De Vlamingen… Wie zijn ze? Wat doen ze? Bestaan ze überhaupt nog? En voor enkelen wellicht iets teveel tegen de haren in strijkend: hebben ze nog bestaansrecht? Voor de “Gazanen” – niet eens een volk, ver weg van hun bed – maken ze tijd vrij om de straat op te gaan, maar voor hun eigen cultuur en tradities krijgt niemand ze nog uit hun luie zetel. Het denken hebben ze gemakshalve uitbesteed aan de gewieksten onder de journalistieke vossen, maar de kaas laten ze als pronkzieke raven nog altijd uit hun veel te grote bek stelen. En nog steeds kiezen ze de verkeerde kant van de geschiedenis. Catalanen, Schotten en Bretoenen kunnen blind op de Vlaming rekenen die z’n eigen onafhankelijkheidsstrijd veel liever op andere volkeren projecteert dan voor zichzelf te zorgen. Jaren terug hoorde ik – echt waar! – een bewogen Vlaamse beweger als een beroerde politieke weerman zelfs de nakende onafhankelijkheid van Venetië voorspellen, want hij had goede contacten ginds en het zou nu echt wel voor elke dag kunnen zijn. Deze stekeblinde en potsierlijke naïviteit spookt nog steeds, als een ladderzatte Sus Antigoon, ongestraft rond in Vlaamse middens!
Vijfduizend km. verwijderd van de plek waar zijn haard brandt, wil de Vlaming zich met groot gemak en olympische lenigheid prosterneren voor een terreurregime dat van genocide haar waarmerk heeft gemaakt (voor alle duidelijkheid, bedoeld zij de “From the river to the sea” verdelging). Thuis evenwel onderwerpt dezelfde Vlaming zich, met even groot gemak en vergelijkbare souplesse, aan de openlijk beleden genocide op zijn eigen cultuur en tradities door een linkse troela. Quisling van dienst heet Caroline Gennez, het arrogante intellectueel pluimgewicht dat heel haar opgezwollen lijf als ballasttank moet bijzetten om grond te blijven raken, en dan nog slaagt deze Vlaamse excellentie van Limburgse origine er niet eens in om haar loom Loons minderwaardigheidscomplex te ontgroeien. Daarom trekt ze van de weeromstuit en ter compensatie mateloos hooghartig ten strijde tegen de althans volgens haar laaghartige Vlaamse eigenheid. Onmetelijk pretentieus en compleet gespeend van enige diepere kennis dropt ze haar genocidale splinterbommen op alles wat een Vlaams aroma verstuift, terwijl ze met opgestoken vinger de Vlaming en haar collega’s in de Vlaamse politieke peutertuin lijzig blijft toezingen, zoals alleen een alwetende juf in het multicultureel bewaarklasje van het GO dat kan. Voor wat betreft dat vingertje mag u trouwens nog kiezen dewelke: de streng vermanende wijsvinger of de apathisch indifferente middelvinger.
En waar zaten, in die amateuristische fröbel van de macht, meester Matthias en meester Ben? Of de juffen Zuhal, Annick en Cieltje? Van Zuhal viel sowieso al niet veel te verwachten: wat heeft een alevitische Bergturk in godsnaam met Vlaanderen te maken? Maar wat met de andere creaturen van de Vlaamse bewaarschool? Willen die dan echt niets meer weten van de geschiedenis en cultuur van hun vaderland? En waar zat directrice Valerie, die vanuit de smeuïge coulissen alles in goede banen moet leiden? Kan de N-VA met cultuur geen stemmen meer ronselen? Of lag de directrice weer half bezopen in haar kantoor met een of andere onderdirecteur de laatste vlok asbest uit haar lichaamsopeningen te schrapen? En wat klotst er toch altijd in d’r nooit geloken mondholte? Het is sowieso vochtiger dan de gortdroge woordenbrij van haar afgezaagde politieke correctheid. Maar zou het echt alleen maar die geïmiteerde Franse huig-r zijn die haar een waardiger allooi moet schaffen? Wel, waar zat dan dat verzamelde gild Vlaams nationalisten, dat al zijn kernpunten en principes schijnbaar heeft moeten achterlaten in de vestiaire van de “Cour du Pouvoir?” Het is echt niet meer om aan te zien, die poedelnaakte keizers!

Op een paar weken tijd heeft die slaapverwekkende snol uit dé Limburg met een neus voor culturele afbraak schier de helft van de musea op droog zaad gezet, een beloofde nieuwbouw geschrapt én nu gaat ze, als klap op de vuurpijl, ook nog eens belangrijke en historische stadscollecties door elkaar haspelen. En de N-VA? Die zweeg! Allemaal onder het mom van economische efficiëntie! Net zoals het Koerdisch knipmes dat, zonder enige vorm van eerlijke schaamte en kleinburgerlijk overtuigd van haar eigen gelijk, het volwassenenonderwijs de keel oversneed door het als hobby weg te zetten, worden ook op het departement cultuur alle Vlaamse rozenbedden van beschaving en ontwikkeling gesnoeid, niet door de overbodige takken te knippen die het sap uit de bloem trekken, maar meteen door alle wild bloeiende bloesems, die de Vlaming warmhartig met zijn wortels verbinden, te knotten. Neem nu het museum van de symbolistische dichter en ontdekker van Ensor en Khnopff, Emile Verhaeren (1855-1916), in Sint-Amands: subsidies gelijk helemaal geschrapt. Zou “De Neus” weten dat Verhaeren socialistische, zelfs anarchistische sympathieën had? Of was hij in haar ogen te weinig divers? Het is toch niet zijn fout dat hij leefde in een Vlaanderen dat nog niet door de socialisten verminkt werd d.m.v. massamigratie?
Het is waar: Verhaeren kon, zoals Hamas nu, geen 7000 gewapende strijders mobiliseren om de vermeende collaborateurs achtereenvolgens te verkrachten, uit te hongeren en in stukken te snijden. Wellicht een ultiem bewijs van Verhaerens beschavingsgraad die door de bezeten mini-ster niet kan geapprecieerd worden. Of heeft de Russische vertaling van zijn werk hem anachronistisch de das omgedaan? Met onnozele teven als Gennez weet je maar nooit! Vorige week werd dan bekend dat de beloofde nieuwbouw voor het M HKA (Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen) sneuvelde. Een paar dagen later sneefde zelfs het hele museum, dat nu een infantiel belevingscentrum moet worden. Reacties op het nieuws bleven echter beperkt tot de culturele sector zelf, want rechts Vlaanderen heeft de cultuur, ten onrechte, al veel langer opgegeven en het tot rovershol van links gemaakt. De liquidatie van het M HKA beroert de Vlaming niet; hij hoort subsidie en denkt aan zijn beurs. Net als bij de wurging van het volwassenenonderwijs meent hij niet voor de frivoliteiten van een ander te moeten dokken, niet eens beseffend dat de vrijgekomen middelen finaal niet eens hem ten goede zullen komen, maar de volledig onverlet gelaten instroom van zijn eigen toekomstige beulen. Hij realiseert zich geenszins dat kunst niet sui generis of op zichzelf bestaat, maar als vanzelf opwelt uit de buik van de samenleving, waardoor de artistieke vruchten van de noodzakelijk gesubsidieerde kunst (Wet van Baumol) meer over hemzelf zeggen, dan over de kunstenaar die ermee wegkomt.
Misschien vergt dit laatste toch een kleine uitweiding. In de late jaren ’60, vroege jaren ‘70 trachtte “seuziepikker” (Turnhoutenaar) Frans Van Mechelen (CVP) de cultuur naar het volk te brengen. Het was de tijd van de plaatselijke cultuurcentra. Dat plan is thans volledig mislukt. Vandaag draait Van Mechelen zich alleen nog maar volhardend om in zijn graf. De cultuur werd volledig ingepalmd door linkse mei ’68ers die aan hun Gramsciaanse mars door de instellingen waren begonnen, zonder veel van die kunst en cultuur te kennen. Rechts liet evenwel stilletjes begaan omdat cultuur geen “harde” bevoegdheid was waarmee geschitterd kon worden; links liet zelfs na te bedanken voor de geboden mogelijkheid tot politieke benoemingen: kortom, een regeling “à la Belge”, later “à la Flamande,” wat ongeveer hetzelfde is. Wat uiteindelijk kwijnde was de kunst- en cultuuroverdracht zelf. Scholen verkruimelden vakken als geschiedenis, esthetica, muziek of literatuur, of schafte ze gewoon af, en dit ten voordelen van EHBO, gender- en klimaatflauwekul en ander abortus- en euthanasiegejank. Zolang slechte muziekuitvoeringen staande ovaties krijgen en on-kunst gered kan worden met een welluidend theorietje dat enkel nog geslikt wordt door de semi-artistieke BoBo, wil niemand echter het probleem zien.
De exponenten van die generatie, waaronder de voorzitter van die Droog-Haspengouwse loeder, hebben tegenwoordig de macht. Aanschouw Conner Rousseau, de rotverwende “half-vent” die alleen maar denkt aan vreten, zuipen en neuken en een kind wil, helemaal alleen voor zichzelf; de rest aan deze nar is marketing. Zijn hoogstpersoonlijk “I don’t care” staat voor immer als een Delfisch “gnothi seauton” (Ken uzelf!) op zijn verder vacant voorhoofd gebrand. Grote verliezer is natuurlijk de kunst en de cultuur zelf, die jarenlang opgeslokt werd door de linkse bureaucratie. En nu wil minister Snotkoker het hele zaakje gaan centraliseren in drie hubs: de omgekeerde beweging van dewelke men in de rest van Europa kan waarnemen. Zogezegd om economische en kwalitatieve redenen, in werkelijkheid omdat haar onbeschaamde tussenkomst bij het Festival van Vlaanderen haar een heimelijk machtsorgasme heeft bezorgd. De Vlaming, die al decennia beroofd werd van degelijk onderwijs, te beginnen bij het VSO-debacle, maalt er niet meer om en mag zijn wagonnetje aan de locomotief van de linkse jaloezie vasthechten. Het gaat tóch maar over moderne kunst die hem, in haar nietszeggendheid, slechts een spiegel voorhoudt, waarin hij niet meer wil kijken. “I don’t care” brult hij luidop mee met de dwaas van Sint Niklaas.
Dat de onvermijdelijk territorialiteit van kunst en cultuur door het beleid miskend wordt, dat er open gaten worden geslagen in de stadsgeschiedenis, dat Academiestudenten nu op niet-gesubsidieerde daguitstap moeten, willen ze ooit in de kunst nog een evolutie erkennen, dat heelder onder- en deelsectoren – van galerijen en antiquairs tot en met gespecialiseerde themamusea – met het hoofd op het ambtelijk kapblok gelegd worden… zijn slechts verborgen voetnoten van “pisse-vinaigres” en andere chagrijnen, die moeiteloos door het eigenwijs ministeriële gezemel en geëtter overstemd kunnen worden. Maar veel dieper nog in de open wonde die de kunstliefhebber werd berokkend, huizen ook hier weer de smerige en schier onuitroeibare larven van politiek nepotisme. Vlaams nationalisten gedogen, zoals eerder wel eens gedacht, geen socialisten omdat het niet anders kan: beiden behoeven mekaars volle steun om, boven de hoofden van de achteloze burger, hun favorieten te bevoorrechten. Het zijn twee grijpgrage handen op één vetgemeste pens van corruptie en achterkamerpolitiek. Vlaams nationalisten en socialisten spelen, met het M HKA als inzet, een politiek een-tweetje van het smerigste soort!
Het is immers nooit de bedoeling geweest de nieuwbouw te realiseren. Het nieuwe museum zou gebouwd worden op de eertijdse Zuidersluis (Waalse Kaai) in Antwerpen, enige stadseigendom aldaar en ingeschreven als publieke ruimte. Daarvoor moest het ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) aangepast worden opdat er hoger (tot 80 m.) gebouwd zou kunnen worden. En alzo geschiedde, althans met het oog op het museum. Maar wat als het museum er niet zou komen? Dan blijft het RUP wat het is en kan de grond zonder problemen verkocht worden aan projectontwikkelaars, de favorietjes van de N-VA! Niet zodra werd de bouw van een nieuw M HKA afgevoerd of een projectontwikkelaar nam al gelijk een optie op de grond (al wordt dit nog door Patrick Janssens ontkend). De socialisten, van hun kant, zijn “de stad van licht en liefde,” Gent dus, altijd veel meer genegen geweest dan Antwerpen (of haar kunst en cultuur). En daarom wordt niet alleen de volledige collectie van het M HKA naar het S.M.A.K. overgeheveld, maar wordt dit laatste behoorlijk verlieslatende museum van wijlen driftkikker en kunstpaus Jan Hoet geheel bezit van de Vlaamse Gemeenschap, die uiteraard ook voor de schulden mag opdraaien, en moeten de Vlaamse Meesters (van 1850 tot nu) naar Mu.ZEE, het occasie-museum in die andere sossen-hub, Oostende.
Van het Vlaams front kregen we zelfs geen spatje nieuws! Dat front laat liever de Vlaamse volksaard en cultuur gewillig genocideren door corrupte Sossen.
En deze obscene koehandel wordt in Vlaanderen verkocht als cultuurbeleid! De kloof die geslagen wordt tussen een volk en zijn kunst wordt daarenboven schaamteloos verkocht als een oefening in het “beter tonen van de collecties aan het bredere publiek.” Voor wie verslijten die minkunkels ons eigenlijk? Denkt men heus ons op grond van een ambtelijk diversiteitsverslagje met een flinke kluit in het museale riet te kunnen sturen? De partijgenoten van tante Caroline, t.w. Patrick Janssens, superschepen van Antwerpen, en zijn schoothondje Lien Van de Kelder, de afwezige schepen van Cultuur in de stad, bleven ook nu behoorlijk op de vlakte. Die laatste heeft trouwens gedurende heel de legislatuur de lat van het “Sois belle et tais-toi” op een aanzienlijk hoger niveau weten te tillen. Op een verkiezingsaffiches staat ze te blinken, maar eens verkozen moet er ook met visie gewerkt worden en dat is andere koek. Haar Gentse gildezuster, Astrid De Bruycker, kirde zich, bevrijd van de schuldenlast van het S.M.A.K., dan weer de zevende hemel in! Van het Vlaams front kregen we zelfs geen spatje nieuws! Dat front laat liever de Vlaamse volksaard en cultuur gewillig genocideren door corrupte Sossen. Ja, liever dat nog dan één obool van de projectontwikkelaar te mislopen. Het bord van de zakenman, and all that! Als de Vlaming dit laat gebeuren, wat is hij diep van binnen dan nog waard? Bestaat hij dan nog wel? Heeft hij überhaupt nog wel bestaansrecht als hij, gelijk de pronkzieke raaf uit de fabel, de kaas zó uit zijn bek laat stelen?
