldig geweten.
Dan volgt het favoriete wapen: de gsm in de gevangenis.
Ja, smokkelen is een probleem, maar om van een symptoom de oorzaak te maken en de structurele verantwoordelijkheid te laten verdwijnen is niet meer dan rationele schijnvertoning.
GSM’s zijn geen duivels in plastieken vorm. Ze zijn het gevolg van een systeem dat rot is tot in de kern: onderbetaald personeel (de cipiers dan welbedoeld), corrupte uitzonderingen, en jarenlange verwaarlozing.
De remedie van “signaalblokkering” is dan ook een chirurgische ingreep op papier, maar in werkelijkheid enkel een brandwonde op de huid van een palliatief patiënt.
Wie jarenlang toelaat dat gevangenissen overvol (onrechtmatige, disproportionele of langdurige voorhechtenis), onmenselijk (gebrek aan hygiëne, mentaal en fysiek onderhoud) en uitzichtloos blijven, draagt zelf de schuld van de radicalisering die daarbinnen kiemt.
Wie investeert in tralies maar niet in re-integratie, kweekt wraak.
Wie zweert bij orde zonder introspectie, voedt chaos met uniformen.
Zijn represailles dan werkelijk misplaatst of gewoon de echo van het systeem zelf?
II. De hypocrisie van de macht
De rechtsstaat verliest haar legitimiteit niet door criminaliteit, maar door hypocrisie.
Niet door de misdadiger, maar door de magistraat die selectief oordeelt.
Niet door geweld op straat, maar door de geweldloze willekeur achter het loket.
Een rechtsstaat die haar regels plooit naar macht en status, die bewijzen wikt maar fouten verdoezelt, graaft haar eigen graf met keurige juridische termen als schop.
Wie om bescherming roept maar weigert zichzelf te hervormen, verdedigt geen rechtstaat maar een kartel van zelfbehoud.
Er is meer dan emotie in deze kritiek: er is rede, en de rede schreeuwt.
Een oprechte bezorgdheid zou niet roepen om privileges, maar om verantwoording.
Investeer in personeel met juiste ethiek, in forensische menswaardige capaciteit met oog op re-integratie, in onafhankelijke audits en in rekenschap.
Niet in verzekeringen, niet in gordijnen, niet in symbolische muren.
De dag dat iemand de gevangenis binnengaat, zou een startschot tot re-integratie moeten zijn, maar in dit land klinkt het als het begin van zijn maatschappelijke executie.
Wie het vertrouwen van de burger wil herwinnen, moet beginnen bij het omverhalen van zijn eigen troon.
Bekentenis, herstel, en heropbouw. Geen toespraken, maar daden.
Een cultuurverschuiving die grandeur vervangt door dienstbaarheid.
III. Het toneel van justitie
Zodra men de gordijnen sluit en zichzelf verzekert, zodra men technische toverwoorden mompelt als “signaalblokkering”, is het duidelijk: men vreest niet de misdaad, men vreest de spiegel.
De toga, ooit symbool van waardigheid, is vandaag niet meer dan een clownskostuum in een circus van moreel verval en juridische komedie.
Het toneel van Justitie draait op routine, ergens in een kabinet, onder TL-licht en zelfgenoegzaamheid, speelt iemand luchtgitaar.
Niet op muziek, maar op macht. En buiten dat kabinet wast men zijn handen in publieke zelfverheerlijking — een ritueel dat meer opspattend modder dan zuiverheid nalaat.
Het is de klassieke melodie van de Belgische rechtsorde: holle akkoorden, valse tonen, een crescendo van mediageile zelfverheerlijking.
De luchtgitaarspeler van weleer verdween weloverwogen op het moment dat de stilte ondraaglijk werd. Een adempauze na een partituur van flaters.
Zijn opvolger poetst de spiegels van de macht en noemt dat beleid.
Hun sigaar heet symbolische daadkracht, de as die overblijft heet politiek theater.
Ondertussen verkondigt de magistratuur dat ze “onder vuur ligt”.
Ach, hoe aandoenlijk: de kaste die burgers decennialang verpletterde onder dossiers, voelt plots de hitte van haar eigen vonnissen.
De toga wordt een schild, het register een bunker.
Men vraagt alles, behalve zelfreflectie.
IV. De illusie van scheiding der machten
De politiek applaudisseert intussen.
Ze noemt de “scheiding der machten” heilig, maar in werkelijkheid is het een heilige triniteit van belangen.
Regering, Parket (Openbaar ministerie) en rechtbank: drie spelers in hetzelfde toneelstuk, elk met een eigen tekst, maar dezelfde souffleur.
De burger die vragen stelt, heet paranoïde.
De burger die zich verdedigt, heet gevaarlijk.
Wie buiten het script denkt, wordt tot storing verklaard.
Zo sterft vrijheid niet met een knal, maar met een protocol.
Niet voor niets wordt interne briefwisseling in de justitiële gangen nog steeds bekleed met de stempel “Eendracht maakt macht.”
Een relikwie uit een tijd waarin die woorden nog iets betekenden.
Vandaag leest die leuze als satire op zichzelf: een zegel van eensgezindheid — niet in dienst van gerechtigheid, maar ter bescherming van wie binnen de muren van macht resideert.
V. De burger als vijand
Door de gangen van het openbaar bestuur waart een spook: de mythe van de “gevaarlijke burger”.
Wie zelfstandig denkt, wordt verdacht.
Wie vragen stelt, wordt genoteerd.
Wie zijn rechten kent, wordt gecatalogeerd.
Rond sommige dossiers gonzen geruchten. Niet omdat burgers te veel fantasie hebben, maar omdat de Staat te weinig openheid toont.
De overheid die zwijgt, voedt wantrouwen.
De remedie is niet meer geheimhouding, maar radicale transparantie. Het zuurstofmasker in de brandende kamer van wantrouwen.
Maar men vreest lucht, want lucht laat licht binnen.
VI. Het slotakkoord
Men zegt te vrezen voor de ondergang van de rechtsstaat.
Maar de rechtsstaat hoeft niet aangevallen te worden — ze pleegt langzaam zelfmoord, met dossiers als touw en protocollen als knoop.
De grootste aanslag op het gerecht komt niet van buitenaf, maar van binnenuit: van zij die regels buigen, van zij die falen maskeren met jargon, van zij die zichzelf boven de wet wanen.
De burger kijkt toe, natte voeten in de plas die men zelf heeft gecreëerd.
Een plas die groeit met elk genegeerd dossier, elk verzwegen rapport, elk gezicht dat men uit het register wist.
De rechtsstaat zal niet sneuvelen aan aanslagen, noch aan telefoons in gevangenissen.
Ze zal sneuvelen aan lafheid, aan institutionele zelfbescherming, en aan het onvermogen om zichzelf te hervormen.
Wanneer het orkest stilvalt en ‘t laatste luchtakkoord is gespeeld, rest enkel stilte, de stilte van een macht die zichzelf verdedigde tot er niets meer overbleef om te beschermen.
Voor de onderzoeksrechter
Uw veiligheid is geen excuus om onfeilbaarheid te eisen.
Uw positie is geen vrijgeleide tegen kritiek.
Uw toga is geen schild, maar een herinnering aan plicht.
Wie beschermt ons tegen de beschermers?
Met dissidente vriendelijkheid,
Een voorstander van eerlijke rekenschap en onverbloemde transparantie
Met vriendelijke groet,
Jimmy Pommée
**
Illustratie: Theo Byl, voormalig onderzoeksrechter, justitieel crapuul, politiek gestuurde bevlekker van justitie, Open Vld Vijg, huurmoordenaar van de Vrije Meningsuiting, privacy-dief, verkrachter van het Briefgeheim, wurger van het Bronnengeheim, vergiftiger van de GDPR, kortom: onmens.
**