Roofkunst? Vooruit met de Geit!

Als politici zich met kunst gaan bezighouden, dan is de kans groot dat uw lachspieren een even grote inspanning mogen leveren als de dijspieren van Wout Van Aert wanneer hij de Rue Montparnasse (of zijn eega) beklimt. Politici die artistieke ambities hebben, en dan nog menen deze aan het publiek te moeten tonen? Help! Rik Daems was daar een pijnlijk voorbeeld van. De man stelt zich op zijn Wikipediapagina voor als “wijnhandelaar, kunstschilder en voormalig politicus”. Zijn wijn werd wereldberoemd toen hij die tijdens een blindproeverij in het VRT-programma De Laatste Show (november 1999), uitspuwde met de woorden “zoete bucht”. Zijn politieke strapatsen (het faillissement van Sabena…) zijn tragisch. Maar zijn schilderijen zijn zo mogelijk een nog pijnlijker bewijs van onkunde.

Daems giet de verf over doeken die op de grond liggen, hetgeen uiteraard moeilijker is dan het lijkt. Zijn imitatie van Jackson Pollock blijkt kunst van de kluchtige kant. Ook Mark Eyskens schildert, helaas. Kijk en huiver (klik HIER). Altijd amusant zijn argeloze leden van het koningshuis die het penseel hanteren. Het broertje van Leopold III, prins Karel, schilderde onder de naam “Karel van Vlaanderen”. Op kunstveilingen gaan zijn werkjes de deur uit voor tientallen euro’s. En de huidige koning probeert naar verluidt ook te schilderen. Stalin en Churchill schilderden. Net zoals Hitler. Uiteraard had de geschiedenis er beter uit gezien indien Den Dolf – een behoorlijk amateurschilder – wél aan de Weense kunstacademie toegelaten was. Daar werd hij geweigerd door twee Joodse (!) professoren. Jammer dat deze drie heren niet gewoon een schilderclubje waren begonnen.

Kunst is ook voor niet-kunstzinnige politici een medium. Iedere koning of keizer had een hofschilder, gespecialiseerd om het scheefgegroeide bakkes van de Habsburgers, de aanhoudende erecties van de Von Seks-en-Coburgs en de dubbele kinnen van de De Medici’s elegant weer te geven. Wie ooit het potsierlijke Antwerpse Provinciehuis bezocht, kon zich aan het gênante narcisme van bijna 200 jaar gouverneurs vergapen. Ook gouverneuse Berx liet zich al schilderen. Levensgroot. Pijnlijk.

Politici die zich met kunst gaan moeien, dat is pas glad ijs. Toen Sven Gatz minister van cultuur was, kreeg hij in 2018 het bezoek van een paar oplichters, het echtpaar Toporovski. Gladjanussen, dat kon iedereen zien, behalve onze Sven. De Toporovski’s hadden zogezegd een schitterende verzameling werken van Russische avant-garde kunstenaars verzameld. Nadat Gatz via Google ontdekt had wat avant-garde inhoudt, was hij meteen verkocht. “De ontdekking van de eeuw” kraamde hij al dan niet beschonken uit, en het Gentse Museum kreeg een stevige brief om tentoonstellingsruimte vrij te maken voor deze nog nooit geziene meesterwerken. Helaas was de verf nog nat en kon zelfs Agnieska Kandinsky – de Poolse kuisvrouw van het museum- tijdens de vernissage zien dat de werken even vals waren als het karakter van Willy Claes. Tentoonstelling stopgezet, van de Toporovski’s nooit meer iets gehoord, van hun schilderijen evenmin, van Gatz helaas wel. Kijk maar eens naar de begroting van het Brusselse Gewest. Daar zit een gigantisch gatz in.

En nu is Caroline Gennez opgedoken. Ooit vanuit een sponde binnen de Limburgse rode harem naar Mechelen gepistoneerd, sleurt deze dame de verdienste met zich mee als oud-voorzitster van de SP-Auw de partij veel kwaad te hebben gerokkend. Dat waarderen we. Wie er overigens aan twijfelt dat de VRT een gekleurd bastion is: raadpleeg eens hun beschrijving van deze huidige Vlaamse mini-ster: “Gennez bleek al vrij snel een groot politiek talent te zijn”. (klik HIER)

Helaas is ze nu dus terug met een doos vol bevoegdheden. Wie er ooit aan twijfelde of er humor in de politiek te vinden is, bedenk dan dat Gennez onder andere bevoegd is voor Cultuur. Pijnlijk, inderdaad. Alhoewel. Toen ze 11 jaar was, bezocht ze Bokrijk. Op haar veertiende het Gallo-Romeins museum van Tongeren. En ze heeft alle episodes van De Kampioenen gezien, alsmede de kunstcollectie van Steve Stevaert, die in zijn slaapkamer hing. Gennez moet natuurlijk toch iets doen op dit voor haar tamelijk onbekende terrein. Wat fluisterde men haar dus in het oor? Nazi-roofkunst! Zowel de term “Nazi” als “roof” zijn uiteraard aanlokkelijk voor een naar aandacht hengelende socialiste. Het gaat voor alle duidelijkheid niet om de gigantische oorlogsbuit die Göring bij elkaar jatte, want die is al lang teruggegeven. Het gaat om duizenden “kunstwerken” die verdwenen zijn. Begin maar eens te zoeken, inderdaad. Wat er in België verdwenen is, daar bestaat een databank over. En wat blijkt? Geen grootse schatten, bijna geen foto’s. Klik HIER voor “Looted Art”, de “database over niet-teruggevonden kunstwerken geroofd tijdens de Tweede Wereldoorlog in België”. Gennez kijkt echter ongegeneerd verder. Ze erkent het zogenaamde “Fluchtgut”, dat is kunst die van eigenaar veranderde “onder druk van de oorlogsomstandigheden”. Bizar. Hoe kan je bewijzen dat iets “onder druk” verkocht is? En wat met de betaalde sommen? Gaan die dan teruggegeven worden in ruil voor het kunstwerk dat 85 jaar geleden verkocht werd? En wordt die aankoopprijs dan geïndexeerd? Stel dat een fout iemand zijn collectie erotische tekeningen van een min of meer bekende Duitse kunstenaar in 1942, op weg naar het veilige Argentinië, voor vierduizend frank verkocht heeft aan het KMSKA. Tekeningen die nu niets meer waard zijn vanwege te oubollig en teveel schaamhaar. Krijgen de kleinkinderen van die schilder ze dan terug, met teruggave van de vierduizend frank, nu geïndexeerd naar 24 000 euro?

Als Gennez zich dan toch bezig wil houden met gestolen kunst, een kleine tip. In 1794 roofde de Franse bezetter honderden kunstwerken uit onze kerken en kloosters. Een aantal werd in 1815, na de slag van Waterloo en de bezetting van Parijs, dankzij de geallieerden gerecupereerd. De schilderijen evenwel die terechtkwamen in provinciale musea (Lyon, Tours, Rijsel), die hangen er nog steeds. Met bijvoorbeeldals beschrijving “envoyé par l’étât en 1794, provenance cloître des Dominicains, Anvers”, zoals vermeld onder Rubens’ meesterwerk ‘Het visioen van de Heilige Dominicus’ uit de Sint-Pauluskerk, dat in Lyon hangt (zie foto boven dit artikel). Deze roofkunst is perfect geïnventariseerd en wordt door niemand ontkend. Van de 192 gestolen werken kwamen er indertijd 100 terug. Misschien kan Gennez daar eens een initiatief rond nemen? Haar commissie betreffende roofkunst heeft als voorzitter… Bruno de Wever. Toch iemand die de Vlaamse cultuur genegen zou moeten zijn, niet? We willen het Carolientje en Bruno gemakkelijk maken, zie HIER de lijst van de indertijd gestolen werken én hun huidige verblijfplaatsen, zoals recent opgemaakt. Als die Fransozen Caroline over de vloer krijgen, gaan ze ongetwijfeld meteen overstag. Al was het maar om haar zo snel mogelijk buiten te krijgen, om vliegensvlug de ramen te kunnen openzetten, een ontsmettingsteam te laten aanrukken en de tolken de nodige psychologische bijstand te verlenen. Succes!

**

Illustratie: Rubens – Visioen van Sint-Dominicus – geroofd uit de Sint-Pauluskerk

**