Dag allen, vanuit mijn Moddergatse kot, waar de enige protesten van de koeien komen die niet gemolken willen worden – en die lossen we op met een emmer en een klap op de flank. Maar bon, laten we het hebben over die Spaanse wielerfarce, de Vuelta a España, die dit jaar meer op een processie voor de heilige onrust leek dan op een koers. Quasi elke dag een ritje in de soep gedraaid door pro-Palestina relschoppers, die met hun spandoeken en wegblokkades de renners dwongen tot een koffiestop in plaats van een sprint. En wat was het gevolg? De hele karavaan vroegtijdig in de prullenmand, met meer dan 100.000 betogers die de finale om zeep hielpen.
Nu, ik snap het wel, de wereld staat in brand, en Israël’s wielerploeg – die brave boys van Israel-Premier Tech – is ineens de grote zondebok. Want ja, wat is er logischer dan een peloton stilleggen omdat een team uit een land komt dat niet in de mode van het moment past? Het begon met een paar vlaggenzwaaiers op de weg, en voor je het weet, is de hele etappe ingekort of afgelast, met renners die hijgend op de berm staan als verdwaalde schapen. Herinnert me trouwens aan de Guldensporenslag, toen de Vlamingen met hun goedkope goden de Fransen te grazen namen – maar toen ging het om klauwierhaken in de modder, niet om selfies met een keffiyeh op een Spaans binnenweggetje.
En dan de slotrit, o wat een tragikomische apotheose! De grote finale, waar het peloton normaal door Madrid zou zoeven met champagneglazen in de hand, werd volledig afgelast. Waarom? Omdat een horde betogers de boel opnieuw barricadeerde, met spandoeken zo groot dat je er een kasteel mee kon behangen. Zelfs de prijsuitreiking, waar de winnaar zijn felbegeerde trofee in de lucht mag steken, ging niet door – geschrapt wegens “veiligheidsredenen”. De organisatie gooide de handdoek in de ring, en de renners bleven achter met een kater en een lege agenda.
Maar wacht, het wordt nog schoner. Een paar teams, met meer West-Vlaamse koppigheid dan gezond verstand, besloten om op een stoffige parking nabij een benzinestation hun eigen prijsuitreiking te improviseren. Stel je voor: een paar renners in lycra, een kratje lauwe Estrella’s als trofee, en een teammanager die met een megafoon de winnaar aankondigt terwijl een vrachtwagen toetert op de achtergrond. “En de bolletjestrui gaat naar… die gast die niet gevallen is!” Het was een circus dat zelfs Kamagurka niet had kunnen verzinnen, met een paar verdwaalde fans die selfies namen naast een Dixi-toilet als décor. Chapeau, jongens, voor de creativiteit!
En dan de journalisten, o die heilige pennenlikkers, die het allemaal zo logisch vinden. “Tja, als je Israël steunt, moet je maar vertrekken uit de Vuelta,” brommen ze, alsof het een keuze is tussen een espresso of een bommetje. De Spaanse premier Sánchez zelf – die Pedro, met zijn socialistische baardje – kraait dat Israël maar beter uit de sport verdwijnt, want sport is geen whitewash voor Gaza-zonden. En de renners? Die zijn verdeeld als een bord mosselen: de ene steunt het protestrecht, de andere moppert dat het “onacceptabel” is en de koers derailleert. Zelfs teams dreigen nu met een boycot, want waarom zou je koersen tegen een ploeg die toevallig een vlag heeft die niet in de woke-winkel past?
Stel je voor, Karel de Bijter in dat peloton: ik zou mijn remmen losgooien en recht op die betogers afstevenen, met een kreet van “Allez, maakt plaats voor de echte kruistocht – die naar het fritkot!” Want laten we eerlijk zijn, als we elke koers stilleggen voor geopolitiek, dan koersen we straks nog met alleen Zwitserse teams, neutraal als een fondue. En de Israel-Premier Tech-jongens? Die mogen in Moddergat komen logeren, met een Duvel en een preek over hoe wielrennen vroeger gewoon ging over niet doodvallen op de kasseien.
Maar ach, volgend jaar? Dan blokkeren ze de Tour de France met anti-Brexit-borden, en de Giro met vegan-protesten tegen Italiaanse pasta.
Tot dan, pedaleert Karel door, met een knipoog en een beet in de kont van de absurditeit.