Debatclub: de Repressie tegen Rechts

Dinsdag 14 oktober 2025. Terwijl de beelden binnen sijpelden van een primitieve syndicalist die lafhartig een politiecommissaris in de rug aanvloog en ‘m het hospitaal in hamerde; van monsterlijk Hamas ongedierte dat in Gaza, gewillig en onder verwilderd gejuich van het Palestijnse volk, standrechtelijk executies van zonder proces veroordeelde collaborateurs voltrok en van Antifa- en klimaatgespuis dat, onder het mom van protest, half Brussel verwoestte, trokken wij nog even onze das netjes, schikten ons pochetje en maakten ons op om naar Hotel De Basiliek in Edegem te togen voor een uitermate beschaafde gedachtewisseling over de “systeemrepressie tegen rechts.” Gesprekspartners van dienst waren Joost Niemöller, hoofdredacteur van Ongehoord Nederland, Dries Van Langenhove, nationalistisch activist en Irmhild Bossdorf, Europarlementslid voor de AfD (Duitsland). We kregen een uitermate leerrijke en respectvolle babbel onder geciviliseerde dames en heren van stand voorgeschoteld, die ondertussen meer dan wie ook het klappen van de systeemzweep kennen. ’s Anderendaags werden we, vroeg in de morgen, nog nagenietend wakker. Op de radio bazelde een wakkere snuiter zich de slaapdronken linkse kosmos in met de alarmerende belijdenis dat het gevaar toch vooral van rechts komt!

Ruud Wouters heette de wakkere stakker: politiek socioloog (sic?) aan de Universiteit van Tilburg. Zó ver moest het linkse journaille zich reppen om, tegen de achtergrond van wat er zich op de straat voltrok, een zilte ziel te vinden die net deze boodschap ernstig wilde komen verspreiden. In zulk geval, lieve lezer, volstaat het meestal een foto van de wakkere onverlaat te bekijken, oog te hebben voor diens vestimentaire uitrusting en haartooi, en je weet doorgaans meteen genoeg. Enfin, terug naar het debat. We hadden gekozen voor het volledige programma, i.e. de receptie en maaltijd vooraf en het debat nadien. Omdat het clubje linkse haarklovers net die dag geprikt had voor hun periodieke staking, was het openbaar vervoer – in normale tijden al geen sinecure – uitgesloten. Dus werd het de zware diesel. De receptie begon om 18.00 uur, en er werd niet op een glaasje gekeken! Ook de maaltijd achteraf bleek een voltreffer: schotels met twee soorten vlees overgoten met een heerlijke saus, een gevarieerde groentekrans en lekkere frietjes, werden naar believen en meermaals rondgedragen door fraai ogende diensters, die bovendien nog dat ouderwets gevoel voor humor bezaten: het spontane en rijke rechtse leven van weleer! Alleen de welriekende Havana na de maaltijd ontbrak (ook al afgepakt door de progressieve pezewevers.) Na het toetje en de koffie, was het tijd voor het debat.

Pieter Bauwens, hoofdredacteur van Doorbraak, modereerde zoals gebruikelijk het debat. Hij opende met de melding dat ook links was uitgenodigd om de dialoog tegensprekelijk te maken, maar geen enkele “Groot-Preker voor eigen parochie” werd bereid gevonden om deel te nemen. De toon was onmiddellijk gezet. De verscheidenheid in het debat was nochtans gegarandeerd omdat gedialogeerd werd vanuit onderscheiden territoriale invalshoeken: Niemöller is Nederlander, Bossdorf (van origine weliswaar een Vlaamse) is thans Duitse en Van Langenhove is Vlaming. Wat meteen opviel was dat alle deelnemers ervan uitgingen dat de repressie tegen rechts in eigen land het zorgwekkendst was. Dit mag echter geen opzien baren! Een land krijg je pas intellectueel op de knieën als je er ook woont en werkt. Pas dan merk je wat door de regimepers mordicus verzwegen wordt. Wat niet weet, niet deert! Dit was dan de mildste vorm van de repressie. Niemöller sprak in dat verband over de agendazetting van media: migratie bijvoorbeeld is nooit een zorg, vreemd grondsop heet steevast “jongeren” en dies meer zij. Ook de bandbreedte van opinies blijft, volgens Joost, wel heel erg smal. Dries vertaalde dit euvel naar Vlaamse maatstaven: Jean-Marie DedeckerRik Torfs of Mia Doornaert, allen als rechts gedoodverfd, mogen af en toe komen opdraven om de objectiviteitsratio’s veilig te stellen, maar worden evenzeer een stuk vaker in de rede gevallen, geframed of weggezet als immoreel. Resultaat: de échte slachtoffers van de repressie komen niet eens aan bod! Hun meningen doen er niet toe. Op die manier verlinkst het discours. Irmhild sprak over de nauwe meningscorridor of strook waarbinnen een opinie toelaatbaar wordt geacht.

Hetzelfde werd overigens opgemerkt voor de sociale media, facebook voorop, maar toch ook op X (Twitter). Niemöller herinnert zich nog levendig het verbod op het posten van familiefoto’s waarop Zwarte Piet figureerde; in Nederland nog steeds een dingetje! Met die officiële repressie, zeg maar van overheidswege, valt het in Duitsland, aldus Bossdorf, wel mee. Rechts heeft er weldegelijk nog een plek in het geschreven en audiovisuele perslandschap (cf. Junge Freiheit). Anders evenwel dan in Nederland en Vlaanderen heeft men bij onze oosterburen af te rekenen met canceling vanuit een bepaald deel van het volk zelf, lees gerust Antifa. Niet weinig kinderen van AfD-boegbeelden bijvoorbeeld, worden op school gepest, niet door hun medeleerlingen maar door de schooldirectie zelf. Op proclamaties krijgen ze hun rapporten niet uitgereikt, maar naar het hoofd geslingerd en ook in het voortgezet onderwijs wordt hen weinig rust gegund, wat ook vaker dan verhoopt leidt tot schooluitval. En zelfs doordeweekse cafébazen die op sociale media gevolgd worden door AfD’ers moeten daarover tekst en uitleg geven wanneer een delegatie Antifa-leden verhaal komt halen. Dit duidelijk fascistoïde optreden van zelfverklaarde “antifascisten” begint zelfs de woede van centrumlinks op te wekken.

Wat door alle drie de sprekers volmondig werd beaamd, is de vaststelling dat hét basisprincipe van de democratie, de vrije meningsuiting, volhardend en steeds meer wordt ingeperkt. Of het nu van staatswege is, door het middenveld georganiseerd wordt of door geradicaliseerde en gewelddadige groupuscules, zoals Antifa, afgedwongen wordt. Filosoof van dienst was Joost Niemöller, die niet wilde geloven in de causaliteit. Volgens hem wordt rechts niet bewust de wacht aangezegd. Links, zo redeneerde hij, is evenzeer overtuigd van zijn gelijk, ergo: er zit geen machinatie achter, maar een weliswaar verkeerd begrepen overtuiging dat het klimaat naar de knoppen gaat, dat er 365 “genders” bestaan (voor elke dag één), enz. Dit kan, volgens de spreker, enkel leiden tot een verdere polarisatie, uiteindelijk tot geweld, tot bloedige chaos en ja zelfs tot (burger)oorlog, van waaruit dan weer verandering kan groeien. Anderzijds wijst ook Niemöller op het zich zeer apert voltrekkende veranderingsproces in de maatschappij waarbij het voor velen, los van enige causaliteit, nu echt wel genoeg is geweest. De nefaste gevolgen van migratie en de groene aanval op de economie treft niet enkel meer de stemloze arbeidersklasse, maar ondertussen ook de mondige middelklasse. De andere deelnemers aan het gesprek deelden deze mening toch niet volledig. Beiden geloven gewis in een causaliteit. De haast blinde tolerantie tegenover links, ook indien onder het voorwendsel van protest strafrechtelijke feiten gepleegd worden, en de even blinde intolerantie tegenover rechts (verwezen zij naar Marcuse, wiens filosofie Niemöller ook kent), toont volgens Van Langenhove aan dat die vooringenomenheid zeker bestaat en niet echt kan ontkend worden.

En ook Irmhild gelooft niet onmiddellijk in de afwezigheid van causaliteit. Zij geeft het voorbeeld van de “Omas Gegen Rechts” (oma’s tegen rechts), die voor hun acties tegen het AfD, de enige echte oppositiepartij in Duitsland, door de overheid betaald worden. Het zou gaan om 60€ per dag, plus verplaatsings- en maaltijdvergoeding, per bomma. Waarop moderator Bauwens, fijntjes en terecht, evenzeer verwijst naar de tonnen Vlaamse subsidies die ook in ons land de kassa’s van de linkse contra’s behoorlijk gevuld houden. Dries Van Langenhove, op dreef, wil van zijn kant het bestaan van die causaliteit aantonen vanuit zijn eigen ervaring. Hij begint aan een ellenlange waslijst van tegenwerkingen en pesterijen jegens hemzelf of Schild&Vrienden en uitgaande van de overheid of het middenveld: de weigering van banken bijvoorbeeld om een rekening te openen; de automatische mail aan kopers op zijn onlinewinkel – getekend door de CEO van Bancontact – met de waarschuwing dat zij net iets gekocht hebben bij een organisatie die gelinkt wordt met terrorisme; de gewapende inval in de boksclub, enkel en alleen ter verkrijging van de leden- en werknemerslijst, welke laatsten vervolgens zonder pardon door de boksbond geschorst worden, wat de facto neerkomt op broodroof; broodroof eveneens voor leden en mandatarissen van het Vlaams Belang door ziekenkassen, vakbonden of privébedrijven… De lijst is lang. Heel lang! En steeds haalt geen slachtoffer de media. Dat doodzwijgen kan niet anders dan bewust zijn: pas het linkse gedachtegoed hierop toe, en ze zouden moeten steigeren van zoveel onrechtvaardigheid.

Dat de aperte repressie tegen rechts zich in een waaier aan vormen voordoet, kwam tijdens het debat eveneens aan bod. Niemöller refereert naar de boetes, opgelegd door de mediacommissie die in elk minuscuul sprankeltje waarheid een overtreding ziet – of wil zien! – van de discriminatie- en racismewet; boetes die al snel kunnen oplopen tot 40- à 50.000 €. Voorts merkt hij op dat met links niet meer op een volwassen manier te praten valt. Het gaat links niet meer om gelijk krijgen maar om gelijk hebben, en liefst nog zo kritiekloos mogelijk; het gaat hen zuiver om de macht, waardoor elke discussie omtrent de organisatie van de samenleving bij voorbaat strandt op bijvoorbeeld een grondeloos grondwettelijkheids- of rechtstaatdictaat. Filosofisch redetwisten, laat staan redeneren, over de vraag of het recht op een woning niet eerder moet toekomen aan kinderen of kleinkinderen van autochtone stads- en dorpsbewoners (die hun leven lang hebben afgedragen), dan aan kersverse statushouders (asielzoekers, die geen cent hebben bijgedragen), wordt mordicus in de kiem gesmoord omdat dit, dixit links, niet grondwettelijk zou zijn, daar waar hierover in de Grondwet met geen woord gerept wordt. Over deze compleet nutteloze en zinledige juridisering van het debat weet ook Van Langenhove een woordje mee te praten. Hij betaalde de laatste zeven jaar al zo’n slordige 350.000 € aan advocaatkosten. Dat de rechterlijke macht een uitgesproken linkse macht is, hoef je hem niet meer te vertellen.

Ook Bossdorf (h)erkent de linkse machtsstrijd en hekelt daarbij de ontiegelijke snelheid waarmee maatschappelijke veranderingen door het parlement worden gejaagd. Thans ligt bijvoorbeeld een voorstel op de Europese tafel om abortus tot onvervreemdbaar mensenrecht te verheffen (wat op zich reeds een decontextualisering en verabsolutering van dit recht inhoudt), niet evenwel voor “vrouwen,” maar voor, hou u vast: “personen met een uterus.” Van gender-quatsch, naar gender-waanzin, en verder naar gender-wet, in een handomdraai! Zo mogelijk nog erger blijft daarenboven het stijgende gebruik van geweld door tiranniek links wanneer ze toch niet meteen hun slag thuis halen. Recent nog werd het jachtslot van de familie Thurn und Taxis in Regensburg volledig in de as gelegd; daad die door Antifa werd opgeëist. Het “Kommando Georg Elser” (vernoemd naar de meubelmaker uit München die op 8 november 1939 in de Bürgerbräukeller een bomaanslag pleegde op Hitler) vond het tijd worden dat de adel onteigend werd. Dat Gloria Fürstin von Thurn und Taxis een vriendin is van Alice Weidel, lijsttrekker van de AfD waarvoor de gravin haar steun had uitgesproken, zal er ook wel voor iets tussen gezeten hebben. Hoe ver kan linkse arrogantie gaan? En waarom wordt dit geweld niet in de sterkste bewoordingen veroordeeld door, zeg maar gematigder links? Deze vraag riep meteen ook de laatste van het debat op: hoe komt het dat links zich toch een stuk beter weet de verenigen dan rechts?

Van Langenhove popelde om dit laatste raadsel te ontrafelen; de gebezigde metafoor sneed hout. Rechts, zo stak hij van wal, wil het huis van onze cultuur opbouwen (of restaureren, n.v.d.r.) en wie opbouwt, komt al snel in conflict met andere bouwheren: de ene wil misschien een marmeren trap, de andere een houten, nog een andere een smeedijzeren. Links daarentegen wil afbreken. Het gezin, de economie, onze cultuur en tradities… Alles moet kapot! Daarom zal de gematigde die sloopt met een hamertje geen graten willen zien in de geradicaliseerde die het huis te lijf gaat met een bulldozer: finaal delen beiden het einddoel. In deze gepaste metafoor resoneert het anarchistische “destruam et aedificabo” (vernietig en bouw op, in welk vernietigen alreeds de volledige opbouw verdisconteerd zit) uit de 19de eeuw, dat nog niks van zijn actualiteit verloren heeft. Integendeel, dat door de vracht mei ’68ers, die de spreekwoordelijke mars door de instellingen heeft volbracht, splinternieuw leven werd ingeblazen. Daarom is het voor rechts dringend geboden, zo gaf Van Langenhove nog mee, de rangen te sluiten, geen schrik meer te hebben van, of – godbetert – niet geliefd willen worden door de vijand. Zonder rechtse samenhorigheid, geen overwinning!

De vragenronde die volgde duurde zoals gebruikelijk veel te lang, met naarmate de tijd verstreek almaar irrelevantere vragen (of opmerkingen) die niks meer aan het debat bijbrachten. Zo werd de “allerlaatste vraag” reeds in het midden van de voorziene tijd aangekondigd. Bovendien stonden de kelen droog en aan de toog was alles al in gereedheid gebracht om de stormloop (de zaal zat weer behoorlijk vol) in goede banen te leiden. Dat neemt uiteraard niet weg dat de debatclub altijd, en dus ook nu weer, een interessante en beschaafde ervaring blijft, waar spitante invalshoeken en meningen tot verder nadenken kunnen aanzetten. De avond in één kernwoord recapituleren is schier onmogelijk, daarvoor werd er teveel gezegd. Maar het woordje “woede” komt misschien toch wel in de buurt. En met die maatschappelijke woede omtrent zoveel onbetamelijke repressie van links, zal acuut moeten afgerekend worden, tenminste als rechts het huidige momentum niet wil kwijtspelen. Bij een frisse pint, of iets sterkers, waren alle aanwezigen er genoegzaam van overtuigd geraakt dat de handen hoognodig in mekaar moeten geslagen worden. Nu de politici nog!

**

Je kan ‘tScheldt steunen door:

  1. een bedrag naar keuze te storten op rekening: BE11 4310 7607 5248 (graag met vermelding ‘steun’ en je email zodat we je kunnen bedanken), of
  2. door (al dan niet anoniem) te steunen via: steunactieof
  3. door een abonnement te nemen of te vernieuwen via deze link