Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 2)

Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 1) – Klik HIER
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 2) – Klik HIER
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 3) – Klik HIER
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 4) – Klik HIER
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 5) – Klik HIER
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 6) – Klik HIER
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 7) – Klik HIER

**

Maffia: Buffer tegen Islamisering

Toen beiden in de auto en geflankeerd door Mussolini’s lijfwachten door het dorp reden, wendde don Ciccio zich tot de premier en zei: “Voscenza, non ha bisogno di tutti questi sbirri, non ha niente da temere finché sarà in mia compagnia” (Excellentie, al die flikken zijn overbodig, u zal hier in mijn gezelschap niks te vrezen hebben). Verwees don Ciccio daarmee naar een parallelle staat? Een maffia-staat? Dan had hij het fascisme, dat de reguliere staat boven alle andere maatschappelijke instituties verheft, behoorlijk verkeerd begrepen. Terug in Rome stelde de premier onmiddellijk Cesare Primo Mori aan als prefect van Palermo met de heldere taak de maffia te bestrijden; een taak waarvan hij zich met verve kweet middels deur aan deur razzia’s en, in 1926, zelfs met een beleg rond het dorp Gangi, wat hem de gepaste bijnaam “il Prefetto di Ferro” (de IJzeren Prefect) opleverde.

In 1929 dwong Mori de maffia finaal op de knieën. De IJzeren Prefect stierf in 1942 te Udine (Friuli-Venezia-Giulia, Noord-Italië), opzijgeschoven door het regime omdat hij in 1938, zoals toentertijd wel meer fascisten, kritiek had geuit op de alliantie van Mussolini met Hitler. Maar de maffia bleef dood. Tot de Amerikaanse CIA, tijdens de Italiaanse burgeroorlog die uitbrak na de wapenstilstand van 1943, de misdaadorganisatie reanimeerde voor haar tegenovergestelde strijd tegen het fascisme. Van deze door de geallieerden gedulde misdaadrenaissance plukken we nu nog steeds de beurze, in bloedplassen gedrenkte vruchten. Én fascist zijn (wat Meloni ten onrechte verweten wordt), én tegelijk maffioos zijn? Het is haast een contradictio in terminus. We kunnen de vraag “Wie trok of trekt ten strijde tegen de georganiseerde misdaad?” echter ook langs de andere kant benaderen en ons afvragen: “Wie bakt er brood bij al die beschavingsbedreigende barbarijen?”

Wie beschouwde, van in de late jaren ’60 en verder in de “loden jaren” ’70, het staatsondermijnend terrorisme (Brigate Rosse) en de revolutionaire maatschappelijke wanorde koren op z’n molen? Enrico Deaglio en Ivan Carozzi schreven er in 2024, uitgerekend voor de linkse uitgeverij Feltrinelli, nog een vuistdikke turf (766 blz, kleine druk) over: “Gli Anni Settanta” (De Jaren Zeventig), verschenen in de reeks “C’era una volta in Italia” (Er was eens in Italië). Wie toch vangt sloten vis bij alle vormen van sociale onrust? Bij het splijtende gelul over unilaterale verbinding? Bij de verspreiding van de vernietigende zelfhaat, hoog verheven gezeten op het dak van hun moreel geachte ivoren toren? En niet in de laatste plaats: bij de ongebreidelde massamigratie? Wie dan faciliteert derwijze en bijgevolg de maffia? Juist, de krankzinnige rotzooi op links! Een mooi voorbeeld daarvan brengt ons terug naar het Comomeer, aan de Lecco-kant, waar pittoreske dorpjes zoals Lierna (foto), Mandello del Lario (foto) of Abbadia Lariana (foto) – die leven van toerisme aan het meer en hogerop in de bergen van artisanale kwaliteitsproducten “fatto in casa” – herhaaldelijk geteisterd worden door ongeveinsde pogroms van islamitisch woestijnschuim uit Milaan. Zgn. “Baby Gangs” zakken af uit de grootstad en terroriseren, gewapend met messen, neringdoeners die hun dagopbrengsten moeten afstaan, vallen vrouwen lastig en slaan onschuldige kinderen in mekaar. Gecoördineerd politieoptredens van de polizia locale en carabinieri brengen tijdelijk soelaas, maar kunnen evident niet op dagelijkse basis georganiseerd worden. Stemmen gingen daarom al op om het leger in te schakelen.

Vreemd toch dat men een paar dorpen verderop, in Calolziocorte, (zelf met 9,2% vreemdelingen in haar rangen) geen last heeft van die verwoestende Saraceense drijfjachten. Of toch niet zo vreemd? In Calòlz (plaatselijk dialect) staat namelijk een schuurtje – het is algemeen geweten! – dat door de maffia gebezigd wordt voor initiatieriten, en die maffia… is nog steeds een nummertje te groot voor het mohammedaanse grondsop. Wie kan het dan de kleine zelfstandige, die amper het hoofd boven water kan houden, kwalijk nemen dat die met graagte “pizzo” (beschermgeld) betaalt, zolang hij maar verlost is van dat ondankbaar werkschuw tuig uit de grootstad? Maar belangrijker blijft toch de verscheurende vraag: “Wie dan faciliteert, via ongetemde massamigratie van tikkende tijdbommen en ander chemisch wereldafval, het voortbestaan van de, spijtig genoeg en gelukkig slechts ten dele, nog steeds maatschappelijk relevante maffia? De vraag moet middelerwijl retorisch van aard zijn. Ondertussen werden de laatste jaren – zeker onder Meloni – grote successen geboekt in de strijd tégen de maffia die, als internationaal vertakt en veelkoppig monster, sowieso al moeilijk te bestrijden valt. Complimenti, Presidente del Consiglio! Aan de andere kant van het spectrum staat dan de extreemlinkse Ilaria Salis, de gewelddadige activiste die via de “Alleanza Verdi e Sinistra” (Groenlinkse splinterpartij) werd verkozen in het Europees parlement nadat zij, in het Hongarije van Orban, eigenhandig een paar vermeende neonazistisch militanten in mekaar had getimmerd met d’r “manganello” (matrak); ooit zinnebeeld van de fascistische “squadre d’azione” (interventieteams) binnen de Fasci di Combattimento; zeg dus maar de fascistische knokploegen, thans klaarblijkelijk geliefkoosd wapen van ongeneeslijk zieke progressieven. Waar zou ladderzatte King Connah zijn mosterd vandaan gehaald hebben, denk u?

**

Cesare Mori, de “Iron Prefect”, aangesteld door Mussolini om de mafia uit te schakelen, want er kan maar 1 macht zijn in het land, en dat is de staat. Mori schreef in 1933 het boek “The last struggle with Mafia” over zijn wedervaren met de mafia.
Lierna
Het pittoreske Mandello del Lario
Abbadia Lariana
Ilaria Salis werd begin 2023 aangehouden in Hongarije en beschuldigd van aanvallen op neonazi’s tijdens een extreemrechtse bijeenkomst in Boedapest.
Ilaria Salis (Milaan, 17 juni 1984) is een leerkracht, activist en politicus.

**

Illustratie: Mandello del Lario

**

Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 1) – Klik HIER
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 2) – Klik HIER
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 3) – Klik HIER
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 4) – Klik HIER
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 5) – Klik HIER
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 6) – Klik HIER
Italië, Wegomlegging naar het Paradijs (deel 7) – Klik HIER

**