Ach, beste modderklodders en kroegfilosofen, wat een glorieuze dag voor de Belgische bureaucratie! Ik, Karel de Bijter, uw trouwe kroniekschrijver uit het doorweekte Moddergat, zit hier met een pint Duvel in de hand en een grijns op mijn smoel die breder is dan de Schelde bij vloed. Want hoort en huivert: Fedasil, dat nobele bastion van asielbeleid, heeft besloten om PlayStations aan te schaffen voor onze asielzoekers. Ja, u leest het goed – geen extra dekens tegen de winterkou, geen versnelde procedures om de papierberg te bedwingen, maar videospelletjes! Omdat niets een vluchteling zo troost als een potje Fortnite terwijl hij wacht op zijn verblijfsvergunning. Het is alsof de graaf van Vlaanderen in de Middeleeuwen zijn boeren katapulten gaf om vogels te schieten in plaats van belastingen te heffen. Historische vooruitgang, nietwaar?
Laten we even stilstaan bij deze briljante zet. Fedasil, die eeuwige held in de strijd tegen administratieve traagheid, heeft blijkbaar ontdekt dat gamen de sleutel is tot integratie. Stel je voor: een Syrische vluchteling die urenlang GTA speelt en zo leert over de Belgische wegen – vol gaten, net als in het spel, maar zonder de optie om een helikopter te stelen. Of een Afghaanse familie die via FIFA de namen van onze Rode Duivels leert, want wie heeft taalcursussen nodig als je Kevin De Bruyne virtueel kunt laten scoren? Het is satire op zichzelf, vrienden. Terwijl de wachtlijsten langer worden dan de file op de E40 tijdens een regenbui, pompt Fedasil belastinggeld in consoles. Want prioriteiten, hè? De asielzoekers zitten daar in hun opvangcentra, dromend van een beter leven, en wat krijgen ze? Een controller om zombies te knallen. Misschien hopen ze dat de zombies symbool staan voor de bureaucraten die hun dossiers laten verstoffen.
Maar waarom stoppen bij PlayStations? Als we dan toch in de sfeer van absurditeit duiken, laten we Fedasil eens wat suggesties geven om het leven van onze asielzoekers écht makkelijker te maken. Want als gamen de poort naar geluk is, waarom niet het hele pretpark openen? Hier komt Karel met een lijstje dat zelfs Kamagurka jaloers zou maken – puur uit liefde voor de satire, natuurlijk.
Eerst en vooral: een persoonlijke barista-machine voor elke kamer. Want niets zegt “welkom in België” als een verse latte macchiato terwijl je wacht op je asielbeslissing. Stel je voor, asielzoekers die discussiëren over fairtrade-koffiebonen uit Ethiopië – in plaats van over de trauma’s van de vlucht. Fedasil kan het budget rechtvaardigen door te zeggen dat cafeïne de productiviteit verhoogt. Productiviteit voor wat? Voor het invullen van formulieren die toch in een la belanden? Ach, details.
Dan, waarom geen abonnement op Netflix en Disney+? PlayStations zijn leuk, maar zonder series over koninklijke intriges mis je de essentie van de Belgische politiek. Laat ze “The Crown” bingen om te leren over monarchieën, of “House of Cards” voor een crashcursus in partijruzies. Bonus: voeg een VR-headset toe, zodat ze virtueel door Brussel kunnen wandelen zonder de echte rommel te zien – geen zwerfvuil, geen betogingen, enkel een utopische versie waar de EU alles oplost met een druk op de knop. Historisch accuraat? Welnee, maar sinds wanneer stoort dat onze beleidsmakers?
En wat dacht je van luxe matrassen met geheugenschuim? Want slapen op een veldbed is zo middeleeuws – herinner je de poortersopstand in Brugge, waar boeren rebelleerden tegen ongemakkelijke strozakken? Fedasil zou kunnen investeren in bedden die zich aanpassen aan je lichaam, compleet met ingebouwde massagefunctie. “Voor de mentale gezondheid,” zullen ze zeggen. Terwijl de echte mentale gezondheid – snelle procedures en psychologische hulp – wacht op budget dat blijkbaar naar joysticks gaat.
Laten we het groter aanpakken: persoonlijke drones voor boodschappen. Asielzoekers die vastzitten in afgelegen centra kunnen zo frietjes van het lokale fritkot laten bezorgen. Of beter nog, drones die documenten vliegend afleveren bij de Dienst Vreemdelingenzaken, om de postduiven van weleer te vervangen. Absurd? Ja, maar niet absurder dan PlayStations kopen terwijl er tekort is aan basisvoorzieningen.
En voor de kers op de taart: een fleet van elektrische steps voor uitstapjes. Want integratie begint met mobiliteit. Laat ze door de Vlaamse velden zoeven, op zoek naar werk of cultuur. Vergeet de taalbarrière; met een app op de step leer je onderweg West-Vlaams dialect – “Goeiedag” in plaats van “Bonjour”. Of integreer het met de PlayStation: gamen terwijl je stept, voor de ultieme multitasking.
Natuurlijk, dit alles klinkt lachwekkend, maar dat is het punt. Fedasil’s PlayStation-avontuur is een symptoom van een groter probleem: prioriteiten die zo scheefhangen als de toren van Pisa. Het is alsof je een dakloze een smartwatch geeft in plaats van een dak. Karel de Bijter zegt: lach erom, maar denk na. Want in Moddergat weten we: satire bijt, maar hypocrisie bijt harder.
En zo, beste lezers, eindig ik met een twist: misschien moeten we Fedasil een PlayStation geven. Dan kunnen ze simuleren hoe het is om écht beleid te maken – zonder de realiteit te hoeven confronteren. Proost!