De selectieve verontwaardiging van Caroline Gennez

Irina Zarutska, 23 jaar, vluchtelinge uit Oekraïne. Een jonge blanke vrouw die haar land ontvluchtte voor veiligheid en vrijheid. En wat kreeg ze? De dood. Vermoord in koelen bloede door Decarlos Brown Jr., een 34-jarige zwarte dakloze man met een lang strafblad.

En waar is Caroline Gennez, minister van “Gelijke Kansen”? Nérgens. Geen verontwaardiging. Geen verklaring. Geen tweet. Geen solidariteit. Geen enkel publiek woord voor dit meisje dat zo perfect in haar zogenaamde “beschermde categorieën” zou moeten passen. Behalve dan dat ze niet past in het juiste narratief.

Want Gennez is niet de minister van Gelijke Kansen. Ze is de minister van selectieve verontwaardiging. Een blanke jonge vrouw vermoord door een zwarte man? Dat verhaal past niet in de linkse, woke, islamofiele catechismus die ze dagelijks opdreunt. Dus zwijgt ze. Doodse stilte.

Maar stel je even het omgekeerde scenario voor: een zwarte vrouw vermoord door een blanke man. Het kot zou te klein zijn! Gennez zou zich verdringen voor de camera’s, tranen met tuiten huilend over racisme, seksisme, structureel geweld. Twitter/X zou exploderen van de holle hashtags. De hypocrisie zou oorverdovend zijn.

Deze stilte legt haar hele mandaat bloot: empathie op afroep, solidariteit op bestelling, indignatie als politiek instrument. Geen gelijke kansen, maar selectieve kansen. Geen rechtvaardigheid, maar een rekbaar narratief. Geen bescherming voor Irina Zarutska, want ze is simpelweg niet bruikbaar voor de propaganda van Caroline Gennez.

Het resultaat? Een minister die haar eigen bevoegdheid belachelijk maakt. Een slachtoffer dat dubbel vermoord wordt: eerst door de dader, en vervolgens door de onverschilligheid van wie zich officieel “minister van Gelijke Kansen” noemt.

Caroline Gennez mag haar titel houden.

Maar de geloofwaardigheid ervan is morsdood — net als Irina.

Door Marcel Kierszenbaum
Columnist | Oprichter van Guardians of Zion
© All rights reserved