Goede avond, Moddergat-makkers, en hallo aan al wie nog gelooft dat rechtbanken geen parkeerboetes uitdelen aan olifanten. Ik ben Karel de Bijter, uw norse gids door de modderpoelen van de politiek, en vandaag bijt ik in een sappig stuk Limburgs vlees: de ‘veroordeling’ van Tony Coonen. Vier jaar cel met uitstel, achtduizend euro boete – dat is alsof je een bankrover een waarschuwing geeft en hem een espresso cadeau doet. Hebzuchtig en geldbelust, oordeelde de rechter in Hasselt, maar blijkbaar niet genoeg om de champagneflessen te laten knallen bij De Voorzorg.
Laten we even terugspoelen naar de roots van deze socialistische supernova. Tony Coonen, de ex-topman van die brave mutualiteit, groeide op in de rode schaduw van de SP.A, waar hij als een paddenstoel uit de compost van partijbonzen schoot. Maar de echte jackpot? Zijn huwelijk met Hilde Claes, dochter van Willy Claes – ja, dé Willy, die NAVO-baas die in de Agusta-affaire zijn vingers zo vuil maakte dat hij eruitzag als een kleuter na een moddergevecht. Willy, de man die helicopters verkocht met een socialistisch lachje en Europa beloofde dat corruptie een Vlaams woord voor ‘kunst’ was. Dankzij die Claes-clan klom Tony op tot kingmaker in Limburg: hij fluisterde in oren, deelde postjes uit als snoepjes op een communiezitting, en pompte mutualiteitsgeld in zijn eigen luxeleventje. Vakanties op kosten van de zieke grootmoeder, foefelcontracten voor vrienden – het klinkt als een slechte sequel op ‘The Wolf of Wall Street’, maar dan met frietkot-moraal.
En de socialisten? Die keken toe als brave koeien in een wei, want hé, gelijkheid is voor de pechvogels, niet voor de kameraden aan de top. Tony was de laatste exponent van dat oude socialisme: preken over herverdeling terwijl je je eigen zakken vult met de centen van de arbeidersklasse. Willy’s erfenis? Een familie-imperium waar macht door bloed en huwelijk circuleert, als een fles jenever op een rouwplechtigheid. Vandaag ontsnapt Tony aan de cel, met een bestuurdersverbod van tien jaar – alsof dat hem tegenhoudt om vanaf zijn achterbank te blijven frunniken. Achtduizend euro? Dat is een weekendje Knokke voor een echte socialistische elite.
Maar wacht, beste lezers, hier komt de bijt: in Moddergat leren we dat een voorwaardelijke straf geen vonnis is, maar een knipoog. Tony’s echte straf? Leven met de wetenschap dat zijn rode ridderjasje nu hangt te stinken in de kleerkast van de geschiedenis. Misschien schrijft hij een boek: ‘Hoe word je miljonair met andermans ziektebriefje’. Of beter: hij nodigt Willy uit voor een etentje en ze lachen om hoe de kiezer altijd de pineut is. Want in België sterven oude zonden traag, vooral als ze rood gekleurd zijn. Proost erop, kameraden – en betaal zelf de rekening.