Beste schimmen van de kiezer, die vrijdagavond, terwijl de herfstbladeren zich al klaar maakten voor een natte landing, dropte HLN en VTM hun nieuwste peiling over de Vlaamse kiesintenties neer. Alsof iemand een emmer koude regen over het politieke circus had leeggekieperd. En wat zien we? Vlaams Belang, die ouwe vos met de scherpe tanden, springt opnieuw over de N-VA heen en nestelt zich comfortabel op 26,7 procent. Vijf procentpunten boven hun verkiezingsscore, om precies te zijn. De nationalisten van Bart De Wever? Die zakken weg naar 23,4 procent, drie puntjes lichter dan in juni. Vooruit krabbelt een miezerig half procentje op naar 13,6, terwijl CD&V en Groen nog net niet verdwijnen in de mist van irrelevantie. En Open VLD? Ach, die liberalen blijven de clown van het gezelschap, met een schamele 5,7 procent of daaromtrent – virtueel de kleinste, alsof de partij alvast repeteert voor de vergetelheid.
Wat een farce, hè? Alsof de Vlaming collectief wakker is geworden uit een coma en denkt: “We hebben het geprobeerd met dat cordon sanitaire, met al dat handjeklap achter gesloten deuren, maar ondertussen blijft de factuur voor migratie, criminaliteit en culturele verwatering op ons bordje belanden. Geef ons dan maar de extremen, want de middenweg is een moeras.” Vlaams Belang viert dit als een triomf, natuurlijk. Tom Van Grieken zal wel al een flesje hebben opengetrokken – niet voor de feestvreugde, maar om te proosten op de puinhoop die de anderen hebben aangericht. En terecht, in hun bubbel. Want laten we eerlijk zijn: als je jarenlang waarschuwt voor een openstaande achterdeur en de rest van het establishment reageert met een schouderophalen en een subsidie voor diversiteitsworkshops, dan win je vanzelf aanhang. Het is de wet van de aantrekkingskracht van woede: hoe harder je negeert, hoe luider de echo.
Maar wacht even, voordat we VB een kroon opzetten. Dit is geen referendum over puur beleid, dit is een peiling – een momentopname van frustratie, gefilterd door Ipsos en een panel dat hopelijk niet alleen uit gepensioneerde caféklanten bestaat. N-VA, die partij van de strateeg De Wever, moet zich nu voor de spiegel zetten en vragen: “Zijn we cordon-slachtoffers geworden, of gewoon de vermoeide managers van een falend systeem?” Ze verliezen terrein omdat ze de beloftes van 2019 – strenger migratiebeleid, meer eigen volk eerst – hebben ingeruild voor coalitiegenoegens en EU-knuffels. Het is alsof je een dieet belooft en dan een patisserie opent. De kiezer, die arme sukkel met de volle belastingsbrief en de overvolle asielcentra, ziet dat heus wel. En Vooruit? Die socialistische overblijfselen winnen een kruimeltje omdat ze tenminste nog roepen over sociale bescherming, al is dat even geloofwaardig als een dieetcoach die chips eet.
En dan Open VLD, ocharme. Met 5,7 procent zijn ze niet langer een partij, maar een voetnoot. Alexander De Croo, de premier die lachte als een schooljongen maar regeerde als een boekhouder in paniek, ziet zijn liberale droom verpieteren tot een natte krant. Ze dalen omdat liberalisme in Vlaanderen nu synoniem staat voor “belast minder, maar geef meer subsidies aan allesbehalve-de-Vlaming”. Het is hilarisch tragisch: de partij die ooit pleitte voor vrijheid, is nu de gevangene van haar eigen irrelevantie.
Deze peiling is geen profetie, maar een waarschuwing. De Vlaming is murw geslagen door het gepamper en de polarisatie. Links en groen krimpen omdat hun eco-utopieën en woke-waarschuwingen botsten op de realiteit van stijgende energierekeningen en onbetaalbare huizen. Rechts-nationalisme wint omdat het de enige is die durft te brullen wat de anderen fluisteren in hun slaap. Maar als we zo doorgaan, eindigen we met een parlement vol schreeuwers en geen bruggenbouwers. Misschien is dat de echte grap: de kiezer wil verandering, maar krijgt alleen meer van hetzelfde – alleen luider.
Dus, beste politici, poets uw schoenen maar op. De volgende peiling is al onderweg, en deze keer bijt ze misschien terug. Of nee, wacht: in Vlaanderen bijten we altijd in onze eigen staart. Santé op de absurditeit.