In een ver verleden (jaren ’80 voor de jeugdige lezers) heb ik een extra Master gehaald. Ik had zin in iets anders dan de exacte wetenschappen met de vele wiskunde en formules en zocht naar iets aan de wazige kant. Ik dacht eerst aan iets medisch, maar vond dat met name de collega’s van de medische faculteiten meer aan religie met dogma’s gingen doen dan aan échte wetenschap. Stel je voor zeg, ze doen daar aan “wetenschappelijke consensus”, hà! Als er iets niet wetenschappelijk is, dan is het wel een “consensus”. De schapen! Dus ik op zoek in de nog méér wazige richtingen, mijn nieuwsgierigheid wou wel eens weten wat de drijfveren waren achter die verschuiving van echte wetenschap naar relieus-aandoend dogmatisch gedrag. Mijn keuze viel dus op geopolitieke psychologie. Mooi contrast met mijn achtergrond, eens kijken of ik daar wat overlappingen kon vinden.
Gezien de uniffen in ons Vlaanderen die specialisatie toen nog niet ingericht hadden, trok ik daarvoor naar het Laboratorium Des Westens, de VS. Typisch natuurlijk voor zo een richting, de studenten waren 90% ‘internationals’. De campus was daarop ingericht, het was nog ruim de pre-woke tijd, dus iedereen werd écht gelijk behandeld. De minderheden waren nog niet de baas. Sprak je de taal niet (US-engels), had je pech. Bijbenen. En gezien mijn Engels, hoewel nogal Punjabi-Brits klinkend, behoorlijk goed was, stelde dat voor mij geen probleem. Integendeel, mijn Vlaming-zijn was (toen nog…) een voordeel, mijn generatie kreeg toen minstens drie talen op school ingepompt, dus ik was daar al snel een lopende vertaalmachine. Dat dat een positief neveneffect had op enkele vrouwelijke aanwezigen op de campus, is een onbelangrijk detail.
Het toeval wilde dat een van mijn toenmalige kamergenoten een rus bleek te zijn. Ginder studerend met een speciale toelating van zijn overheid en tijdelijk visum weliswaar. Die rus beweerde dat hij Vladimir Potemkin heette, maar mijn zesde zintuig voelde dat dat een schuilnaam was. Ik noemde hem Vladke. Het klikte goed tussen ons, met name omdat we beide een nogal kritische houding aannamen ten opzichte van het wereldbeeld dat de Amerikaanse proffen ons wilden aansmeren. En ja, uiteraard, samen een studentenkamer delen doet je eerder naar overeenkomsten dan naar verschillen zoeken, gezond-verstand-mensen die we allemaal toch zijn.
Vier semesters, een wazig diploma en veel gezamenlijke ervaringen later, gingen we elk onze eigen weg. Ik naar het Vlaanderen-onder-de-kerktoren en hij ergens naar zijn USSR. Wel met de afspraak per brief contact te houden, de gezamenlijke fratsen en mannen-over-de-vrouwen-op-de-campus gesprekken hadden een soort vriendschapsband gesmeed.
Ik had van hem voor hij vertrok een p/a adres gekregen bij een postkantoor ergens in Moskou, het zou me verbaasd hebben als het een ‘echt’ adres zou geweest zijn. De westerse argwaan ten opzichte van de USSR zat er toen ook bij mij nog in. Toegegeven, die was wel sterk verminderd. De vele studentenavonden waar hij ineens een voor ons onbekend merk Vodka boven haalde en gul deelde, deed de drempels bij velen smelten en verhalen werden gedeeld. Verhalen die bleken van doodgewone burgers te zijn met een doodgewone jeugd en deugnieterijen in welk land dan ook. Mijn toenmalige vragen over hoe Vladke aan die flessen geraakte op Amerikaanse bodem bleven onbeantwoord. Hij kwam niet verder dan dat hij een goeie relatie had met iemand van de ambassade.
Toen in de jaren ’90 er zoiets als het internet op de proppen kwam, las ik in een brief van hem dat er BillBoards waren waar we berichten konden uitwisselen. De muur in Berlijn was inmiddels gevallen en Gorbatsjov deed een andere wind waaien. Dooi in de internationale relaties heette dat toen en ik was blij met de nieuwe communicatievorm. Al gauw kwam daar IRC bij en later ook email. Dat maakte dat de frequentie van contact tussen Vladke en mezelf steeg. Vladke bleef echter vaag over wat zijn beroep was, ‘analyst’ bij een computerfirma leek me een té opvallende dekmantel.
Hoewel contact niet op wekelijkse basis kon gemeten worden, was het vele jaren steeds hartelijk. De vorm veranderde ook, het werd sociale media. IRC en de interconnectie met een telefoonlijn lagen al lang achter ons. Het contact verkoelde wel wat na de start van het gewelddadig onderdrukken van de Russisch-sprekende bevolking in het oosten van Oekraïne door hun eigen regering in Kiev rond 2014. Ik kon hem er niet van overtuigen dat ik als Vlaming de Oekraïense overheid geen warm hart toedroeg, met name vanwege haar sterke nazi-sympathieën en de ingebakken corruptie. Hij was er van overtuigd dat een westerling altijd dacht dat de Russen de slechten waren. En toen die Oekraïense regering haar eigen burgers met clusterbommen begon te bestoken werd de communicatie tussen ons nog moeilijker gemaakt door de technische censuur en blokkades van communicaties met Rusland door de Europese Unie.
VPN bracht wel soelaas, doch het zette een domper. Inmiddels werd het 2025, Rusland was Oekraïne al even binnengevallen, Trump was verkozen en beëdigd en er kon ineens over vrede gesproken worden. Wat me toen opviel, was dat er in de mail uitwisselingen met Vladke een ondertoon begon te sluipen. Hij waarschuwde subtiel voor een sluipend gevaar van binnenuit dat de teloorgang van Europa zou kunnen betekenen. Ik pikte dat snel op, vroeg hem er wat van, waarbij hij eerst schrok dat ik het zo snel doorhad. “Het komt niet van mij,” bleef hij aandringen.
Tot mijn verbazing viel het mail verkeer na dat gesprek wat stil. Mijn “ping” werd niet bevestigd en ik hoopte dat alles goed met hem was. Stilte.
Tot verleden week. Er werd gebeld en een anonieme pakketdienst bood met een vriendelijke smile twee pakjes aan. Tiens, ik heb toch niets besteld, schoot het door mijn hoofd. Niets te betalen en inderdaad, mijn naam en adres. Afzender: Moskou, Rusland. Wat onleesbare stempels erop, geen barcodes, wel een hoop postzegels. Wat vreemd. Dit moet toch ergens een grens of douanekantoor gepasseerd zijn. Ik wilde de koerier die vraag stellen, maar die duwde de pakken in mijn handen van zodra hij wist dat hij op het juiste adres was en scheerde zich weg.
Moskou, dat moet van Vladke komen… Mijn nieuwsgierigheid over de inhoud van het pak won het van mijn voorzichtigheid. Ik er mee naar binnen. “Wow! Uit Rusland! riep mijn vrouw met half overslaande stem, en vervolgens: “is het wel veilig om dat zomaar direct te openen?” Wel, tegenargumenteerde ik, gezien dit twee nogal zware pakken zijn, dan zijn we er op slag aan als het echt bommen zouden zijn. Plop, weg. En dan kunnen de kids ineens een bouwwerf erven. Kunnen ze eerst gaan studeren op al die zinloze regels van Demir, hoorde ik mijn eega eraan toevoegen. Lachen was de boodschap, we hebben allebei een gezond gevoel voor (zwarte) humor.
Groot was onze verbazing toen we in het pak eerst een dikke A4 formaat enveloppe vonden van Vladimir. Het was onmiskenbaar zijn handschrift. Er stond “open this envelope first”, geplakt op nog een pak. De dikke enveloppe bevatte een aparte brief met uitleg en een hoop gekopieerde bladzijden uit handboeken in de russische taal. Groot ongeloof toen we in de brief lazen dat de uitleg gebruiksinstructies waren voor twee toestellen. Een zender en een ontvanger uit de jaren ’60, zoals hij schreef, modellen zoals toen gebruikelijk bij de oude KGB.
Wàt? Oude KGB spullen? Onze nieuwsgierigheid was behoorlijk getriggerd, je kon de spanning voelen. Het binnenste pak uitgepakt en twee zwaar metalen toestellen met een hoop knoppen en schalen, wat draden en veel opschriften in wat ons inderdaad russisch leek. Maar wat? Hoe? Waarom? De vragen schoten ons door het hoofd.
Eerst maar eens de brief van Vladje verder lezen en proberen dat russisch te vertalen. Gelukkig is er zoiets als het internet dat tegenwoordig toegang geeft tot erg goeie vertaalprogramma’s. Het nam enkele dagen in beslag voor alles vertaald was. En ondertussen de context proberen te begrijpen; waarom kregen we dit en waarom juist dit en waarom nu?
Het antwoord kwam sneller dan verwacht. Twee dagen nadat we de pakken mochten ontvangen, belde bpost aan met een telegram. Heh? Een telegram? Dat is tegenwoordig wel erg zeldzaam. Dat vond onze postbode ook, maar zij was blij dat eens te kunnen doen, net omdat het zo zeldzaam is. Ze bleef zelfs staan wachten, ze was nieuwsgierig naar de inhoud. Sorry, maar hoe lief onze postbode ook is, daar heeft ze geen zaken mee.
Het telegram was kort, maar duidelijk: “EXPLANATION FOLLOWS – STOP – PLEASE ALLOW PATIENCE – STOP – THANKS”

Onbekende naam, onbekende afzender en plek, maar dat hadden we niet nodig. We wisten beiden dat het van Vladke kwam. Het creëerde wel iets van een samenzweerderige sfeer. Een anonieme koerierdienst, een pakje uit Rusland, twee jaren-50 uitziende toestellen met veel knoppen, labels, schalen en handboeken met bediening voor zender en ontvanger,… je zou voor minder denken dat je in een spionageverhaal terecht gekomen bent.
Wij dus maar wat geduld hebben. De toestellen werden in afwachting in een doos ergens achter in een kast gezet, kwestie van ze niet tentoon te stellen voor de nieuwsgierige ogen van al dan niet aangekondigde gasten.
Wordt vervolgd…
K. Bardoesjka