Belangrijk nieuws behoeft de tijd voor overpeinzing en is het waard onttrokken te worden aan de waan van de dag. Het bezoek van de relieken van Thomas van Aquino is ongetwijfeld zo’n nieuwsfeit! Van 4 tot 6 april 2025 was de schedel van de Heilige Thomas op bezoek in Antwerpen, en dit ter gelegenheid van zijn 800ste aardse geboortedag. Twee druk bijgewoonde processies en een nog succesrijkere studiedag vergezelden het driedaagse topevenement. Voor de organisatie tekende de dominicanengemeenschap van Antwerpen, verbonden aan de Sint-Pauluskerk. We hadden dit verbindende nieuws kunnen brengen zoals de regimepers dat deed: met de opdringerige neus er pal bovenop en steeds licht ironiserend van toon, want de zinnige reliekverering in de Katholieke Kerk kan voor de doorsnee hedendaagse pennenlikker de toets met de onzinnige esbattementen van de “godsdienst van de vrede” al lang niet meer doorstaan. We hadden ons ook even kinderachtig onwetend kunnen wanen omtrent de stichtende tradities en praktijken van de katholieke Kerk die onze beschaving – tot spijt van wie het benijdt – tot op vandaag blijft zoetvijlen tot wat ze nog steeds is. Daarvoor kozen we uitdrukkelijk dus niet! De tijd maakt van vluchtig “heet nieuws” immers verzadigd en bezonken authentiek nieuws, en dat past een aardig stuk beter bij het evenement. Een gebeurtenis van dit formaat mag daarom, weken nadat het heeft plaatsgehad, nogmaals in herinnering gebracht worden.
Want inderdaad, het Antwerpse Thomasweekend werd gelukkig niet al te zeer bevlekt door de stuitende aanwezigheid van persmuskieten. Wel integendeel! De relieken van de Heilige Thomas, normaal te bewonderen in de Jacobijnenkerk van Toulouse, reizen thans de wereld rond. Na de Verenigde Staten van Amerika deden ze de Nederlanden aan. Er valt dan ook wel een en ander te vieren. In 2024-2025 is het namelijk niet alleen 800 jaar geleden dat de Aquinas werd geboren (in 1225), maar tevens 750 jaar geleden dat hij stierf (in 1274). Tijd dus voor een heuse festiviteit! Voor Thomas neerstreek in Antwerpen kon men hem al ontmoeten in de abdij Rolduc in Kerkrade, in het dominicanerklooster van Zwolle en in de bedevaartkapel van het heiligdom Onze-Lieve-Vrouw ter Nood te Heiloo. Op 4 april was dan de Scheldestad aan de beurt. Het weekend ving aan met een stille reliekverering in de Ignatiuskapel aan de Prinsenstraat 13, de kapel van wat ooit, in betere tijden, de UFSIA was: de jezuïetenuniversiteit van Antwerpen. Voor wie de animositeit tussen jezuïeten en dominicanen kent, een behoorlijke opsteker voor deze laatsten! Zeker ook omdat de katholieke kapel van de ondertussen “actief pluralistische UA” uitgebreid werd met een Multifaith-narthex, een stille ruimte voor een diepgang dervende spiritualiteitsbeleving van alle gezindten.
Wat er ook van zij, de stille verering trok veel volk en initieerde een welgekomen en ingetogen moment van bezinnende en reflecterende sereniteit in een frenetieke wereld, die van die stilte niet meer wil weten.
Daarom ook had de nieuwbakken rector van de UA, de bioloog Herwig Leirs – die trouwens in niks verschilt van de vorige sof, Herman Van Goethem – aanvankelijk wat tegengesparteld, minstens toch even naar adem moeten happen bij deze onverwachte overdosis “katholicisme,” maar was toch vrij snel mee in het verhaal gestapt, temeer ook omdat een kluit pluralistische islamknuffelaars, niet lang daarvoor, een ramadanfeestje had gebouwd dat klaarblijkelijk dan weer minder aanleiding gaf tot pluralistische voetnoten en dito marginalia. Wat er ook van zij, de stille verering trok veel volk en initieerde een welgekomen en ingetogen moment van bezinnende en reflecterende sereniteit in een frenetieke wereld, die van die stilte niet meer wil weten. Al gebiedt ons de eerlijkheid toch te zeggen dat die deugddoende stilte een wijle irritant werd onderbroken door knetterend klarinetspel dat geenszins het niveau van de verering benaderde. Met een dichtgeknepen embouchure, die een warme klarinetklank sowieso al verhinderde, werden de noten verre van spontaan uit het instrument geperst, wat dan weer het ritme danig deed wankelen. Wanneer bovendien mislukte trekjes in de solo’s gladweg opnieuw werden ingezet, kreeg de hunker naar de voorafgaande stilte toch weer de bovenhand. Detailkritiek? Zeker! Maar het had niet eens gehoeven: het moment was zonder muziek minstens even sterk geweest.
Om 15.00 uur begon dan onder groeiende belangstelling de processie door de straten rond de universiteit en over de stadscampus. Het behoorlijk zware reliekschrijn met de schedel van Thomas werd rondgedragen door een paternoster van jongelui die, omwille van de zwaarte, voortdurend werden afgelost. Bij tijd en wijle werd voorzien in een evocatie: studenten en universiteitspersoneel lazen een persoonlijke tekst voor over de betekenis van de Aquinas in hun leven en werk. Aangekomen aan het kapucijnerklooster op de Ossenmarkt werden we even ondergedompeld in de gezellige, licht chaotische, maar steeds gemoedelijke levenswandel van de niet zelden Poolse minderbroeders. Heerlijk! Daarna toog de processie terug naar de Ignatiuskapel voor de afsluitende plechtige vespers. Een meer dan geslaagde eerste dag van het Thomasweekend, al was die dag toen nog maar halfweg: in “Zomaar een Dak,” de ontmoetingsplaats van de pastorale dienst (UA), werd immers nog voorzien in een vermakelijke receptie, waar het dominicaans gerstenat welig vloeide! Menig predikheer (dominicaan), ook zij die de Heilige Thomas vanuit Nederland gevolgd waren, bewezen er op onomstotelijke wijze dat de pastorale en herderlijke aspecten van hun roeping zich overduidelijk “in-de-wereld” afspeelden.
Hoofdmoot van het weekend voltrok zich dan op zaterdag 5 april. In de Sint-Andrieskerk van de sympathieke en vaak bevrijdend eigenwijze pastoor Rudi Mannaerts vond een studiedag plaats, geheel gewijd aan leven en werk van Thomas van Aquino, veruit de belangrijkste scholastische denker/theoloog uit de nog steeds te zwaar onderschatte middeleeuwen. Omdat talrijke Vlaamse theologen zich één voor één chronisch blijven verslikken in een stekeblinde, bovendien kleurloze en licht onbetamelijke idolatrie voor wijlen paus Franciscus, werd de meerderheid van de referaten door Noord-Nederlandse proffen verzorgd, waar de Thomasstudie nog wel aanzienlijk floreert. Het kwam de kwaliteit meer dan ten goede! In acht referaten werd het leven van de Aquinas (Stephan van Erp) en zijn denken behandeld. De vriendschap tot God (Stephan Mangnus), Thomas’ denken over seksualiteit (Harm Goris), zijn heiligverklaring (Andrea Robiglio), z’n visie op (lichamelijke) resten (Rudi te Velde), het onderzoek naar de schedelreliek (Jeroen Reyniers) en Thomas als schrijver door de ogen van Pieter Gils OP (Walter Van Herck); het kwam allemaal aan bod, passeerde de revue en scherpte het beeld van Thomas van Aquino aan.
Alleen Jan De Maeyer, die de neothomistische opvatting van kardinaal Mercier kwam uiteenzetten, interpreteerde dat neothomisme toch een streepje teveel als de syndicale geschiedenis van het ACW en had daarom zichtbaar moeite tot de kern van de Aquinas door te dringen. Er moet er altijd wel eentje tussen zitten die zijn opdracht verwart met de uitgesproken doelen van zijn particuliere agenda. ’s Middags werd het middagmaal genuttigd in de vroegere winterkapel en de kelder van de kerk. Een hele opgave voor de vlijtige vrijwilligers, want met dik 180 ingeschreven deelnemers aan de studiedag werden de meest optimistische voorspellingen veruit overtroffen. Onweerlegbaar bewijs ten andere, dat er daadwerkelijk een groot publiek is voor zulke activiteiten. Het mag het stadbestuur van Antwerpen gewis tot voorbeeld strekken wanneer het nog maar eens een platvloerse manifestatie op de desolate evenementenpleinen, die de stad ondertussen rijk is, op touw wil zetten. Oorverdovend kabaal en te veel goedkope zuip hoeft niet altijd de pit van het gebeuren te zijn! Al werd deze hoogstaande dag ook hier weer afgesloten met een beschaafde borrel en een aangenaam gesprek tussen referenten en publiek.
Zondagmorgen, de derde dag, was het voor de deelnemers vroeg uit de veren! Om negen uur reeds werd verzamelen geblazen aan de Sint-Pauluskerk (Veemarkt) voor de processie – de tweede van het weekend – richting Kathedraal, waar de afsluitende Mis werd gehouden. Uiteraard in aanwezigheid van de Thomasrelieken. De immer onwennige bisschop Johan Bonny verzorgde het voorafgaand woordje, zoals steeds doorspekt met wenken naar de gebruikelijke animositeit tussen de seculiere clerus (bisdom) en de regulieren (de ordes). Onder begeleiding van 16 pipers (doedelzakken) werd dan kathedraalwaarts getogen, waar de Hoogmis werd gevierd. Hoogdagen vragen om Hoogmissen! Onderweg veel beziens van passanten en vroege “zondagsvogels.” Ook van moslims natuurlijk, waar het overal in de Scheldestad van krioelt. Velen onder hen leken even uit hun mohammedaans lood geslagen bij de spontane aanschouwing van het blote kruis. In het “neutrale” Antwerpen ogen uiterlijke attributen van de islam inmiddels vertrouwder dan de katholieke pendanten. Sommige moeten zelfs gedacht hebben dat die “christenhonden” aan hun tiende kruistocht begonnen waren! Maar dat leek vooralsnog teveel van het goede te zijn.
In de kathedraal werd vervolgens Mis gevierd. Bonny ging voor en pater Anton Mihl OP preekte, zoals dat van een dominicaan verwacht mag worden: innemend en toch niet melig, intelligent en toch wervend, dicht op de huid en toch voldoende stof verschaffend voor verdere overpeinzing. Alleen al met de beginwoorden mikte hij zijn pijlen recht in de roos. Met “Tommeke, Tommeke, Tommeke, wa doede nu?”, leidde hij de opmerkelijke desalniettemin zeer overwogen keuze van de Aquinas in die koos voor de toen nog jonge orde der dominicanen, terwijl de latere heilige van thuis uit voorbestemd was om de benedictijnen van Monte Casino te vervoegen. De dominicanen van vandaag hebben nog niets van die sprankelende bezonnenheid verloren. Vanuit de kerk gezien, zag je ter rechterzijde, alsof het zo moest zijn, de reguliere dominicanen: blakend van geloofsvreugde, gloeiend van enthousiasme (> Grieks “en theos”: door God vervuld), onafgebroken foeragerend op de zegeningen van een hecht gemeenschapsleven. Ter linkerzijde, alsof het evenzeer zo moest zijn, de seculieren: uitgeblust van de dagelijkse strijd voor of tegen de kathedrale Sant’Egidio-putsch, kampend tegen het eigen geloofsverval en driest wedijverend in een onderlinge cleresiestrijd. De regulieren bevechten nog geestdriftig de onderwerpingsdrang aan de ongelovige buitenwereld, zoals het de scheiding tussen Kerk en staat betaamd; de seculieren, hun naam bekrachtigend, gaan er voelbaar aan ten onder.
Het kwam de sfeer in de kathedraal niet ten goede! De seculiere dom is teveel museum geworden waar af en toe nog Mis wordt gevierd, omdat het moet; Sint-Paulus werd terug Kerk waar af en toe museale ongein wordt aangericht, omdat het kan. En dan was er Bart Paepen, de pastoor van de kathedrale parochie. Enkel in omvang en volume echoot hij nog reminiscenties aan de heilige Thomas. Van Paepens vroegere vuur en elan schiet nog weinig over. De man, die helemaal alleen de opheffing van het traditionele kathedraalkoor op de teller heeft staan, zat er wat uitgezakt en ongeïnteresseerd bij, alsof het hem allemaal niet veel kon schelen. Wellicht is het Thomistisch aristotelisme, dat ook de transsubstantiatie bekrachtigde, voor Bart Paepen “niet meer van deze tijd.” Wellicht spreekt hem ondertussen de protestantse symbooltheorie een stuk meer aan. Ach, het zij maar zo, al bekruipt je, nu meer dan ooit, bij momenten het verlangen om voor even vlieg te zijn in de burelen van het bisdom en te horen wat binnenskamers werkelijk gedacht wordt over paus Leo XIV. Als diens hele pontificaat de lijn van de eerste weken weet door te trekken, kan de kerkelijke koers wel eens sneller dan gedacht de andere richting uitgaan: weg met het flauw nalopen van de wereldse progressieven, terug naar de kern van de zaak! Diezelfde kern, die deugddoend mocht oplichten tijdens het hele, meer dan geslaagde Thomasweekend.
