Een toch niet zo ideale wereld: de realiteit is helemaal terug

Het Center for Strategic Studies in Den Haag berekende hoe het afliep met alle oorlogen tussen 1946 en 2005. Het bleek dat 30 procent eindigde in een staakt-het-vuren. In 16 procent van de gevallen werd er een vredesovereenkomst gesloten. Bij 21 procent van de conflicten kwam men tot een duidelijke beslissende overwinning van de ene op de andere oorlog voerende partij. In 33 procent van de oorlogssituaties trad een bevriezing van de wederzijdse aanvallen op, ook wel een ‘low level conflict’ genaamd, waarbij het nooit tot een ware vrede leidde.

Van alle stopgezette oorlogen in die tijdsspanne laaide binnen de 5 jaar na een onderhandelde overeenkomst tussen de partijen zo’n 50 procent ervan opnieuw op.

Het getuigt dan ook van een misplaatst en arrogant gebrek aan historisch besef om de Alaska-top met Trump en Poetin af te doen als een lege doos. Het feit dat grootmachten communiceren is heus wel van essentieel belang. Dat de kleinere betrokkenen kleinere brokken overhouden vloekt dan wel met ons rechtvaardigheidsgevoel, maar de aard van de harde werkelijkheid laat zich niet zomaar verpakken in een bloemetjes en bijtjes-boeket. De Chinese essayist Yan Xuetong omschrijft dit als het ‘moreel realisme van de grootmacht.’

Natuurlijk haalt agressor Poetin enkele trofeeën binnen en natuurlijk poogt Trump een vrede te bereiken die het eigenbelang van de VS niet afschaaft. Dat commentatoren uit het oude Europa dan hoog van de toren blazen over hoe het had moeten verlopen is een pijnlijk bewijs van hun zelfoverschatting. De Alaska-top is in de ogen van de stuurlui aan wal misschien geen zwaarwichtige doos, maar ze is wel degelijk van het vereiste gewicht om te blijven praten. En voor al die betweters: het geblaat van de Europese Unie leverde tot nog toe weinig wol.

Hoogleraar Geesteswetenschappen aan de Columbia Universiteit Mark Lilla publiceerde vaak in de New York Times over ‘identity politics’. Daarmee verwees hij naar de Democraten die decennia lang politiek bedreven, gebaseerd op standpunten die leefden binnen de groep gelijkgestelden waarmee ze zich identificeerden. De dominante visie die minderheden van een bepaalde identiteit verdedigde – vaak tegen een breed electoraat in – leidde tot enge cultuuroorlogen die de partij vervreemdde van wat de gewone Amerikaan bezighield. Hun ‘moreel realisme’ was een in ivoren torens gekweekt kasplantje dat het dagelijks leven overwoekerde. Gezond verstand versmachtte onder het ongezonde gewicht van een zogenaamde hoogstaande ethiek. Niet verwonderlijk dat Poetin, al dan niet louter vleiend, suggereerde dat onder Trump de inval in Oekraïne niet zou hebben plaatsgevonden. Hoe dan ook had Mark Lilla dik gelijk toen hij het had over ‘de geest die schipbreuk leed’.

Een geest die in onze lokale media nog steeds rondwaart in de vorm van bagagevrije babbelaars.

Tim Degreypere