Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 1) – Klik HIER
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 2) – Klik HIER
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 3) – Klik HIER
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 4) – Klik HIER
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 5) – Klik HIER
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 6) – Klik HIER
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 7) – Klik HIER
**
Lucia Tozzi en het Denken over Stedelijkheid
De zaak vat in wezen al aan net na de wereldtentoonstelling in Milaan (2015) van alweer tien jaar geleden. De tentoonstelling mag gewis beschouwd worden als een keerpunt in de stadspolitiek. Toen in 2008 te Parijs de wereldtentoonstelling 2015 werd toegekend aan Milaan, zag ook de Spa (afkorting van “Società per Azioni,” een commerciële (sic?) vennootschap op aandelen, ofwel onze Naamloze Vennootschap) “Euro 2015” het licht, met als CEO Beppe Sala. Vreemd toch, vindt u niet, dat uitgerekend de donkergroene Sala deze hoogmis van de industrialisatie mocht leiden? Nog vreemder is dat reeds in 2024 – in tempore non suspecto! – de profetische roman “La Cospirazione delle Colombe” (De Samenzwering van de Duiven) van Vincenzo Latronico verscheen waarin het huidige schandaal reeds minutieus beschreven stond, al wordt de fictie zoals steeds fameus door de realiteit overvleugeld. Het is een verhaal van ongetemde persoonlijke ambitie, eerzucht en zelfverrijkingsdrift, elegant verpakt in een met irrelevante buzzwoorden overladen “hart voor de stad”-discours. De roman van Latronico haalt veel van de mosterd bij Lucia Tozzi, die met “L’invenzione di Milano, Culto della Communicazione e Politiche Urbane” (De Uitvinding van Milaan, de Cultus van de Communicatie en Stedelijk Beleid) een meesterwerkje afleverde waarin zij geen spaander heel laat van de nieuwerwetse stadsmarketing-rage en de vernietigende uitwerking ervan op het stadsweefsel. Het spreekt mutatis mutandis voor zich dat het boekje, een pareltje van 207 blz., ook onmisbaar is voor het begrijpen van wat er zich in dat “klein-Milaan aan de Schelde,” i.e. in Antwerpen, voltrekt.
Vertrouwde menselijke biotopen sloopt men niet ongestraft. Ze vergen behoedzaamheid, reserve en tact; eigenschappen die de yuppie’s (young urban professionals) van de stadsontwikkeling slechts in homeopathische doses, of helemaal niet, tentoonspreiden. De stad, als warm deken van identiteit en eigen volksaard rond het vege lijf van de individuele generatiebewoner, wordt immers verlenging van de woonkamer waarin de stedeling zich schier blindelings wil kunnen bewegen. De grens tussen de publieke en private ruimte is daarom flinterdun, niet eens dikker dan het lemmet van een vlijmscherp mes waaraan het beleid, indien daarvan al sprake, zich vlot weet te kwetsen. Daarom is de stad een teer en delicaat organisme dat best niet van bovenuit “gefabriceerd” wordt. Vandaar ook dat elke stadsmarketing, die krampachtig een andere stadsperceptie wil opdringen, contraproductief werkt en op termijn gegarandeerd leidt naar (blanke) stadsvlucht. Lucia Tozzi neemt als vertrekpunt het voorbeeld van de post-corona spot van de stad Milaan met als titel: “Milano é sempre quella, perché non è mai la stessa” (Milaan blijft altijd Milaan, omdat het nooit hetzelfde is), een perfect voorbeeld van opgedrongen stadsbeleving die niet eens in de nabijheid van de realiteit komt. Verschillende stadsdelen (centrum én periferie) worden erin belicht; close-ups van bekende en onbekende aangezichten passeren de revue als staalkaart van de genivelleerde samenleving, keurig afgewisseld met spelende kinderen en jouïsserende ouderen; giechelende kopvodden, enigmatisch geflankeerd door dollende “regenbogers” uit de lgbtqi-stal moeten fungeren als ultiem waarmerk van vluchtige en cosmetische verbinding en inclusie. Het filmpje wordt bovendien hardnekkig vlakgestreken in diezelfde fleurige tonaliteit van de eensgezindheid en in het wollig rood-roze coloriet van de gelukzaligheid. Altijd schijnt de zon, nooit is er een spatje vuil te bekennen, nergens een streepje grijs, en tegen de achtergrond van de aartslelijke flatgebouwen in de periferie, waar islamisering en criminaliteit elkaar bekrachtigen en opdrijven, zingt Ghali (een Italiaanse “rapper”) belerend dat heel de wereld recht heeft op Italië…
De media, steeds op zoek naar scoops en subsidies, leggen gewillig de deontologie naast zich neer om, op straffe van cancelling, mee te spelen in dit groteske spektakel van almaar opnieuw gereciteerde propaganda en zelfontkenning.
De vraag blijft dan: “Tot wat dient deze hypertrofische pronk met vitaliteit en dynamiek?” Tot wie richt men zich? Is het doel ervan warempel slechts toeristisch? Geenszins! Niet de toerist moet bereikt worden, maar de (generatie)stedeling, die dagelijks met lede ogen de verloedering van zijn stad moet ondergaan maar van langsom meer met de toerist gelijkgeschakeld wordt. Doel is de stedeling tot stadstrots en voldaanheid te dwingen. Elk individu moet atoom van bruisende energie worden in het collectief van de stad. Het trutterige “goed gevoel” van de stedeling moet obligaat gestaafd worden door elke vervalste statistiek, door elk gecompileerd straatinterview en door het taai blijven ridiculiseren van elke afwijkende mening. De media, steeds op zoek naar scoops en subsidies, leggen gewillig de deontologie naast zich neer om, op straffe van cancelling, mee te spelen in dit groteske spektakel van almaar opnieuw gereciteerde propaganda en zelfontkenning. Een behoorlijk restrictief aantal prutserige experten en een krijgsmacht aan aartsdomme “celebrità” (beroemdheden) worden geconvoceerd enkel positief, opbouwend en slijtvast te getuigen van gelijk welk evenement dat van stadswege wordt georganiseerd. Van de weeromstuit wordt de apollinische stedeling, die het op waarheidsgronden waagt om het dionysische membraam van de geforceerde stadsmarketing te doorprikken, op zijn blote knieën, met de handen op de rug en grijze Duct Tape stevig over de mond gedrapeerd, in de vergeethoek gezet. (Groot)Stedelijk beleid pakt de problemen niet meer aan, maar dient slechts de lichtzinnige communicatie die erop gericht is de macht in de verkeerde handen te verankeren.
Milaan en Antwerpen: Zustersteden aan Po en Schelde
De “kracht van de verandering” werd onder hun handen veeleer “kwelling van de continuïteit,” zonder noemenswaardig blank maatschappelijk draagvlak evenwel, maar met des te meer getaande stemmen.
Het vergt toch weinig of geen verbeelding om de gelijkenissen met Antwerpen te zien; een stad die mobiel compleet wordt geblokkeerd terwijl de verloederende islamisering naarstig wordt bevorderd (de M&M-oorlog); waar verwoonerving het centrum slechts toeristisch in leven houdt maar sociaal en economisch wurgt; waar hypergezellige pleinen met verkoelende bomen worden heraangelegd tot siderale (Baudrillard) steenwoestijnen met twijg-hoog struweel; waar blanke gezinnen die niet in wit poeder dealen zich, zelfs met een geld verslindende lening, geen huis meer kunnen veroorloven; waar Zijne Keizerlijke Hoogheid Fiets en zijn gemalin madam Trottinet zich met hun van arrogantie en zelfingenomenheid druipende smoelen boven paria Auto hebben gezet; waar verbindend geachte stadsevenementen en lamme zuipfestijnen, hol antiracisme-gedram en hoogdravend diversiteitsgelul de sinds eeuwen ingeschapen volkse routines en tradities hebben weggevaagd; waar ongemeen stuitend moslimgefleem en ander multicultureel gezeik de ware volkaard met huid en haar heeft verslonden… Het was niemand minder dan Patrick Janssens, de witteboordencrimineel die als een politieke kater met negen levens opnieuw aan de knoppen zit, die de stadmarketing 2.0 boven de doopvont hield. Maar zijn substituten deden nog beter! De “kracht van de verandering” werd onder hun handen veeleer “kwelling van de continuïteit,” zonder noemenswaardig blank maatschappelijk draagvlak evenwel, maar met des te meer getaande stemmen. Op ieders netvlies schroeien thans terecht toch de potsierlijke statieportretten van schepen Koen Kennis en districtsburgemeester Paul Cordy, de kabouters “Langteen en Schommelbuik” (Jef Nys) van de stadsvernieling, die zonder de minste legitimering van de stad een diepgang dervende, sociale en culturele wildernis hebben gemaakt. Wie er een andere mening dan die twee intellectuele smurfen op nahoudt, kan inpakken! Het moslimfundamentalistische “dégager!” van de aarts-bekakte theedoek Saliha Raiss wordt het vermarkt fundamentalistische “vattene” (It.: oprotten!) van de om visie smekende stadsbestuurder. Kijk alleen al naar wat kobold Schommelbuik op de Vrijdagmarkt aanrichtte en je weet genoeg: een knullig aangelegd overdreven convex plein waar zelfs halfdode “toekomstbomen” dienst weigeren. Hij zal er wel weer een mooie draai aan weten te geven, maar “hout” raakt deze Baas Gansendonck al lang niet meer! Dat kon u trouwens al in februari in uw lijfblad lezen: “Wetenschappelijk Bewezen: Toekomstbomen van Cordy Schaden Gezondheid” (klik HIER). Ecologisch ingenieur Nadina Galle noemde dat takkengedoe zelfs: “Totale bullshit” (DS+ 21 september 2024)(klik HIER).
Nee, Italië is de hemel niet, maar men waant er zich toch een stuk dichter bij God.
Antwerpen en haar ongewilde zusterstad Milaan, de ene in ’t klein, de andere in ‘t groot, schrijven met het bloed van hun aanvankelijke bewoners krek dezelfde geschiedenis. Alleen blijft Milaan de Italiaanse uitzondering, terwijl de Scheldestad wel Vlaams proefstuk blijkt en alleen kent Milaan onderzoeksrechters als Mattia Fiorentini die volhardend de smeergeldaffaires boven blijven spitten, daar waar Antwerpen de schandalen graag verborgen houdt. Net als de Eskimo’s talloze woorden hebben voor “sneeuw,” zo circuleren er in Italië een aantal termen voor smeergeld: naast “mazzetta” of het algemenere “corruzione” (corruptie) bestaat eveneens “bustarella” of overdrachtelijk “obolo” (obolen). Bekender nog is de term “tangente,” waarnaar rechtstreeks verwezen wordt met het door onderzoeksrechter Antonio di Pietro uitgespitte “Tangentopoli-schandaal” (smeergeldstad) uit 1992 dat, zoals vaker gezegd, de eerste Italiaanse republiek te val bracht, een splinterbom op het politieke partijlandschap dropte en de Noord-Italiaanse hoogmoed tegenover het maffiose zuiden ietwat temperde (de maffia blijft evenwel een extralegale organisatie; de dienaren van de overheid worden officieel beëdigd). De diepere kern echter van de “plakkerige handjes” licht nochtans te mooi op uit de Milanese stadsgeschiedenis om zomaar te laten liggen. Na het splijtende schandaal Tangentopoli werd immers de stad achtereenvolgens geleid door Marco Formentini (Lega), Gabriele Albertini (Forza Italia) en Letizia Moratti (onafhankelijke), alle drie van rechtse signatuur. In de aanloop naar Euro 2015 (het keerpunt!) komt Giuliano Pisapia en later Beppe Sala (ex-CEO van Euro 2015) aan de macht, allebei formeel onafhankelijken, beiden evenzeer uitgesproken van linkse signatuur. Als links daadwerkelijk het roer overneemt, dan blijft het enkel nog uitzien naar de malheuren die liggen te wachten op voltrekking. En geen hoogdravende stadsmarketing die dat kan verhinderen.
Nee, Italië is de hemel niet, maar men waant er zich toch een stuk dichter bij God. Een rechte lijn naar het paradijs bestaat niet, maar misschien wel een wegomlegging? Ja, dat zeker wel! Temeer omdat de energieke en krachtdadige Italiaan zich een stuk minder laat muilkorven dan zijn doorsnee Vlaamse pendant; omdat de pers er ook nog een behoorlijk stuk “diverser” is, zo ter rechter- als ter linkerzijde; en wezenlijker nog, omdat de eeuwenoude tradities en de congenitale volksaard nog onbezwaard gevierd kunnen worden door een volk dat vanwege z’n intrinsieke eigenwaarde en zijn immanent eergevoel nimmer een grauwe en verlopen Hamashoer, type Caroline Gennez, zou dulden in het opperste pluche van het ministerie van Cultuur. Met één welgerichte spuit volkseigen etorfine door haar ondoordringbare en massieve olifantenhuid (en dito poten!) zou deze bokkige “Mammoet der zelfverloochening” instant lam gelegd worden en d’r biezen kunnen pakken in het politieke circus. Zelfs een stal in de zoo voor bejaarde kermisattracties lijkt nog te goed voor haar. En ook politieke huisvrouwen, type Moe Crevits, zouden het ter gelegenheid van het betreurde vertrek van Crembo niet bestaan om op tv en in familiair West-Vlaams, lezing te komen geven van het bloedachterlijke verschoon dat ze zonet nog vanachter hun dampende kookpotten hadden bedacht. Toen de Terzake-journalist Pieterjan De Smedt haar, met lijzig suffe stem en “kop in kas” om gewichtigheid te delven, vroeg of ze kon begrijpen dat een boel mensen De Crem toch wel leken te steunen, zei ze: “Maar ook wij werken stellig aan meer integratie, zelfs op Europees niveau,” waarna ze botweg verwees naar de Zuid-Europese arbeidsmigranten die zich ook moesten aanpassen aan ons normen- en waardenpatroon. Excuseer! Over Maghrebijnse islamisten – het enige échte probleem! – kreeg het Torhouts viswijf geen gebenedijd woord over haar perfide lippen, maar de in de regel katholieke Zuid-Europese “arbeids”-migranten moeten zich wel aanpassen! Ervan leren moet ge verdomme, Moe Crevits! En laat uitgerekend dát dan de ultieme “hermaion” zijn op de Italiaanse wegomlegging naar het paradijs: politiek Italië ziet niet alleen de problemen, maar benoemt ze ook voluit – sine metu et opprobrium (zonder vrees noch blaam) – om uiteindelijk alles in het werk te stellen om ernaar te handelen. Koppige struisvogels worden er niet in lucratieve pluizen gezet; ze worden opgezet!
Tot Besluit: Manzoni voor op zijn Tijd
Ik sluit daarom graag af met een citaat van de, na Dante, bekendste Italiaanse schrijver: Alessandro Manzoni. Hij is vooral bekend van zijn nog steeds gelezen en geanalyseerd boek “I Promessi Sposi” (De Verloofden) dat een niet te overschatten rol speelde in de Italiaanse taalvorming van na de eenmaking (vervolledigd in 1870). Dit citaat is echter genomen uit zijn boek “Storia della Colonna Infame” (Geschiedenis van de Beruchte Zuil, 1840), dat als appendix van “I Promessi Sposi” wordt gelezen. Ik leg het citaat graag voor aan de progressieve en collaborerende linkse zuil, die nimmer van zijn fouten schijnt te leren en heel Europa volhardend in de verdoemenis blijft storten.
Ter overweging:
“(…) se non seppero quello che facevano
fu per non volerlo sapere,
fu per quell’ignoranza
che l’uomo assume e perde a suo piacere,
e non è una scusa, ma una colpa”
(…) als ze niet wisten wat ze deden
dan was het omdat ze het niet wilden weten,
dan was het vanwege die onwetendheid
die de mens naar zijn goeddunken aanneemt of loslaat,
en dit is geen excuus, maar een fout.
**
Lees alle delen achter elkaar:
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 1) – Klik HIER
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 2) – Klik HIER
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 3) – Klik HIER
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 4) – Klik HIER
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 5) – Klik HIER
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 6) – Klik HIER
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 7) – Klik HIER